Jozef Cornelis Marinus Chabot

Jozef Cornelis Marinus Chabot
Jozef Cornelis Marinus Chabot
Geboren 12 oktober 1892
Breda
Overleden 9 september 1948
Den Haag
Land/zijde Nederland
Onderdeel KNIL
Dienstjaren 1916–1939
Rang
Majoor der infanterie
Eenheid Landmacht in West-Indië
Troepenmacht van Atjeh en Onderhorigheden
3de garnizoensbataljon te Koeta Radja
1ste bataljon te Magelang
Bevel Garnizoen Buitenzorg (tijdelijk commando, vanaf november 1933), bataljonscommandant 2e depotbataljon te Poerworedjo (1938)

Jozef Cornelis Marinus Chabot (Breda, 12 oktober 1892 – Den Haag, 9 september 1948) was een Nederlands officier van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), die de rang van majoor der infanterie bereikte. Van 1919 tot 1923 was hij gedetacheerd bij de landmacht in Suriname, waar hij onder meer adjunct-opperbrandmeester en adjudant van de gouverneur was. In 1938 werd hij als majoor benoemd tot bataljonscommandant.

Chabot was daarnaast sportbestuurder. Zijn betrokkenheid bij de oprichting van het Surinaamsch Sportcomité in 1920 gaf Chabot een plaats in de vroege geschiedenis van de georganiseerde sport in Suriname. Hij behoorde tot de zes oprichters van het comité en was een van de vier deelnemers aan de voorbereidende bespreking met gouverneur Gerard Johan Staal die rechtstreeks tot de oprichting ervan leidde.

De rol die het comité vervolgens in de Surinaamse sport speelde, is door sporthistoricus Ricky W. Stutgard als van historische waarde beschreven.

Familie en afkomst

Chabot werd in Breda geboren als zoon van Lodewijk Chabot en Johanna Judith Gerardina Frens. Hij stamde uit een familie waarin gedurende meerdere generaties mannen in militaire dienst waren. Zijn achttiende-eeuwse voorouder Jean Baptiste Chabot diende in het Franse koninklijke leger en was met zijn gezin verbonden aan Tarason in de Provence (Frankrijk). Hij was gehuwd met Louise Boyer. Hun zoon Paul François Chabot werd in 1742 in het nabijgelegen Barbentane gedoop. Franciscus Chabot diende bij de Waalse grenadiers van het Staatse leger en staat vermeld in de oorspronkelijke rangeerlijst van het derde bataljon Waalse grenadiers, in de compagnie van kolonel Pineda. Hij overleed op 29 april 1794 in de vestingstad Breda, tijdens de Eerste Coalitieoorlog. Jean Joseph Manuel Chabot, zoon van Franciscus Chabot en Barbara van den Broek, bevond zich in de jaren 1790 in Breda en was afkomstig uit Brugge. Hij was gehuwd met Cornelia Offermans en werkte als opperopziener der stedelijke belastingen. Uit dit huwelijk werd in 1817 te Breda Gerardus Josephus Chabot geboren. Diens zoon Lodewijk Chabot was de vader van Jozef Cornelis Marinus Chabot.

Chabot trouwde op 26 september 1918 in Den Haag met Petronella Johanna Weijne, een dochter van gymnastiekonderwijzer en dansinstituut eigenaar Willem Marinus Weijne en Henriette Wilhelmina Johanna Bijnevelt. Zij had twee broers, Johan en Hendrik Jan Weijne, en een zus, Henrietta Wilhelmina Johanna Weijne. Haar oudste broer Johan Weijne was evenals Chabot officier in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en was later waarnemend districtscommissaris van Marowijne in Suriname. Onder zijn leiding werd vanuit Albina de later naar hem genoemde Luitenant Weyneweg aangelegd. Wijne liep in Suriname malaria op en zijn gezondheid ging achteruit. Hij overleed in oktober 1927 in Magelang. Haar andere broer, Hendrik Jan Weijne, vertrok naar Medan in Deli en werd plantageadministrateur op Noord-Sumatra. Hij kwam op 24 januari 1929 bij Bireuen om het leven toen zijn auto van de weg raakte, nog enige afstand door een bermsloot en over het omliggende terrein reed en uiteindelijk in een rijstveld omsloeg. Weijne was onderweg naar zijn vrouw, die na een operatie in het ziekenhuis van Bireuen verbleef; die dag waren zij precies vier jaar getrouwd.

Militaire opleiding en begin van de loopbaan

Ook Jozef Cornelis Marinus Chabot koos voor een militaire loopbaan. In 1910 kwam Chabot in aanmerking voor plaatsing bij de Cadettenschool voor de dienst in Nederlands-Indië. In 1912 werd hij als cadet voor het wapen der infanterie overgeplaatst naar de Koninklijke Militaire Academie. Op 3 maart 1916 werd Chabot benoemd tot tweede luitenant bij de infanterie van het leger in Nederlands-Indië. In 1918 werd hij ingedeeld bij de Koloniale Reserve en op 10 januari 1919 volgde zijn bevordering tot eerste luitenant.

Suriname

Met ingang van 1 februari 1919 werd Chabot voor ten hoogste drie jaar gedetacheerd bij de landmacht in West-Indië. Op 5 april vertrok hij met het stoomschip Commewijne naar Suriname en op 2 mei kwam hij in Paramaribo aan. De Surinaamse almanak van 1920 vermeldt hem als J.C.M. Chabot, eerste luitenant der infanterie. De landmacht was gelegerd in Paramaribo, met detachementen in Nieuw-Nickerie en Albina.

Naast zijn militaire werkzaamheden vervulde Chabot een functie bij het brandwezen. Hij was adjunct-opperbrandmeester, terwijl kapitein H.L. Bierman als tijdelijk opperbrandmeester en chef van het brandwezen optrad. Het brandwezen was sinds januari 1919 onder militair beheer gebracht. De militaire brandweerafdeling was in Fort Zeelandia gestationeerd en stond rechtstreeks onder bevel van de adjunct-opperbrandmeester.

Tijdens zijn detachering woonde Chabot met zijn gezin aan het Gouvernementsplein 3 in Paramaribo, bij Fort Zeelandia. Ook de dienstbode Antonetta Helstone stond op het adres ingeschreven.

Chabot met zijn echtgenote Petronella Johanna Weijne en hun dochters Henriette en Irma bij hun woning aan Gouvernementsplein 3 in Paramaribo, ca. 1921

In augustus 1921 werd bekendgemaakt dat Chabot kapitein Vink zou opvolgen als adjudant van gouverneur Aarnoud van Heemstra. De gouverneur vormde destijds de eenhoofdige leiding van de uitvoerende macht en gold, ondanks de aansturing vanuit Nederland en de controle door de Koloniale Staten, als de machtigste bestuurder van de kolonie; als zijn adjudant werkte Chabot daardoor rechtstreeks in de nabijheid van het hoogste koloniale gezag. In december 1921 vergezelde Chabot gouverneur Aarnoud van Heemstra als luitenant-adjudant tijdens een officieel bezoek aan Cayenne (stad). Het gezelschap reisde vanuit Suriname over zee met het stoomschip Koningin Wilhelmina, dat op 1 december omstreeks half negen 's morgens op de rede van Cayenne aankwam. In Cayenne werd het gezelschap ontvangen door vertegenwoordigers van het Franse koloniale bestuur en bezocht het onder meer het gouvernementspaleis, het militaire hospitaal en de strafkolonie. Zijn detachering werd in februari 1922 met een jaar verlengd.

Als adjudant verzorgde Chabot officiële en ceremoniële bekendmakingen namens de gouverneur. Zo kondigde hij in april 1922 ter gelegenheid van de verjaardag van prinses Juliana een middagfeest voor kinderen aan. In mei maakte hij een tuinreceptie in het Gouvernementshuis bekend, die gouverneur Aarnoud van Heemstra en zijn echtgenote Elbrig Willemine Henriette barones van Heemstra-van Asbeck hielden vanwege het bezoek van het Britse oorlogsschip Wistaria. De ontvangst bood de gasten van de gouverneur gelegenheid kennis te maken met de officieren van het schip.

Ook Chabots echtgenote, Petronella Johanna Weijne, nam deel aan het representatieve leven rond het Gouvernementshuis. In mei 1922 woonde zij samen met het gouverneursgezin en andere genodigden een officieel diner bij, waarbij Van Heemstra een tafelrede hield. Deze werd beantwoord door Simon Daniël de Vries, voorzitter van de Koloniale Staten.

Chabot vergezelde de gouverneur tevens tijdens dienstreizen. In juni 1922 nam hij deel aan een driedaagse inspectiereis langs de Surinaamse spoorweg, waarbij het gezelschap per trein naar Kabelstation en Dam reisde.

In december 1922 vergezelde Chabot Van Heemstra naar een liefdadigheidswedstrijd op het Patronaatsterrein, waarvan de opbrengst bestemd was voor het Groene Kruis. Ook Van Heemstra’s dochter Marianne Jacqueline barones van Heemstra en zijn schoonzoon, de jurist Otto Ernst Gelder graaf van Limburg Stirum, maakten deel uit van het gezelschap. De gasten werden ontvangen door het bestuur van het rooms-katholieke sportcomité. Deze aanwezigheid sloot aan bij Chabots eerdere betrokkenheid bij de organisatie van de Surinaamse sport, die in 1920 had geleid tot de oprichting van het Surinaamsch Sportcomité.

Surinaamsch Sportcomité

De betrokkenheid van militairen bij de ontwikkeling van de Surinaamse sport kende al een voorgeschiedenis. In 1909 kreeg de troepencommandant toestemming om militairen een deel van het Gouvernementsplein voor voetbal te laten gebruiken. De sport ontwikkelde zich vervolgens verder, waardoor de behoefte aan een behoorlijk ingericht sportterrein in Paramaribo toenam. Tijdens Chabots detachering kreeg deze ontwikkeling een meer institutioneel karakter. Gouverneur Gerard Johan Staal wilde in Paramaribo een geschikt sportterrein tot stand brengen en was van oordeel dat de exploitatie daarvan niet aan een particulier, maar aan een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie van sportbeoefenaars moest worden toevertrouwd. Op 25 augustus 1920 kwamen op uitnodiging van Staal kapitein H.L. Bierman, R.D. Simons, luitenant J.C.M. Chabot en E. de Vries bijeen. Volgens de historische beschrijving van Philip Abraham Samson werd als gevolg van deze bespreking het Surinaamsch Sportcomité opgericht. Het comité werd op 5 september 1920 opgericht met als doel de beoefening van openluchtsporten in Suriname te bevorderen. Chabot behoorde tot de zes oprichters, naast H.E. Aletrino, C.J. Booms, W. Heshusius, R.D. Simons en E. de Vries. Chabots betrokkenheid beperkte zich daarmee niet tot het formele oprichterschap: hij behoorde ook tot de vier personen die op uitnodiging van de gouverneur aan de voorbereidende bespreking deelnamen.

Stutgard omschreef de rol die het Surinaamsch Sportcomité vervolgens in de Surinaamse sport speelde als van „historische waarde”.

Bij gouvernementsresolutie van 15 december 1920 kreeg het comité voor twintig jaar een terrein aan de Grote Waterstraat tegenover het Commissariaat in gebruik, onder de verplichting dit terrein in te richten en beschikbaar te stellen voor openluchtsport. Het terrein bleek echter ongeschikt. In 1922 kreeg het comité uiteindelijk ongeveer 2,6 hectare in de Cultuurtuin toegewezen. Het gouvernement stelde 15.000 gulden beschikbaar om het terrein in orde te brengen. Het neutrale karakter van dit terrein was van betekenis, omdat sport er buiten de bestaande religieuze tegenstellingen kon worden beoefend. De behoefte aan een geschikt sportterrein bleek onder meer uit het moeizame verloop van de vroege voetbalcompetities. De in 1920 opnieuw georganiseerde Surinaamse Voetbal Bond begon in 1921 tweemaal aan een competitie met zes verenigingen, maar beide competities werden voortijdig beëindigd. Nadat het terrein in de Cultuurtuin gereed was gekomen, kon in het seizoen 1923/24 wel een volledige dubbele competitie worden uitgespeeld. Daarnaast kwam een Tweede Klasse met vijf verenigingen tot stand en werd Olympia kampioen. Het nieuwe terrein bood tevens mogelijkheden voor ontmoetingen met buitenlandse tegenstanders. In augustus 1923 won een Surinaamse voetbalselectie met 2–1 van G.F.C. uit Georgetown.

Het Surinaamsch Sportcomité beperkte zich niet tot voetbal. Ook de atletiek ontwikkelde zich in deze periode vanuit een sterke militaire betrokkenheid. Tussen 1909 en 1921 werd atletiek in Suriname vooral door militairen en padvinders beoefend. Op 25 augustus 1921 organiseerden militairen de eerste officiële atletiekwedstrijden in Suriname, waarbij onder meer loop- en springnummers werden gehouden. Het Sportcomité bleef na Chabots vertrek actief en ontwikkelde zich verder als organisatie voor verschillende takken van openluchtsport. Op 25 augustus 1931 begon het comité met de eerste Surinaamse Sportweek, met onder meer atletiek, wielrennen, roeien, motorbootwedstrijden en voetbal. Op 12 en 13 augustus 1932 organiseerde het de eerste scholenwedstrijden in Suriname.

Per 3 januari 1923 werd Chabot eervol ontheven uit zijn functie als adjudant, onder dankbetuiging voor de door hem in die functie bewezen diensten. Op 31 januari vertrok hij uit Suriname met het stoomschip Prins der Nederlanden. Hij kwam op 26 februari in Amsterdam aan en meldde zich twee dagen later weer bij de Koloniale Reserve.

Nederlands-Indië

Na zijn Surinaamse periode vervolgde Chabot zijn militaire loopbaan bij het KNIL in Nederlands-Indië. Eind 1927 werd zijn bevordering tot kapitein der infanterie aangekondigd. Na verlof in Nederland keerde hij begin 1928 naar Nederlands-Indië terug. In januari 1928 werd kapitein J.C.M. Chabot geplaatst bij de Troepenmacht van Atjeh en Onderhoorigheden.

Begin 1932 was Chabot als kapitein bataljonsadjudant bij het 3de garnizoensbataljon van Atjeh en Onderhorigheden te Koeta Radja. Hij werd eervol van deze functie ontheven en overgeplaatst naar het 1ste bataljon te Magelang.

Chabot was later als kapitein der infanterie gelegerd in Buitenzorg Bogor op Java. Bij het vertrek van luitenant-kolonel Soetens in november 1933 werden het vaandel en het garnizoenscommando aan kapitein Chabot overgedragen. Chabot sprak de vertrekkende commandant daarbij ‘in een hartelijke speech’ namens de officieren en soldaten toe. Een officiële publicatie uit februari 1934 vermeldt eveneens kapitein J.C.M. Chabot als in garnizoen te Buitenzorg. Met ingang van 1 juli 1934 werd hem acht maanden verlof naar Europa verleend.

Uit Chabots nalatenschap is tevens een prijsmedaille van de Nederlandsch-Indische Athletiek Unie (NIAU) voor wandelmarsen uit 1937 bewaard gebleven. Op de keerzijde staat de inscriptie „2e Comp. 1e Dep. Batalj. 1937”. De medaille houdt verband met de militaire sportbeoefening in Nederlands-Indië; uit de inscriptie alleen kan niet worden vastgesteld in welke hoedanigheid Chabot de medaille verkreeg.

Met ingang van 23 februari 1938 werd Chabot bevorderd van kapitein tot majoor der infanterie. In mei 1938 werd Chabot als majoor overgeplaatst van het 1e depotbataljon te Bandoeng naar het 2e depotbataljon te Poerworedjo, waar hij met ingang van de bestuursoverdracht werd benoemd tot bataljonscommandant. Op eigen verzoek werd hem met ingang van 28 februari 1939 eervol ontslag uit de actieve militaire dienst verleend, onder dankbetuiging voor de door hem aan het land bewezen diensten. Later dat jaar werd hij in Nederland opgenomen in het reservepersoneel van de landmacht. In de latere Nederlandse militaire administratie staat J.C.M. Chabot, geboren op 12 oktober 1892, geregistreerd als majoor bij de infanterie.

Persoonlijk leven

Chabot met zijn echtgenote Petronella Johanna Weijne en hun drie dochters, van links naar rechts Henriette, Irma en Tilly in Nederlands-Indië

Uit het huwelijk van Chabot met Petronella Johanna Weijne werden drie dochters geboren: Henriette Mathilda Geertruida Chabot (Paramaribo, 16 oktober 1919), Irma Eugenie Olga Chabot (Paramaribo, 29 mei 1921) en Tilly Johanna Wilhelmina Chabot (Den Haag, 27 maart 1923).

Chabot overleed op 9 september 1948 in Den Haag, 55 jaar oud.

Zie ook

Referenties

  1. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Nationaal Archief, Den Haag, toegang 2.13.04, Stamboeken Officieren KNIL, inv.nr. 685, fol. 69, Jozef Cornelis Marinus Chabot.
  2. 1 2 "Legerberichten", Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 23 mei 1938. – via Delpher.
  3. 1 2 3 4 5 6 7 Philip Abraham Samson, Sportterreinen in Suriname. Gedenkboekje ter gelegenheid van de opening van het Suriname stadion. DBNL (1953). Geraadpleegd op 23 augustus 2026.
  4. 1 2 3 4 5 6 Ricky W. Stutgard, Surinaamsch Sportcomité. De eerste Surinaamse sportencyclopedie (1893-1988). DBNL (1990). Geraadpleegd op 23 augustus 2026.
  5. ↑ Stadsarchief Breda, Burgerlijke Stand Breda, geboorteregister 1892, akte 668, Jozef Cornelis Marinus Chabot.
  6. ↑ Parochieregister Barbentane (Bouches-du-Rhône), 1742, doopinschrijving Paul François Chabot, zoon van Jean Baptiste Chabot en Louise Boyer.
  7. ↑ Rangeerlijst derde bataljon Waalse grenadiers, compagnie van kolonel Pineda; kerkelijke militaire registratie Franciscus Chabot, Breda, 1794.
  8. ↑ Overlijden Jean Joseph Manuel Chabot, 23 januari 1841. Stadsarchief Breda. Geraadpleegd op 23 augustus 2026 – via Open Archieven.
  9. ↑ Gezinskaart Willem Marinus Weijne. Bevolkingsregister gemeente Den Haag. Haags Gemeentearchief (1913). Geraadpleegd op 29 augustus 2026.
  10. ↑ Nico Eigenhuis, De Luitenant Weyne-weg. Suriname.nu. Geraadpleegd op 29 augustus 2026.
  11. ↑ “Het auto-ongeluk van den heer Weijne”, Het Vaderland, 18 februari 1929.
  12. ↑ Contemporaine krantenpublicatie, „Cadettenschool”, 1910, via Delpher.
  13. ↑ Huwelijk Jozef Cornelis Marinus Chabot en Petronella Johanna Weijne. Haags Gemeentearchief (26 september 1918). Geraadpleegd op 23 augustus 2026 – via Open Archieven.
  14. ↑ Departementen van Bestuur – Militair Departement. De Vraagbaak. Almanak voor Suriname 1920. DBNL (1919). Geraadpleegd op 23 augustus 2026.
  15. ↑ Brandwezen. De Vraagbaak. Almanak voor Suriname 1920. DBNL (1919). Geraadpleegd op 23 augustus 2026.
  16. ↑ Nationaal Archief Suriname, bevolkingsregistratie Paramaribo 1921, registratie Jozef Cornelis Marinus Chabot, Gouvernementsplein 3.
  17. ↑ De Surinamer: nieuws- en advertentieblad, 25 augustus 1921, „Adjudant”, via Delpher.
  18. ↑ Gouverneur van Suriname: Geheim Archief. Nationaal Archief. Geraadpleegd op 28 augustus 2026.
  19. ↑ "De gouverneur te Cayenne", De Surinamer: nieuws- en advertentieblad, 15 december 1921. – via Delpher.
  20. ↑ De West: nieuwsblad uit en voor Suriname, 9 januari 1923, advertentie „Meubelveiling”, via Delpher.
  21. ↑ „De Adjudant v.d. Gouverneur van Suriname”, De West: nieuwsblad uit en voor Suriname, 28 april 1922, via Delpher.
  22. ↑ „Tuin receptie ten Gouvernementshuize”, De Surinamer: nieuws- en advertentieblad, mei 1922; bekendmaking gedateerd Paramaribo, 3 mei 1922, via Delpher.
  23. ↑ Verslag van het officiële diner, De Surinamer: nieuws- en advertentieblad, mei 1922, via Delpher.
  24. ↑ „Gouverneurs reis”, De Surinamer: nieuws- en advertentieblad, 11 juni 1922, via Delpher; „De gouverneur op spoorweg-inspectie”, De Telegraaf, 8 juli 1922, onder verwijzing naar De West van 20 juni 1922, via Delpher.
  25. ↑ „Groene Kruis match”, De Surinamer: nieuws- en advertentieblad, 31 december 1922, via Delpher.
  26. ↑ Ricky W. Stutgard, De eerste Surinaamse sportencyclopedie (1893-1988), onderdeel voetbalgeschiedenis, DBNL.
  27. ↑ Philip Abraham Samson, Gedenkboekje ter gelegenheid van de opening van het Suriname stadion, 1953, DBNL.
  28. ↑ Ricky W. Stutgard, De eerste Surinaamse sportencyclopedie (1893-1988), onderdeel atletiek, DBNL.
  29. ↑ Bataviaasch Nieuwsblad, 3 december 1927, „Kapiteinsbenoemingen bij de Infanterie”, via Delpher.
  30. ↑ De Indische Courant, 25 januari 1928, „Militaria – Infanterie”, via Delpher.
  31. ↑ “Militaria”, De Indische Courant, 4 januari 1932.
  32. ↑ Bataviaasch Nieuwsblad, 27 november 1933, „Buitenzorg. Afscheid luitenant-kolonel Soeters”, via Delpher.
  33. ↑ Officieel – Departement van Oorlog – Infanterie. De Sumatra Post (16 februari 1934). Geraadpleegd op 23 augustus 2026.
  34. ↑ “Departement van Oorlog”, De Sumatra Post, 16 februari 1934.
  35. ↑ Prijsmedaille Nederlandsch-Indische Athletiek Unie, „Wandelmarschen”, 1937, familiecollectie Chabot.
  36. ↑ De Sumatra Post, 18 februari 1938, „Militaire promoties”, via Delpher.
  37. ↑ Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 17 februari 1939, via Delpher.
  38. ↑ De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad, 19 november 1939, „Defensie”, via Delpher.
  39. ↑ Nationaal Archief, Den Haag, toegang 2.13.99, militaire registratie J.C.M. Chabot, geb. 12-10-1892, rang majoor, wapen infanterie.
  40. ↑ Nationaal Archief Suriname, bevolkingsregistratie Paramaribo 1921, gezin J.C.M. Chabot; Burgerlijke Stand, geboortegegevens familie Chabot.
  41. ↑ Gemeente 's-Gravenhage, Burgerlijke Stand, overlijdensregister 1948, Jozef Cornelis Marinus Chabot.