| Johnny de Droog | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Johannes Mattheus de Droog | |||
| Geboren | 15 augustus 1893 Haarlem | |||
| Overleden | 19 februari 1945 Gorssel | |||
| Nationaliteit | Nederlandse | |||
| Bekend van | Sicherheitsdienst | |||
| ||||
Johannes Mattheus (Johnny) de Droog (Haarlem, 15 augustus 1893 – Gorssel, 19 februari 1945) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een van de beruchtste V-Männer en als zodanig verantwoordelijk voor de arrestatie van honderden verzetslieden.
Voor de oorlog was De Droog in Arnhem werkzaam als fietsenmaker. Naar eigen zeggen had hij samen met de communist Jan Berghuis meegevochten in de Spaanse Burgeroorlog. In werkelijkheid vocht De Droog nooit in Spanje. Na de Duitse verovering van Nederland werd hij actief in het verzet. Hij gaf in Arnhem leiding aan een eigen verzetsgroep. Hij kwam in beeld bij de bezetter. Halverwege 1941 dook hij onder in Putten, waar hij ging samenwerken met Pieter Vijge. In maart 1942 werden De Droog, Vijge en een aantal andere leden van de groep aangehouden door de NSB-burgemeester Frits Klinkenberg. De Droog werd de volgende dag verhoord door Hauptscharführer Walter Becker van de Arnhemse Sicherheitsdienst. Deze haalde De Droog over om voor de SD te gaan werken. De Droog noemde meteen de namen van nog een aantal leden van de groep-Vijge die vervolgens direct werden aangehouden.
De Droogs werkwijze was meestal als volgt: hij deed zich voor als verzetsman en sloot zich onder een valse naam aan bij een verzetsgroep. De arrestaties volgden wanneer hij genoeg wist. De Droog werkte onder andere samen met Antonie Berends, Willy Markus en Jean François Velle. Bij het verzet was op een gegeven moment de identiteit van De Droog bekend. Zo stond zijn naam met foto en signalement in de illegale pers. Door tal van knokploegen werd jacht op hem gemaakt. De verzetsman Theo Dobbe probeerde De Droog in september 1944 te liquideren. In plaats daarvan werd Dobbe zelf opgepakt en kort daarna gefusilleerd.
Na de voor de geallieerden verloren Slag om Arnhem verplaatste de Sicherheitsdienst haar hoofdkwartier naar Lunteren. De Droog werd in Gorssel gestationeerd.
De omstandigheden rond zijn dood zijn onduidelijk. SD-medewerker Emil Rappard verklaarde na de oorlog dat hij voor het huis van De Droog stond te wachten. Kort daarop hoorde hij een schot. Onduidelijk was of hij van buiten af was neergeschoten of dat het zelfmoord was. Sommigen nemen aan dat De Droog door Rappard werd doodgeschoten, in opdracht van hoge SD-functionarissen. Volgens een andere verklaring betrof het een dodelijk ongeluk met zijn pistool. Het lichaam werd naar Amersfoort overgebracht, waar het in de buurt van Kamp Amersfoort werd begraven. Daar werd het na de oorlog door de Dienst Identificatie en Berging opgegraven en geïdentificeerd als dat van De Droog.
De Droog was onder andere verantwoordelijk voor de volgende arrestaties: