


Johannes Colerus (Johannes Nicolaus Colerus, eigenlijk Johannes Köhler, Düsseldorf, 5 januari 1647 – Den Haag, 19 juli 1707) was een Nederlands luthers predikant van de Wittenbergse richting. Hij nam deel aan de twisten die tot de afscheiding van de Haagse Unie leidden en was met Jean Maximilien Lucas (1636 of 1646-1697) een van de eerste biografen van Benedictus de Spinoza.
Johannes Nicolaus Köhler, verlatijnst tot Colerus, werd geboren als zoon van de breiër Johannes Nicolaus Köhler en zijn vrouw Maria Laufsatz. Na een schooltijd in Solingen en Dortmund studeerde hij vanaf 1665 aan de Universiteit van Gießen, in 1668 aan de hogeschool in Worms en in 1669 aan de Universiteit van Straatsburg. Daarna begon hij in 1671 als predikant in Mülheim an der Ruhr, waar hij ook diende als hofpredikant van de graaf von Daun-Falkenstein. In hetzelfde jaar trouwde hij met Margaretha Alberti, met wie hij twee dochters kreeg. In 1678 werd hij naar Nederland beroepen, waar hij als hoogduitse prediker in verschillende lutherse gemeenten werkte, eerst negen maanden in Weesp en vanaf 1679 14 jaar in Amsterdam, waar hij met de predikanten Henricus van Born en Henricus Vos de vrijzinnige Theodorus Dominicus bestreed en in kerkelijke geschillen de rechtzinnige kant koos. Dit herhaalde zich in Den Haag, waar hij in 1693 werd benoemd. Mede door zijn toedoen scheidde zijn gemeente zich af van de lutherse Fraterniteit en werd de Haagsche Unie opgericht. Hij bestreed Spinoza's ideeën maar verdedigde zijn eer in de biografie Korte, dog waaragtige levens-beschryving van Benedictus de Spinoza (1705). Hij werd in 1707 begraven in de kerk van Rijswijk (Zuid-Holland).
Onder meer
Deze biografie door Colerus over Spinoza uit 1705 heeft de volgende hoofdstukken, "Articulen" (artikelen) geheten, in de oorspronkelijke spelling. Omdat deze biografie in een boek staat na De waarachtige verrijzenis Jesu Christi uit den dooden, Tegen B. de Spinoza en zijne aanhangers verdeedigt .... op Paaschdag 1704. Beneffens een naaukeurige levensbeschrijving van deezen beruchten wijsgeer, Amsterdam, begint de telling van de bladzijden met 116.
| Articul. | Titel | Bladzijde |
|---|---|---|
| I. | Spinozaas afkomst en Geslagt. | 116 |
| II. | 't Begin van zyn Studien. | 118 |
| III. | Begeeft zig eerst tot de Godgeleerdheid, daarna tot de wysgeerte. | 122 |
| IV. | (geen titel) | 125 |
| Formulier van den Algemeenen Joodschen Ban. | 134 | |
| V. | Leert een Konst om zig te generen. | 144 |
| VI. | Gaat naar Rynsburg Voorburg, en eindelyk na den Haag wonen. | 147 |
| VII. | Was spaarzaam en matig in eeten en drinken. | 148 |
| VIII. | Zyn Lyfsgestalte en kleedinge. | 150 |
| IX. | (geen titel) | 151 |
| X. | Werd met veele Grooten bekend. | 156 |
| XI. | Spinozaas Schriften, en zyn gevoelen in de zelve. | 162 |
| XII. | Agteergblevene [sic] Schriften van Spinoza. | 184 |
| XIII. | Zyn Schriften werden van vele wederlegt. | 185 |
| XIV. | Spinozaas ziekte dood en Begravenis. | 198 |
| Einde. | 214 |