| Gemeente in Bosnië en Herzegovina | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Entiteit | Federatie van Bosnië en Herzegovina | ||
| Kanton | Centraal-Bosnië | ||
| Coördinaten | 44° 20′ NB, 17° 16′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 350 km² | ||
| Inwoners (2013) |
30.758 (87,88 inw./km²) | ||
| Hoogte | 360 m | ||
| Overig | |||
| Postcode | 70101 | ||
| Netnummer | (+387) 30 | ||
| Website | [https://www.opcina-jajce.ba opcina-jajce.ba opcina-jajce.ba] | ||
| Foto's | |||
| |||
Jajce (Servisch cyrillisch: Јајце) is een gemeente in de Federatie van Bosnië en Herzegovina in Bosnië en Herzegovina in het kanton Centraal-Bosnië. De gemeente telt 30.758 inwoners (2013), waarvan 7.172 in de gelijknamige stadskern wonen. Jajce ligt op het kruispunt van de rivieren de Pliva en de Vrbas en staat bekend om zijn middeleeuwse vestingwerken, de Pliva-waterval en zijn rol in de totstandkoming van het modern-historische Joegoslavië.
In de 4e eeuw n.Chr., tijdens het Romeinse Rijk, bevond zich op de plek van het huidige Jajce een heiligdom gewijd aan de zonnegod Mithras (het Mithraeum van Jajce).
De eigenlijke stad werd rond 1396 gesticht door de Kroatische hertog Hrvoje Vukčić Hrvatinić. In de 15e eeuw groeide Jajce uit tot de koninklijke residentie en de hoofdstad van het Koninkrijk Bosnië. In 1461 werd Stjepan Tomašević in de stad gekroond tot de laatste koning van Bosnië. Na de Ottomaanse verovering van Bosnië en Herzegovina in 1463 werd de koning geëxecuteerd op de heuvels boven de stad.
De gebeurtenissen van 1463 vormden hiermee de directe aanleiding voor de Honderdjarige Kroatisch-Ottomaanse Oorlog (1493–1593). Het verlies van de Bosnische buffer transformeerde Kroatië tot het voorste strijdtoneel tegen de Ottomaanse opmars, wat leidde tot een slepende uitputtingsslag en het geleidelijke verlies van grote delen van het Kroatische grondgebied.
De Hongaarse koning Matthias Corvinus heroverde Jajce nog in hetzelfde jaar tijdens het Beleg van Jajce. De stad werd vervolgens het centrum van het Banaat van Jajce en vormde ruim zestig jaar lang een cruciale vesting in de voorste verdedigingslinie. Pas in 1527, in de nasleep van de Slag bij Mohács, viel Jajce definitief in Ottomaanse handen.
Tijdens de Oostenrijks-Hongaars bestuur van Bosnië en Herzegovina (1878–1918) werd de infrastructuur van de stad gemoderniseerd en verrees er lichte industrie rond de waterkrachtbronnen van de Pliva.

In de Tweede Wereldoorlog speelde Jajce een centrale rol in de antifascistische strijd. Op 29 november 1943 vond in de stad de tweede zitting plaats van de Antifascistische Raad voor de Nationale Bevrijding van Joegoslavië (AVNOJ). Tijdens deze bijeenkomst, voorgezeten door Josip Broz Tito, werd besloten een federatieve staat op te richten en werd de basis gelegd voor het naoorlogse socialistische Joegoslavië.
Tijdens de Burgeroorlog in Bosnië en Herzegovina in de jaren 1990 veranderde de controle over de stad meerdere malen, wat leidde tot zware verwoestingen van het erfgoed en een grote vluchtelingenstroom. Na het ondertekenen van de Dayton-akkoorden in 1995 werd de historische binnenstad grootschalig gerestaureerd.
Jajce ligt op een hoogte van ongeveer 360 meter boven zeeniveau op het punt waar de rivier de Pliva uitmondt in de Vrbas. Het landschap rondom de stad wordt gekenmerkt door kalksteenformaties, ravijnen en uitgestrekte bossen.
Enkele kilometers ten westen van het stadscentrum transformeert de rivier de Pliva in twee opeenvolgende meren: het Grote Pliva-meer (Veliko Plivsko jezero) en het Kleine Pliva-meer (Malo Plivsko jezero). Het Grote Pliva-meer heeft een lengte van ruim 3,3 kilometer en een maximale diepte van circa 36 meter. Door de constante watertemperatuur en de beschutte ligging vormen de meren een geliefd centrum voor watersporten zoals kajakken, kanoën en vissen. In 1963 werden hier de Wereldkampioenschappen kajak en kano georganiseerd.

Het bekendste natuurverschijnsel van Jajce is de Pliva-waterval. Deze 22 meter hoge tufsteenwaterval bevindt zich direct in het centrum van de stad. Hier stort het water van de Pliva over een natuurlijke travertijndrempel naar beneden in de kloof van de Vrbas.
Het cultuurlandschap en het architectonische ensemble van Jajce staan genomineerd voor de kandidatenlijst van het UNESCO-Werelderfgoed.
