Johan Decavele

Johan Decavele

Johan Decavele (Tielt, 1943) is een Belgisch historicus, archivaris en voormalig hoofd van de dienst Cultuur van de stad Gent, die hoofdzakelijk publiceerde over de geschiedenis van Gent en van de Reformatie. Hij was een medewerker van de Algemene Geschiedenis der Nederlanden, Dictionnaire d'Histoire et de Géographie ecclésiastiques, Monasticon belge, De Gouden Delta der Lage Landen en The Oxford Encyclopedia of the Reformation.

Leven

Decavele studeerde geschiedenis in Leuven en aan het Leibniz-Institut für Europäische Geschichte Mainz. In 1971 promoveerde hij aan de Katholieke Universiteit Leuven bij Prof. Jan Van Houtte tot doctor in de geschiedenis. Zijn proefschrift werd bekroond door de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en gepubliceerd als De dageraad van de Reformatie in Vlaanderen 2 dln. C.C. de Bruin schreef: "Met ingenomenheid begroeten wij de verschijning van een werk dat een lang gekoesterde wens in vervulling doet gaan: een geschiedenis van de vroege Reformatie in Vlaanderen." De dissertatie werd door binnen- en buitenlandse recensenten een standaardwerk genoemd. Volgens Marcel Backhouse is het "Een historisch meesterwerk, zowel wat de degelijkheid van het onderzoek betreft als de boeiende taal waarin het werd geschreven". De uitspraak dat het calvinisme hier nooit had bestaan, toegeschreven aan de Brugse kanunnik Charles Carton (1802-1863) (zie Externe Links), werd definitief weerlegd. Heemkundigen uit alle hoeken van Vlaanderen hebben uit het werk van Decavele geput voor de beschrijving van de Reformatie in hun gebied. Zo is eindelijk het besef gegroeid dat het protestantisme hier uiterst belangrijk is geweest. Michel Morineau schreef daarover: "Pour la Belgique, où le protestantisme a pu passer, quelquesfois, pour une curiosité, il était nécessaire, il était bon que l'on rappelât son balbutiement, sa séduction et son martyrologe. J. Decavele y a réussi pour la Flandre".

Vanaf 1 mei 1971 doorliep Decavele een loopbaan van bijna 35 jaar bij de Stad Gent. Eerst als stadsarchivaris. Het archief had weer een diensthoofd die inventariseerde, de vorsers bijstond en archiefpublicaties verzorgde. Hoogtepunt was de organisatie van de succesvolle tentoonstelling Eenheid en Scheiding in de Nederlanden in de Sint-Pietersabdij in 1976, geopend door Prinses Beatrix en Prins Albert, naar aanleiding van de vierhonderdste verjaring van de Pacificatie van Gent. Bij zijn ambtsjubileum van 25 jaar stadsarchivaris werd hem het huldeboek Qui valet ingenio (red. Joris De Zutter, Leen Charles, André Capiteyn) aangeboden, met bijdragen van 37 collega's en vrienden. Bijgestaan door de naamkundige dr. Maurits Gysseling, was hij voorzitter van de Commissie Gentse Straatnaamgeving, waar na de fusie van 1977 zo'n 600 identieke, homonieme en foutieve straatnamen werden gewijzigd.

Vanaf 1 december 1984 leidde Decavele met onderbrekingen de Dienst voor Culturele Zaken, laatst als Departementshoofd Cultuur. Hij wist de dienst weer op de rails te zetten, en werkte daartoe samen met tien dienstchefs. In 1988 leidde hij een delegatie van Gentse podiumkunstenaars naar Tallinn, toen nog achter het IJzeren Gordijn in de Sovjetrepubliek Estland; Moskou liet hen toe uitzonderlijk de lokale luchthaven te gebruiken. Door Jan Hoet werd hij betrokken bij zijn legendarische Chambres d'Amis in 1986 en vervolgens zijn Documenta IX in Kassel in 1990, en de inrichting en de persconferentie van het museum MARTa Herford in 2005. Hij gaf boeken uit over de Haven van Gent, de Geschiedenis van Gent, Hugo Claus, Prudens Van Duyse en Oscar Bonnevalle. Ondanks zijn drukke ambtsbezigheden, zette hij zijn wetenschappelijk werk verder en werd hij als een autoriteit beschouwd inzake de Reformatie. Een hoofdstuk uit zijn boek uit 2004 (kopie, p. 13) noemde recensent Prof. Henk van Nierop “een van de helderste overzichtsartikelen van het vroege Nederlandse protestantisme die ik ken”. Ludo Vandamme schreef: “In het boek wordt afgedaald tot in de diepste vezels van de 16de-eeuwse samenleving en tot in de verste uithoeken van Vlaanderen”. Hij hield talrijke lezingen in Vlaanderen en Nederland. Als eerste stadsambtenaar ooit hield hij in 2002 de toespraak op de officiële 11 juli-viering in het Gentse stadhuis. Hij was lid van de Provinciale Commissie voor Monumenten Oost-Vlaanderen, en van de bestuursraden van Cageweb, het Muziekcentrum De Bijloke Gent, de VZW Beschermcomité Campo Santo (Gent), de VZW Begijnhof Onze Lieve Vrouw ter Hoyen, Klein Begijnhof Gent, en de Stichting Cultuurpatrimonium Bisdom Gent. Bij zijn afscheid werd hij op 23 december 2005 gehuldigd door familie, collega's en vrienden, het stadsbestuur en de voltallige Gentse cultuursector.

Op het afscheidsfeest schrijft Jan Hoet een huldeadres

Tijdens zijn pensioen bleef hij veel publiceren en zette zijn reeks voordrachten verder, onder meer zes lesnamiddagen over de Reformatie voor de afdeling geschiedenis van het HOVO-Universiteit Leiden. In 2009 sprak hij de 26e Pacificatielezing uit in de Grote Kerk van Breda. Een oogingreep maakte begin 2018 een einde aan zijn wetenschappelijk werk.

Publicaties, selectie

Zie de categorie Johan Decavele van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.