Jannatah (Arabisch جناتة) is een Palestijnse stad op de Westelijke Jordaanoever van Palestina in het Gouvernement Bethlehem, een van de gouvernementen van de Palestijnse Autoriteit. Het ligt 5 kilometer ten zuidoosten van de stad Bethlehem en ten zuiden van Beit Sahour. Ten oosten van Jannatah ligt Za'atara en in het zuiden Tekoa en Tuqu'. De stad ligt 570 meter boven de zeespiegel; het grondgebied omvat 11.901 dunams, 5.440 km2, waarvan een groot deel agrarisch land met ongeveer 60% van de werkende bevolking werkend in die sector. Rondom Jannatah liggen onder meer de dorpen Hindaza, Al Fureidis, Jubbet adh-Dhib, en Harmala.

. Bij Al Fureidis bevindt zich de archeologische plaats Herodion.
De naam Jannatah betekent 'Paradijs'.
Sinds 1996 heeft de stad een gemeentebestuur met de omliggende dorpen. De burgemeester is Mustafa Orouj, en de plaatsvervangend burgemeester is Ibrahim Abakreh.
In 2007 had Jannatah 5,416 inwoners en in 2017 7.336 inwoners. Er zijn zes moskeeën en vijf openbare scholen.
Sinds 1967 ligt de stad onder de militaire bezetting van de staat Israël en werden door Israël 277 dunams van het grondgebied van Jannatah geconfisqueerd voor de bouw van Israëlische nederzettingen en een militaire basis.
In april 2023 bezochten Europese diplomaten, samen met het Britse consulaat in Jeruzalem, de met EU-fondsen gebouwde Jubbet ad-Dhib-school in het dorpje Bayt Ta'mar die door Israël met verwoesting werd bedreigd. Ruim 60 Palestijnse kinderen uit de laagste klassen zouden daardoor hun recht op onderwijs verliezen. Dit was het gevolg van een petitie door de politiek-rechtse organisatie Regavim - waarvan Bezalel Smotrich mede-oprichter was en sinds 2022 verantwoordelijkheid heeft binnen de COGAT -. Op 7 mei 2023 werd de school gesloopt. De EU uitte stevige kritiek en drong er bij de Israëlische autoriteiten op aan te stoppen met verwoestingen en verdrijvingen. Peace Now noemde het "beschamend dat de regering van Israël voorrang geeft aan de eisen van politiek-rechtse kolonisten boven de basisbehoeften van Palestijnse inwoners."
Vanuit de nederzettingen en de uitbreiding met buitenposten wordt het leven voor Palestijnen door gewelddadige kolonisten onmogelijk gemaakt. Met name rond de maand oktober gedurende de olijfoogst. De boeren op de olijfgaarden worden aangevallen en hun opbrengst geroofd. Het Israëlische leger ondersteunt daarbij de kolonisten door Palestijnen de toegang tot hun land te blokkeren en de kolonisten hun gang te laten gaan; Palestijnen worden mishandeld, beschoten en verwond evenals de vrijwilligers die de boeren helpen en hen proberen te beschermen. Sinds 2022 is dit geweld onder de uiterst rechtse regering van premier Benjamin Netanyahu exponentieel toegenomen. In oktober 2026 werden vier vrijwilligers van de Israëlische organisaties Standing Together, Rabbis for Human Rights en Bnei Avraham door 20 kolonisten aangevallen en verwond met pepperspray, stenen en knuppels, toen ze Palestijnse boeren wilden helpen bij de olijfoogst.