Loopbaan
Beginjaren
Hij werd geboren en groeide op in volkswijk De Gorzen in Schiedam-Zuid als tweede uit een gezin van vier kinderen.
Hij ging voetballen bij de junioren van SVV en maakte als zeventienjarige zijn debuut in de hoofdmacht op 21 januari 1934. Poulus speelde meestal als rechtermiddenvelder.
In het seizoen 1936/37 vierde hij zijn eerste kampioenschap. SVV won de titel in de Tweede klasse A maar kon in de nacompetitie niet de stap omhoog maken.
Hij werd in 1937 geselecteerd voor het Westelijk elftal.
Vanaf het seizoen 1937/38 kreeg ook zijn jongere broer Coen een plek in het eerste elftal. Zij speelden samen met Arij de Bruijn op het middenveld.
Jan Poulus werd gekozen in het Zwaluwenelftal, een voorportaal van het Nederlands elftal, dat op 16 maart 1938 aantrad tegen België (1-0 verlies).
Doorbraak
Hij werd op jonge leeftijd aanvoerder van SVV dat in het seizoen 1938/39 kampioen werd. Opnieuw slaagden de Schiedammers er niet in via de nacompetitie de hoogste klasse te bereiken.
Poulus maakte in november 1939 zijn opwachting in het Bondselftal.
Hij debuteerde als international op 10 december 1939 thuis tegen België (5-2). Deze jubileumwedstrijd ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de KNVB, was een officieuze interland.
Als eerste speler van SVV maakte hij zijn officiële debuut voor het Nederlands elftal op 31 maart 1940 thuis tegen Luxemburg. In deze interland in stadion De Kuip in Rotterdam, die met 4-5 werd verloren, maakten nog vier spelers hun debuut onder wie Abe Lenstra. Poulus was de enige international die niet bij zijn club in de hoogste klasse speelde. Vanaf april 1940 lag het interlandvoetbal zes jaar stil door de Tweede Wereldoorlog. Hij kwam op 24 juli 1940 uit voor het Rotterdams elftal dat voor 6000 toeschouwers aantrad tegen het nationale elftal. De opbrengst was voor de oorlogsslachtoffers.
Van SVV naar VSV
Hij verhuisde in 1940 vanwege zijn nieuwe baan bij Hoogovens naar IJmuiden. Hij verliet SVV en ging spelen voor VSV dat een niveau hoger, in de Eerste klasse, uitkwam.
Poulus debuteerde op 13 oktober 1940 met de 2-0 thuiszege op Ajax. Hij werd een grote aanwinst genoemd.
Poulus beleefde bij zijn nieuwe club een daverende start. VSV won de eerste negen competitieduels en werd kampioen op 16 maart 1941 door de 1-7 zege bij Xerxes. In de strijd om de landstitel kon VSV geen hoge ogen gooien en eindigde als vijfde en laatste.
Als VSV’er werd hij ook opgeroepen voor het Westelijk elftal.
Hermes DVS
Poulus speelde drie seizoenen voor VSV waarna hij in 1943 terugkeerde naar Schiedam. Hij koos niet voor zijn oude club SVV, maar ging naar Hermes DVS waar zijn broer Coen speelde. De broers werden na ruim drie jaar herenigd in een elftal. Ze speelden samen met Jan van Buijtenen op het middenveld. Hermes DVS streed mee om het kampioenschap in de Eerste klasse van het district West I. De Schiedamse ploeg versloeg op 9 januari 1944 in de topper koploper De Volewijckers met 3-2. Poulus schakelde topschutter Daan de Jongh uit en werd in enkele kranten de beste man van het veld genoemd. Ondanks twee overwinningen op De Volewijckers, moest Hermes DVS in de eindrangschikking genoegen nemen met de tweede plaats achter de Amsterdammers. Poulus stopte na dit seizoen op 28-jarige leeftijd als voetballer om als trainer aan de slag te gaan.
Trainer
Quick in Den Haag was in 1944 zijn eerste club. Na de oorlogsjaren keerde hij terug bij VSV als trainer. Het werd een succesvolle periode. VSV won de titel in het seizoen 1948/49 in de Eerste klasse district West II. In de strijd om het landskampioenschap eindigde de Velsense club als vijfde maar wist wel als enige deelnemer landskampioen SVV een nederlaag (0-4) toe te brengen, op 17 april 1949.
Na vijf jaar VSV verkaste hij naar het oosten van het land om bij Wageningen aan de slag te gaan. Hij verhuisde met zijn gezin van vijf kinderen ook naar Wageningen. Bij de Wageningse club maakte hij in 1954 de overgang naar het profvoetbal mee.
In 1955 werd hij trainer van De Graafschap.
Na zijn vertrek in Doetinchem in 1959 had hij nog enkele amateurverenigingen onder zijn hoede.
Van 1960 tot 1964 trainde hij derdeklasser Blauw Zwart uit Wassenaar en van 1964 tot 1967 Hoogvliet. Hij verhuisde in 1966 weer terug naar Schiedam. Zijn laatste club was DOTO (Pernis), van 1967 tot 1969.
Jan Poulus overleed op 75-jarige leeftijd op 30 november 1991.