| James Anderson | ||||
|---|---|---|---|---|
James Anderson | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Geboren | ca. 1679 Aberdeen | |||
| Overleden | 2 mei 1739 Londen | |||
| Religie | presbyteriaans | |||
| Beroep | predikant | |||
| Bekend van | Opsteller van de eerste ordegrondwet in de vrijmetselarij | |||
| Familie | ||||
| Partner | Jean (of Jane) Anderson | |||
| ||||
James Anderson (Aberdeen, ca. 1679 - 1739) was een Schots predikant. Hij was de opsteller van de eerste ordegrondwet van de vrijmetselarij, die bekendstaat als de Constituties van Anderson en als voorbeeld heeft gediend voor vele latere ordegrondwetten.
James Anderson werd geboren in Aberdeen rond 1679, zijn precieze geboortedatum is niet bekend. Van 1705-1709 studeerde hij aan het Marischal College aldaar, een voorloper van de huidige Universiteit van Aberdeen. Kort daarna werd hij tot predikant in de Church of Scotland gewijd. In 1710 werd hij benoemd tot predikant van de Schotse gemeenschap in Westminster, Londen. Hij zou daarna dienen bij verschillende presbyteriaanse geloofsgemeenschappen in Londen.
Verschillende van zijn preken werden gepubliceerd, daarnaast publiceerde James Anderson werken op historisch en genealogisch gebied. Een van zijn belangrijkste werken was Royal Genealogies, over koninklijke bloedlijnen. Hij was lid van de Royal Society en bevriend met Isaac Newton en John Theophilus Desaguliers. In 1731 ontving hij de graad van Divinitatis Doctor (doctor in de godgeleerdheid) aan zijn alma mater.
James Anderson stierf niet gefortuneerd; naar verluidt had hij een grote som geld verloren bij de crash van de South Sea Company in 1720. De Daily Mail van 2 juni 1739 berichtte dat Anderson door zijn medevrijmetselaren onder leiding van John Theophilus Desaguliers met een maçonnieke ceremonie begraven werd.
James Anderson groeide op in een vrijmetselaarsgezin; zijn vader was lid en van 1688 tot 1689 voorzittend meester van een van de oudste vrijmetselaarsloges van Schotland, de nu nog bestaande Lodge of Aberdeen. Het is onbekend of Anderson in die tijd ook vrijmetselaar was. Nadat Anderson naar Londen verhuisde is hij wel aantoonbaar lid geweest van de loge Horne Tavern in Westminster en de Lodge of Salomon's Temple in Hemmings Row.
Op 24 juni 1717 richtten in Londen vier loges de Premier Grand Lodge of England op. Toen George Payne (1687-1757) voor de tweede keer tot grootmeester hiervan werd verkozen (1720), stelde hij aan de hand van het vijftiende-eeuwse Cooke-manuscript enkele algemene regels voor de orde op, de General Regulations.
James Anderson werd vervolgens in september 1721 door de Grand Lodge belast met het opstellen van een ordegrondwet, inclusief een geschiedenis van de vrijmetselarij. In 1723 werd The Constitutions of the Free-Masons gepubliceerd, waarvoor de General Regulations mede als basis hadden gediend. Anderson werd datzelfde jaar lid van het hoofdbestuur van de Grand Lodge en vervulde de functie van grootopziener. Zijn naam stond niet op de titelpagina vermeld, maar zijn auteurschap werd verklaard in een bijlage. Het werk werd later bekend als de Constituties van Anderson, in recente publicaties wordt echter getwijfeld over zijn precieze bijdrage.
De Constituties van Anderson werden bewerkt en herdrukt door Benjamin Franklin in Philadelphia in 1734. Het werd het eerste maçonnieke boek dat in Amerika werd gedrukt. Een tweede editie, die aanzienlijk uitgebreider was dan de eerste, verscheen in 1738. Het werk werd vertaald in vele talen, waaronder Nederlands (1736), Duits (1741) en Frans (1745).