Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren KANTL | ||||
|---|---|---|---|---|
KANTL in het Huis van Oombergen, een rococopand uit 1746 in dat in 2011-2012 werd gerenoveerd. | ||||
| Locatie | ||||
| Hoofdkantoor | Koningstraat in Gent | |||
| Adres | Koningstraat 18, 9000 Gent, Koningstraat 18 | |||
| Vestigingslocaties | Gent | |||
| Industrie en producten | ||||
| Activiteiten | cultureel erfgoed | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Opgericht | 1886 | |||
| Vervangt | Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde | |||
| Organisatiestructuur | ||||
| Rechtsvorm | openbare instelling | |||
| Type | taalacademie | |||
| Directeur | Judith Van Doorselaer | |||
| Voorzitter | Karel Frans Stallaert (1863 – 1863) | |||
| Verwante organisaties | ||||
| Lid van | Alle Europese academies | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Archieflocatie | Universiteitsbibliotheek Gent | |||
| Prijzen en erkenningen | koninklijke maatschappij (1886) | |||
| Links | ||||
| Website | www.kantl.be | |||
| ||||
De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (afgekort tot KANTL) is een wetenschappelijk genootschap dat sinds 1886 de Nederlandse taal en literatuur bestudeert en stimuleert. De Academie reikt jaarlijks een literaire en een wetenschappelijke prijs uit van telkens een geldbedrag van 5000 euro.
In 1886 werd de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde opgericht. Het was de eerste officiële instelling van België waarin op een wetenschappelijke manier het Nederlands bestudeerd werd. Bij haar oprichting kreeg zij ook de opdracht de literatuur in de volkstaal te bevorderen en initiatieven voor de ontwikkeling van de wetenschappen in het Nederlands te coördineren. Aldus begaf ze zich enigszins buiten het door haar naam gesuggereerde terrein.
In 1835 al hadden Jan Frans Willems en Jan Baptist David aan premier de Theux het verzoek gericht een academie op te richten die officiële beslissingen inzake de spelling zou kunnen nemen. Voorlopig leidde dit op 4 november 1836 tot de oprichting van de Maetschappy ter bevordering van de Nederduitsche Tael- en Letterkunde. Deze was gevestigd te Brussel, met plaatselijke afdelingen in meerdere Vlaamse steden, en verzorgde de uitgave van het tijdschrift Belgisch Museum voor de Nederduitsche Tael- en Letterkunde en de Geschiedenis des Vaderlands, dat van 1837 tot 1846 verscheen. Ook organiseerde deze Maetschappy het taalcongres van 1841.
Aan de instelling werd in 1924 rechtspersoonlijkheid toegekend. In 1938 werden de eigen Vlaamse Academie voor Letteren, Wetenschappen en Schone Kunsten en de Vlaamse Academie voor Geneeskunde opgericht. De Academie bestaat sinds 1939 uit 30 gewone leden en 25 buitenlandse ereleden.
De Academie speelde een belangrijke rol in de Vlaamse ontvoogding en stuurde de Vlaamse Beweging op cultureel en intellectueel vlak in sterke mate. In politiek opzicht heeft de Academie zich echter altijd neutraal opgesteld. In 1972 werd de instelling herdoopt tot Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL), Bij de tweede staatshervorming in 1980 werd de bevoegdheid over de Academie overgedragen aan de Vlaamse Gemeenschap waarbij het het een zelfstandige en ongebonden Vlaamse overheidsinstelling werd. De Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap nam een decreet aan waarin onder meer was voorzien dat de Academie de Vlaamse regering zou adviseren. De KANTL is gehuisvest in het Huis van Oombergen in Gent.
In 2018 werd de naam vereenvoudigd tot Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren, met behoud van het acroniem KANTL.
Vanaf 2003 besloot de Academie haar systeem van literatuurprijzen te vereenvoudingen en terug te brengen tot één prijs van de Koninklijke Academie. Dit systeem is een vereenvoudiging van de vele Academieprijzen die er vroeger zijn geweest. Die vroegere prijzen richtten zich vaak op heel specifieke deeldomeinen binnen de taal- en letterkunde, en ze werden veelal gefinancierd door schenkingen en legaten. De huidige prijzen worden gefinancierd door de samengevoegde fondsen uit die vroegere schenkingen en legaten.
Vanaf 2016 reikt de KANTL elk jaar twee prijzen uit: een literaire en een wetenschappelijke prijs. De literaire prijs is vierjaarlijks afwisselend voor proza, kinder- en jeugdliteratuur, essay en poëzie. Vanaf 2025 vervangt 'Kinder- en Jeugdliteratuur' de categorie 'Podiumteksten'. De wetenschappelijke prijs is vierjaarlijks afwisselend voor Taalkunde, Literatuurstudie, Vlaamse ontvoogding en oudere taal, literatuur en cultuur.
Twee van de wetenschappelijke prijzen blijven de naam dragen van een belangrijke schenker:
| Jaar | Literaire prijs | Categorie | Wetenschappelijke prijs | Vakgebied/prijs |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | Joke Hermsen voor Tijd is hoop : alle essays over de tijd (De Arbeiderspers, 2025) | Essay | Jozef (Jef) Janssens voor Vertellen is een kunst: de geschiedenis van Karel ende Elegast èn voor De liederlijke middeleeuwen | Leonard Willemsprijs |
| 2025 | Saskia de Jong voor haar debuut Over gehaktballen, met illustraties van Leon ter Molen | Kinder- en Jeugdliteratuur. Deze prijs werd voor de eerste keer uitgereikt | Arne Dhondt voor zijn proefschrift Pluricentrisme in de praktijk. Naar een methode voor de codificatie van grammaticale verschillen tussen Belgisch Nederlands en Nederlands Nederlands (UGent, 2024) | Taalkunde |
| 2024 | Anjet Daanje voor Het lied van ooievaar en dromedaris (Passage, 2022) | Proza | Johan Vanhecke voor Voor moedertaal en vaderland: Hendrik Conscience biografie (2021) | Leon Elautprijs |
| 2023 | Kreek Daey Ouwens voor Guillaume (Wereldbibliotheek, 2020) Met illustraties van Ineke van Doorn | Poëzie | Marlou De Bont voor haar proefschrift Een zoete ontroering van medelyden. Sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans (Universität Wien/Universiteit Antwerpen, 2021) | Literatuurstudie |
| 2022 | Cyrille Offermans voor Een iets beschuttere plek misschien (Privé-domein, 2018) | Essay | René van Stipriaan voor De hartenjager. Leven, werk en roem van Gerbrandt Adriaensz. Bredero (Querido) | Leonard Willemsprijs |
| 2021 | Niet uitgereikt | Podiumkunsten | Chris De Wulf voor Klankatlas van het veertiende-eeuwse Middelnederlands: Het dialectvocalisme in de spelling van lokale oorkonden | Taalkunde |
| 2020 | Jeroen Olyslaegers voor WIL (De Bezige Bij, 2016) | Proza | Ludo Stynen voor zijn biografie Pol De Mont. Een tragisch schrijversleven (Polis, 2017) | Leon Elautprijs |
| 2019 | Ester Naomi Perquin voor Meervoudig afwezig | Poëzie | Linde De Potter voor haar proefschrift Elk zijn genre, elk zijn Claus: Hugo Claus en de populaire verhaalcultuur | Literatuurstudie |
| 2018 | Thijs Lijster voor De grote vlucht inwaarts: essays over cultuur in een onoverzichtelijke wereld (De Bezige Bij, 2016) | Essay | Tom Verschaffel voor De Weg naar het binnenland | Leonard Willemsprijs |
| 2017 | Stijn Devillé voor zijn volledige trilogie Hebzucht, Angst en Hoop | Podiumteksten | 2 prijzen:
Anne-Sophie Ghyselen voor haar proefschrift Verticale structuur en dynamiek van het gesproken Nederlands in Vlaanderen: een empirische studie in Ieper, Gent en Antwerpen en Eline Zenner voor haar proefschrift Cognitive Contact Linguistics: The macro, meso and micro influence of English on Dutch|| Taalkunde | |
| 2016 | Ilja Leonard Pfeijffer voor La Superba | Proza | Janneke Weijermars voor Stiefbroeders. Zuid-Nederlandse letteren en natievorming onder Willem I, 1814-1834 (Verloren,2012) | Leon Elautprijs |
| 2015 | Leonard Nolens voor Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen | Poëzie | / | |
| 2014 | / | Herman Brinkman voor zijn hele oeuvre | Leonard Willemsprijs | |
| 2013 | Eric de Kuyper voor Applaus (2012) | Essay | / | |
| 2012 | Tom Lanoye voor Atropa. De wraak van de vrede | Podiumteksten | Adelheid Ceulemans voor Verklankt verleden. Vlaamse muziektheaterwerken uit de negentiende eeuw (1830-1914) (2010) | Leon Elautprijs |
| 2011 | Arnon Grunberg voor Tirza | Proza | / | |
| 2010 | Leo Vroman voor Soms is alles eeuwig | Poëzie | / | |
| 2009 | / | Helmut Tervooren voor Van der Masen tot op den Rijn. Ein Handbuch zur Geschichte der mittelalterlichen volkssprachlichen Literatur im Raum von Rhein und Maas. (2006) | Leonard Willemsprijs | |
| 2008 | Stefan Hertmans voor Het zwijgen van de tragedie | Essay | Greet Draye voor Laboratoria van de natie. Nederlandstalige literaire genootschappen in Vlaanderen over politiek, literatuur en identiteit 1830-1914 (2009) | Leon Elautprijs |
| 2007 | David van Reybrouck voor Die siel van die mier | Podiumteksten | / | |
| 2006 | Stefan Brijs voor De engelenmaker | Proza | / | |
| 2005 | Gerrit Kouwenaar voor Totaal witte kamer | Poëzie | / | |
| 2004 | / | Louis Peter Grijp won de Leonard Willemsprijs voor zijn hele oeuvre. Joris Dedeurwaerder won de Leon Elautprijs voor Professor Speleers, een biografie (2002) | Leonard Willemsprijs Leon Elautprijs | |
| 2003 | Jan de Roder voor Het onbehagen in de literatuur | Essay | / |
In 2023 riep de academie een nieuwe prijs in het leven: de Taalpenning. De Penning wordt elke twee jaar uitgereikt aan "een persoon of een organisatie die zich onderscheiden heeft met een onvervangbare bijdrage voor de bevordering van het neerlandistisch taal- en letterkundeonderzoek, of als pleitbezorger en ambassadeurvan het Nederlands". De penning vormt een erkenning voor de geleverde bijdrage aan de studie van het Nederlands, en/of aan de uitstraling ervan. De bedoeling is om de prijs om de twee jaar uit te reiken.
Voor de reorganisatie van de literatuurprijzen in 2003 keerde de Academie verschillende meerjaarlijkse prijzen uit:
Aan het hoofd van de KANTL staat een bestuur met verkozen voorzitter, ondervoorzitter en secretaris. Anno 2026 mogen er maximaal veertig leden en een onbepaald aantal ereleden zijn.
Literatuur
Referenties