Kees Vrieze

Kees Vrieze (Bandoeng, 13 september 1937 – Egmond aan den Hoef, 20 oktober 2019) was een Nederlands scheikundige.

Achtergrond

Hij was zoon van het Haagse echtpaar Petronella Wilhelmina Schnetz en ambtenaar (Verkeer en Waterstaat NOI) Egbert Vrieze. Hijzelf was getrouwd tussen 1960 en 1982 (echtscheiding) getrouwd met Rita Buenting, die Franse taal en letterkunde studeerde aan Universiteit Leiden (doctoraal 1966). Later trouwde hij met Irene (achternaam onbekend).

Zijn leven startte ongelukkig; het gezin werd na de inval en tijdens de bezetting van Nederlands-Indië door Japan geïnterneerd in een Jappenkamp. Het gezin kwam pas weer bij elkaar toen ook Kamp Tjideng (de naam Vrieze-Schnetz komt voor op de lijst geïnterneerden augustus 1945 aanwezig in het Nationaal Archief) door de Britten bevrijd was. Zijn beginperiode aan lager onderwijs miste hij door de internering. Na de bevrijding trok het gezin naar Nederland, alwaar hij kon aanschuiven op een lagere school in Rotterdam. Hij deed daar alleen de laatste drie jaren. Desalniettemin waren zijn cijfers dermate goed, dat hij naar het gymnasium mocht. In 1956 behaalde hij het eindexamen aan het Maerlant Lyceum in Den Haag.

Scheikunde

Hij had al vroeg een interesse in scheikunde en “ging dat daarom maar” studeren aan de Universiteit Leiden met in 1962 het doctoraalexamen onder Anton van Arkel, die hem nog meer enthousiasmeerde in de scheikunde. Vrieze ging voor Shell werken, afdeling Koninklijke Shell Laboratorium Amsterdam (KSLA). Vanuit het bedrijf werd hij gestimuleerd verder te leren in de organometaalchemie. Daartoe ondernam hij tussen 1962 en 1964 een studie een het University College London (UCL), waar hij afsloot met proefschrift Metal-Metal and Metal-Hydrogen bonds. Het proefschrift kwam mede tot stand door zijn onderzoek naar verbindingen tussen Rhodium-I en Kwik-II. Hij was amper terug bij Shell of Lord Rothchild (ex-hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge) vroeg hem als persoonlijk assistent.

In 1970 werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar Anorganische Chemie (vanaf 1999 Coördinatie- en organometaalchemie) aan de Universiteit van Amsterdam, hij moest daarbij wel direct een reorganisatie doorvoeren. Hij was er ook een periode decaan. In 1984 werd hij lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en was daar tussen 1990 en 1996 algemeen secretaris en penningmeester. In 2000 ging hij met afscheidscollege Achter en door de spiegel met emeritaat met nog de mogelijkheid promovendi te mogen begeleiden.

Hij werd in Egmond aan den Hoef begraven.