

John Waterloo Wilson (Brussel, 16 mei 1815 – Neuilly-sur-Seine, 12 augustus 1883) was een Belgische ondernemer en kunstverzamelaar. Zijn verzamelmerk staat bekend als Lugt nummer 2581.
Wilson was een zoon van Britse industrieel Thomas Wilson (1788-1867), die in de Brusselse Eikstraat woonde en een grote textielfabriek had in Ukkel-Stalle. John werd geboren enkele weken vóór de Slag bij Waterloo en hield er zijn tweede voornaam aan over. Tijdens de Belgische Revolutie van 1830 werd de ouderlijke fabriek in brand gestoken, waarna het gezin in 1833 naar Haarlem verhuisde.
John was ondertussen voor drie jaar naar Engeland gestuurd en studeerde scheikunde in Manchester. In 1839 trouwde hij met Wilhelmina Christina van Valkenburg, de dochter van de Haarlemse burgemeester Cornelis Constantijn van Valkenburg en zijn vrouw Charlotte Jacoba barones van Heeckeren van de Wiersse. Zijn vrouw, die in 1844 jong stierf, liet hem drie jonge kinderen achter. Met zijn vader investeerde hij in spoorwegen. Hij reisde in 1849 naar Palestina, Turkije en Egypte.
In 1853 werd Wilson officieel de eigenaar van de Haarlemse blekerij en drukkerij, die hij van zijn vader overnam. De export van katoen naar Nederlands-Indië zorgde voor goede bedrijfsresultaten. Toch kwam de onderneming vanaf de jaren 1860 onder druk te staan: de lonen stegen, de fabrieksinstallaties raakten verouderd en Wilsons gezondheid ging achteruit, vermoedelijk als gevolg van malaria opgelopen tijdens eerdere reizen door Europa en het Midden-Oosten. Ook een langlopend geschil met de gemeente Haarlem, over het lozen van afvalwater in de stadsgrachten, speelde mee in zijn beslissing om de fabriek in 1872 te sluiten. Nadat het grootste deel van de fabrieksgebouwen was gesloopt, bleef het terrein in verwaarloosde staat liggen. De gemeente meende dat hiermee ook de erfpacht was vervallen, maar Wilson weigerde zijn rechten op te geven. Pas in 1879 kwam er een oplossing: Wilson en het stadsbestuur verzoenden zich, waarbij Wilson het schilderij Kenau Simons Hasselaer op de wallen van Haarlem aan de stad schonk en het Raamplein ter ere van hem werd omgedoopt tot Wilsonsplein.
Na de sluiting van zijn fabriek verliet Wilson Nederland definitief en vestigde hij zich aan de Avenue Hoche 3 in Parijs, waar hij zich vanaf dat moment geheel wijdde aan het verzamelen van kunst.
In zijn geboortestad Brussel stelde hij zijn collectie tentoon in de Cercle Artistique et Littéraire. De catalogus vermeldde 189 werken. Na afloop verkocht hij veel schilderijen om te herinvesteren. Toen hij in 1878 hoorde van de plannen voor het Museum van de Stad Brussel, schonk hij 27 schilderijen van Vlaamse en Hollandse meesters. In 1881 veilde Drouot een groot deel van zijn collectie.
Wilson stierf in Neuilly-sur-Seine. Hij werd bijgezet in de begraafplaats van de Leopoldwijk en in 1886 overgebracht naar de begraafplaats van Brussel.
Uit zijn huwelijk met Wilhelmina Christina van Valkenburg had Wilson vier kinderen:

Bij leven werd Wilson officier in de Leopoldsorde en werd de John Waterloo Wilsonstraat naar hem vernoemd. Op de locatie van de familiale katoenfabriek in Haarlem kwam later de stadsschouwburg aan het Wilsonsplein.