Kees Koole

Kees Koole
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemene informatie
Geboortedatum 21 april 1912Bewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 13 april 1977Bewerken op Wikidata
Werk
Beroep verzetsstrijder, schipperBewerken op Wikidata

Cornelis (Kees) Koole (Schipluiden, 21 april 1912 – Castricum, 13 april 1977) was een Nederlandse schipper. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hielp hij 72 personen de zee over naar Engeland door ze met het schip Nooit Volmaakt buitengaats te brengen.

Levensloop

Kees Koole werd geboren in Schipluiden als zoon van Pieter Koole en Adriana Johanna de Bruijn. Zowel grootvader als vader van Koole waren schippers, dus werd ook hij schipper. Eerst voer hij met zijn vader mee, later huurde hij een schip van 40 ton van Sietse Rienksma, een vriend die met Rudy Burgwal, Cees Waardenburg en vier anderen naar Engeland was gevlucht. Het schip was een Westlands model en heette de Nooit Volmaakt. Koole woonde in Schipluiden en vervoerde aardappelen naar de Hoeksche Waard, Voorne-Putten en Goeree-Overflakkee.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940, werd zijn broer Johannes door de Duitsers gedood. Koole had daarna tijdens de bezetting altijd onderduikers in huis. Op een dag stond Anton Schrader voor de deur. Hij had zijn naam opgekregen via Maarten van Dorp, een neef van Rienksma. Schrader werkte bij het Rijksbureau voor Voedselvoorziening in Oorlogstijd, waar hij Hoofd Bureau Grondstoffen van het Rijksbureau was, waardoor hij aan extra brandstof kon komen. Ze gingen samenwerken.

Thuis in Den Haag sprak Schrader met mensen die naar Engeland wilden uitwijken en door Koole geholpen wilden worden, en zo stelde hij de bemanningen samen. Iedere groep moest minstens een ervaren zeiler hebben, en een kompas. Later ging Schrader zelf ook naar Engeland, en kwam terug als kapitein van de Inlichtingendienst.

Meestal vertrok Koole vanaf de Van Ravesteijnwerf in Leidschendam, waar de bootjes door Jo en Pier Meijer zeewaardig werden gemaakt. De vlet werd dan in het ruim van de Nooit Volmaakt onder de aardappelen verstopt of gewoon op sleeptouw genomen. Soms kwamen de Engelandvaarders ook daar aan boord, maar meestal haalde Koole hen later op, dat was veiliger. Dicht bij zee werden de vlet en de bemanning neergelaten, en konden ze met eb de zee op. Als het lukte door de branding te komen, hadden ze grote kans de overkant te halen. Het waren meestal studenten en mensen uit het verzet die overgingen, maar ook wel piloten. Hiervoor kreeg Koole later een dankbetuiging van president Eisenhower.

Kees Koole hielp in totaal 72 personen, maar wist lang niet altijd hun namen. Op 29 april 1943 bracht Koole de Yvette via de Schie en over de Brielse Maas naar een kreek bij Brielle. Op 5 mei 1943 bracht hij het vluchtbootje van de latere politicus Jaap Burger naar Oud-Beijerland. Eén transport dat hij uitvoerde betrof wapens, op verzoek van de ondergrondse moesten die van de Hoeksche Waard naar Dordrecht vervoerd worden. Hij nam vijf mannen mee, ieder met een revolver. Het liep goed af.

Na de oorlog

Als dank voor zijn hulp kreeg hij in 1946 van de bemanning van de Yvette, Hein Kaars Sijpesteijn, Jan Bartlema en zijn vrouw Yvette Bartlema-Sanders, Hein Louwerse en Henning Meyer een Delftsblauw herinneringsbord. Na bemiddeling van koningin Wilhelmina kon Koole een transportbedrijf in Wormerveer beginnen en vervoerde vetten voor ondernemer Sijpesteijn. Op 9 mei 1964 werd Koole uitgenodigd bij een reünie van Engelandvaarders in het Oorlogsmuseum Overloon in Overloon. Tijdens deze reünie werd de Yvette overgedragen aan het oorlogsmuseum. Het is het enige bewaarde vletje van Engelandvaarders.

Bronnen