
Het Kempens is een groep Brabantse dialecten. Ze worden grofweg gesproken in de oostelijke twee derden van de provincie Antwerpen; in de Antwerpse Kempen dus.
Het Kempens vertoont diverse overeenkomsten met de omliggende Brabantse dialecten: Zuid-Brabants, (Groot-)Antwerps (de dialecten van de stad Antwerpen en haar omgeving), Baronies en Oost-Brabants. Ook met het (West-)Limburgs bestaan overeenkomsten, die in het oosten van de provincie soms zeer uitgesproken zijn. Typisch aan het Kempens is de relatief kleine invloed van en op Brabantse dialecten in Nederland; waar het Antwerps een overgangsdialect vormt tussen Noord-Brabantse en Zuid-Brabantse dialecten, is dat voor het Kempens minder het geval. Alleen het uiterste noorden van de Belgische Kempen is in de loop der eeuwen vernederlandst (zie onder).
Het Kempens laat zich verdelen in het Noorder- en Zuiderkempens. Het Zuiderkempens heeft merkbare invloed van het Zuid-Brabants (Leuvens, Brussels) ondergaan, het Noorderkempens is daarbuiten gebleven.
Men moet het Kempens niet verwarren met het streekdialect Kempenlands, wat grotendeels in de in Nederland gelegen grensstreek Brabantse Kempen gesproken wordt, maar ook in delen van zowel de Antwerpse als de Belgisch Limburgse Kempen.
Niet in heel de Antwerpse Kempen wordt Kempens gesproken. De dialecten van Baarle-Hertog, Hoogstraten, Rijkevorsel en Brecht worden tot het Baronies gerekend, het dialect van Ravels en Oosthoven valt onder het Midden-Brabants, in Arendonk en Postel (en in het Limburgse Lommel) zijn Kempenlandse dialecten inheems. Veel plaatsen in het noorden van de streek vallen dus onder "Nederlandse" subdialecten.
Ook buiten de provincie Antwerpen wordt Kempens gesproken. Volgens dialectologisch onderzoek spreekt men Noorderkempens in de Limburgse plaatsen Leopoldsburg, Oostham, Kwaadmechelen, Genendijk, en in Kerkhoven (een gehucht van Lommel). In de Limburgse plaatsen Tessenderlo, Schoot, Engsbergen en Hulst wordt Zuiderkempens gesproken.
In Vlaams-Brabant wordt Zuiderkempens gesproken in Keerbergen, Begijnendijk, Wolfsdonk, Averbode, en Deurne. Over het dialect van Keerbergen en Begijnendijk zeggen de onderzoekers wel dat het "dialectologische overgangsplaatsen" zijn, die zich "in ongeveer gelijke mate zowel tegen hun noordelijke als tegen hun zuidelijke buurgemeenten afzetten". Hoewel ze onder het Zuiderkempens gecategoriseerd worden, vertonen deze dialecten dus ook sterke overeenkomsten met het Zuid-Brabants, en is het voor discussie vatbaar of dit Kempense dan wel Zuid-Brabantse dialecten zijn.
De dialectgroep is onderling nogal divers en het is niet eenvoudig er een definitie van te geven. De klanken die het Antwerps en Zuid-Brabants tekenen, hoort men veelal ook in het Kempens. Zo wordt de Standaardnederlandse aa vaak tot oa of een andere donkere realisatie, en worden de tweeklanken ei/ij en ui vaak wijder uitgesproken dan in het AN.
Ondanks de vele overeenkomsten met andere Brabantse dialecten, wordt het Kempens in Vlaanderen toch vaak beschouwd als een herkenbaar en typisch dialect. Er zijn dan ook wel wat typische klankkenmerken die in een groot deel van de Kempen voorkomen, maar daarbuiten binnen de Brabantse dialecten die in het huidige Vlaanderen gesproken worden eerder zeldzaam zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende kenmerken:
Ten noorden van het Kempense dialectgebied, wordt Baronies, Midden-Brabants en Kempenlands gesproken. Deze dialecten bevinden zich voornamelijk op het grondgebied van de Nederlandse provincie Noord-Brabant. Deze Noord-Brabantse dialecten verschillen op verscheidene punten van het Kempens. Enkele voorbeelden:
Ten westen van het Kempens dialectgebied worden voornamelijk Antwerpse dialecten gesproken. De grens tussen het Kempens en het Antwerps mag niet te strikt geïnterpreteerd worden. Het Antwerpse stadsdialect heeft doorheen de eeuwen een invloed uitgeoefend op de dialecten van de gemeenten die direct ten oosten van Antwerpen liggen. Oorspronkelijk klonken de dialecten direct ten oosten van Antwerpen dus 'Kempenser' dan vandaag.
Enerzijds komen sommige 'Antwerpse' kenmerken ook voor in de westelijke delen van het Kempense dialectgebied. Anderzijds zijn sommige kenmerken van het Antwerpse stadsdialect minder sterk verspreid geraakt, waardoor sommige 'Kempense' kenmerken ook nog voorkomen in de gemeenten rond Antwerpen die toch tot het Antwerpse dialectgebied gerekend worden. Hieronder enkele verschillen tussen beide dialectgebieden:
Ten zuiden van het Kempense dialectgebied worden Zuid-Brabantse dialecten gesproken. Het gaat meer bepaald om Kleinbrabants, Centraal-Zuid-Brabants, en Hagelands. Het Zuiderkempens vertoont relatief meer gelijkenissen met de Zuid-Brabantse dialecten dan het Noorderkempens. Toch kunnen de twee dialectgebieden op basis van verschillende kenmerken duidelijk van elkaar onderscheiden worden:
Ten Oosten van het Kempens dialectgebied worden West-Limburgse dialecten gesproken.
De grens tussen de Kempense en de Limburgse dialecten wordt gevormd door de Uerdinger-linie, een dialectgrens die het gebied waar men 'ik' (Kempens) gebruikt onderscheidt van het gebied waar 'ich' (Limburgs) gebruikt wordt.
Naast de Uerdinger-linie, is er nog een andere belangrijke grens die de Kempense en Brabantse dialecten van de Limburgse onderscheidt: de Gete-linie. De Gete-linie loopt net iets oostelijker dan de Uerdinger-linie. De Gete-linie is een verzameling van tientallen dialectgrenzen of isoglossen die op ongeveer dezelfde plaats in West-Limburg van noord naar zuid lopen. Enkele voorbeelden van dialectkenmerken die de Gete-linie onderscheidt, zijn:
De ligging van de Uerdinger-linie en de Gete-linie zorgen ervoor dat de grens tussen het Kempense en het Limburgse dialectgebied geen 'harde' grens is: