| Josefa Moreu | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Volledige naam | Josefa Moreu i Fornells | |
| Bijnaam | Pepeta | |
| Geboren | 16 juni 1857 Mataró, Catalonië, Spanje | |
| Overleden | 9 december 1938 Sitges, Catalonië, Spanje | |
| Beroep | onderwijzeres | |
| Bekend van | eerste lekenonderwijzeres in Spanje; muze van Antoni Gaudí | |
| Familie | ||
| Kinderen | Benvingut Caballol Moreu | |
Josefa (Pepeta) Moreu i Fornells (Mataró, 16 juni 1857 – Sitges, 9 december 1938) was een Catalaanse onderwijzeres. Zij behoorde tot de eerste generatie lekenonderwijzeressen in Spanje en was verbonden aan de school van de arbeiderscoöperatie van Mataró. Ze is voorts bekend als de onbeantwoorde liefde van Antoni Gaudí.
Moreu is geboren in een liberaal en welgesteld gezin als dochter van Antoni Moreu i Viñas (†1883) en Antònia Fornells i Font. Ze was de oudste van vier kinderen, na haar volgden de zussen Magdalena (1861) en Agustina (1864) en ten slotte haar broer Josep Maria (1874–1973). Ze kreeg een voor vrouwen van haar generatie uitzonderlijk goede opleiding.
Ze was achttien toen ze in haar eerste huwelijk trad, met Joan Palau Ferrer, een voormalig Carlistische officier die de bruidschat gebruikte om een koopvaardijschip te kopen. Dit huwelijk was een hel voor Moreu; de man was voortdurend dronken, mishandelde haar en bouwde gokschulden op. Toen bekend werd dat ze zwanger was, bleek dat hij getrouwd was met een andere vrouw in Argentinië. Hij verkocht het schip en liet haar in de steek zonder een cent na te laten. Moreu bleef berooid achter in Oran, een stad in noordwest-Algerije. Ze werkte in een pianobar; boze tongen suggereerden dat ze zich prostitueerde. Ongeacht, het lukte haar uiteindelijk met haar baby terug naar Mataró te komen; daarmee doorbrak ze het stigma van de verlaten vrouw.
Eind jaren 1870 – ze was toen moeder van nog geen tweeëntwintig jaar – begon ze een hoedenwinkel in het centrum van Barcelona. Haar zoontje, een peuter, overleed niet veel later aan difterie. Haar huwelijk werd na een jarenlang proces ontbonden op grond van bigamie.
Ze werd ook juf op een crèche en vanaf 1875 gaf ze onder andere Franse les op een seculiere school voor arbeiderskinderen van de Cooperativa Obrera Mataronense, een Mataronese arbeiderscoöperatie. Haar zus Magdalena werkte er ook als onderwijzeres en de zusters Moreu waren daarmee de eerste lekenonderwijzeressen in het tot dan toe overwegend confessionele onderwijs in Spanje.
In die tijd woonde ze met haar ouderlijk gezin in een rijkelijk gedecoreerd huis met muurschilderingen en ambachtelijke meubels; de woning heette in de volksmond Cal Panxut. In huiselijke sfeer speelde ze piano en zong ze met haar zussen. Omstreeks 1884 – ze was 27 – leerde ze Antoni Gaudí kennen, die via de Cooperativa Obrera Mataronense met de Moreu-familie in contact kwam en jarenlang wekelijks bij de familie langskwam en heimelijk verliefd werd op Josefa. In 1885 vroeg hij haar ten huwelijk, maar Josefa wees hem af. Ze zou bewondering voor zijn genie hebben gehad, maar was niet verliefd op de man. Ze was bovendien toen net verloofd met Joaquim Caballol i Viadé (†1899), een houthandelaar uit Castellón. Gaudí's hart was gebroken; hij keerde nooit meer terug naar huize Moreu.
Moreu vestigde zich in Nice, waar ze als onafhankelijke en vrije vrouw een kosmopolitisch bestaan leidde, omringd door kunst en muziek. In 1889 trouwde ze met Caballol. Uit dit huwelijk kwamen vier kinderen voort; Teresa (†1938), Benvingut (1893–1968), Joaquima (1894–1991; ze werd 96) en Ignasi. Benvingut verwierf later enige bekendheid als architect.

Na het overlijden van Caballol trad Moreu in 1900 voor de derde maal in het huwelijk, ditmaal met Josep Vidal i Gomis (1868–1938), een ondernemer die elf jaar jonger was dan zij. Het gezin woonde in Barcelona en bracht vanaf 1924 de zomers door in Sitges. Via haar man, die onder meer voor Paramount Pictures werkte, kwam Moreu terecht in de hogere lagen van de Catalaanse burgerij; de familie bewoog zich in culturele en zakelijke kringen van de theater- en filmwereld. Zo heeft ze Hollywoodsterren Douglas Fairbanks en Mary Pickford thuis in Sitges ontvangen.

De laatste maanden van haar leven werden overschaduwd door de Spaanse Burgeroorlog. Haar man stierf in juli 1938 aan een leveraandoening, haar dochter Teresa bezweek datzelfde jaar in september aan Tuberculose, en Moreu zelf aan de gevolgen van de ziekte van Parkinson op 9 december 1938. Ze is 81 geworden.
Moreu was voor Catalonië in haar tijd een onconventionele verschijning: ze had een voor Catalaanse vrouwen van haar generatie een goede opleiding; ze was gecultiveerd, speelde piano, zong, sprak Frans en ze kon zwemmen; iets wat destijds normaliter slechts aan de visserij was voorbehouden. Ze was voorts van ongewone schoonheid, lang en met rood-mahoniekleurig haar, en ze was een onafhankelijke moderne vrijdenker; ze las de antiklerikale pers en had van huis uit omgang met republikeinse, socialistische en antiklerikale figuren.
Moreu moest zich als zodanig steeds vrijbreken uit de traditionele patronen van een maatschappij waar vrouwen als zij nog zeldzaam waren. Het zou haar zowel vrienden als – vooral in de conservatieve geledingen van de toenmalige maatschappij – vijanden geven. Na haar mislukte eerste huwelijk zocht ze naar een man die haar op gelijkwaardige wijze behandelde en met wie ze haar autonomie kon behouden.
Ze was met haar zus Augustine de eerste lekenonderwijzeres in het toen nog overwegend Spaanse confessionele onderwijs; ontwikkelde zich tot onderneemster die een eigen modezaak bestierde en bewoog zich in culturele kringen.
Tijdens de jaren waarin Moreu en Gaudí elkaar leerden kennen, maakte zij deel uit van een vooruitstrevend en sociaal geëngageerd milieu dat aansloot bij Gaudí's vroege idealen. Als onafhankelijke en goed opgeleide vrouw, actief in het onderwijs, belichaamde zij waarden die overeenkwamen met de sociale en utopische denkbeelden die Gaudí in de kring van de Cooperativa Obrera Mataronense ontwikkelde; dit was in een tijd waarin de arbeidersbeweging in volle ontwikkeling was.
De afwijzing van zijn huwelijksaanzoek wordt in verschillende biografische interpretaties als een keerpunt in Gaudí's leven beschouwd. De teleurstelling zou hebben bijgedragen aan zijn toenemende teruggetrokkenheid en zijn toewijding aan religie en architectuur. Moreu wordt daarom niet zozeer gezien als Gaudí's muze of inspiratiebron voor specifieke ontwerpen, maar meer als de vrouw wier afwijzing mede heeft bijgedragen aan de vorming van de ascetische, geheel aan zijn werk toegewijde Gaudí.