De keizerlibellen (Anax) vormen een geslacht van echte libellen (Anisoptera) uit de familie glazenmakers (Aeschnidae). Het geslacht omvat meer dan 35 soorten, waarvan er drie in Nederland voorkomen.
De wetenschappelijke naam van het geslacht werd in 1815 voorgesteld door William Elford Leach, met op dat moment als enige soort Anax imperator, die daarmee automatisch de typesoort werd. Het woord Anax komt uit het Grieks en betekent "(feodale) heer".
Bouw en anatomie
Het labium reikt in rust tot voorbij de coxae van het tweede potenpaar. De ogen zijn aan de rugzijde afgevlakt en de lengte (langs de lengte-as van het lichaam gemeten) is iets groter dan de oogbreedte (haaks op de lengte-as). De achterranden van de ogen liggen in elkaars verlengde. De kop is afgerond. De dorsale mannelijke lob is vrij rechthoekig en het abdominaal segment 6 heeft geen laterale doorn.
Volgroeide larven worden zelden minder dan 49 mm lang. Van sommige soorten kunnen ze tot 100 mm worden.
↑Dijkstra, K.-D.B. (2008). Libellen van Europa, veldgids met alle libellen tussen Noordpool en Sahara. Kosmos, Utrecht/Antwerpen. Deze namen worden ook in world.observation.org, de internationale versie van waarneming.nl en waarnemingen.be, gebruikt.