| Koko Pol | ||||
|---|---|---|---|---|
Koko Pol (2015) | ||||
| Priester van de Rooms-Katholieke Kerk | ||||
| Geboren | 19 augustus 1941 | |||
| Plaats | Hechtel-Eksel | |||
| Overleden | 12 december 2023 | |||
| Plaats | Kinshasa | |||
| Wijdingen | ||||
| Priester | 1969 | |||
| ||||
Leopold (Pol) Feyen (Hechtel-Eksel, 19 augustus 1941 – Kinshasa, 12 december 2023), beter gekend als Koko Pol, was een Belgisch rooms-katholiek priester en missionaris van de salesiaanse congregatie van Don Bosco. Hij bracht het grootste deel van zijn leven door in de Democratische Republiek Congo, waar hij werkzaam was in de opvang, herintegratie en beroepsopleiding van straat- en kansarme jongeren, onder meer als stichter van het vormingscentrum Magone en de Cité des Jeunes Don Bosco in Lubumbashi.
Leopold Feyen werd geboren op 19 augustus 1941 in het gehucht "De Hoef" te Hechtel-Eksel, in de provincie Limburg, België. Hij groeide op in een landelijke gemeenschap in het noorden van Limburg, in een periode die sterk werd beïnvloed door de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de katholieke tradities die het sociale leven in Vlaanderen mee vormgaven.
Over zijn vroege jeugd is beperkt publiek gedocumenteerd, maar zijn latere keuze voor het religieuze leven wijst op een sterke verbondenheid met het katholieke geloof en de missiegedachte die in die periode in Vlaanderen nog sterk aanwezig was.
In 1961 trad Feyen toe tot de congregatie van de Salesianen van Don Bosco, officieel de Sociëteit van Sint-Franciscus van Sales, een rooms-katholieke orde opgericht door Johannes Bosco in de 19e eeuw. De congregatie richt zich wereldwijd op onderwijs, beroepsvorming en begeleiding van jongeren, in het bijzonder jongeren in kwetsbare situaties.
Hij legde zijn eerste religieuze geloften af in 1961. Na zijn wijding werd hij uitgezonden als missionaris naar de Democratische Republiek Congo, destijds een land in politieke en maatschappelijke verandering na de onafhankelijkheid van België in 1960.
Feyen zou tot de eerste lichting salesianen behoren die een deel van hun priesteropleiding in Congo kregen en dus al van in zijn seminarietijd ondergedompeld werd in de Congolese cultuur en samenleving. In augustus 1967 volgden zijn eeuwige geloften, waarmee hij zich definitief aan de orde verbond. Zijn theologische en pastorale opleiding werd afgerond met zijn priesterwijding op 13 september 1969.
Kort na zijn priesterwijding vestigde Feyen zich definitief in Congo, waar hij voor de rest van zijn leven actief bleef. Zijn werk situeerde zich binnen het salesiaanse netwerk van scholen, opleidingscentra en parochies.
Een belangrijk deel van zijn missie vond plaats in Lubumbashi, in het zuiden van het land. Daar was hij betrokken bij de Cité des Jeunes (Stad van de jongeren), een centrum voor technisch en beroepsonderwijs dat jongeren praktische vaardigheden aanleerde met het oog op werk en maatschappelijke integratie. Het centrum combineert onderwijs met internaatswerking en pastorale begeleiding. Feyen speelde een rol in de begeleiding van leerlingen, het organiseren van jeugdactiviteiten en het ondersteunen van lokale gemeenschappen. Zijn aanpak sloot aan bij de pedagogische visie van Don Bosco, die onderwijs, discipline en persoonlijke begeleiding combineert met nabijheid en vertrouwen.
Zo werd op Feyens initiatief het beroeps- en ambachtsopleidingscentrum Magone opgericht. Als aalmoezenier van de jeugdafdeling van de gevangenis van Kasapa werd hij in 1975 geconfronteerd met de moeilijke situatie van opgesloten kinderen. Om te voorkomen dat deze jongeren na hun vrijlating opnieuw in detentie terechtkwamen, stelde hij de oprichting van een heropvoedings- en opleidingscentrum voor. Met toestemming van zijn oversten stichtte Feyen Magone vanuit de Cité des Jeunes. In 1980 verhuisde het centrum naar een eigen locatie nabij de Cité. Dat jaar werden de eerste twaalf kinderen opgevangen, voornamelijk afkomstig uit de jeugdgevangenis van Kasapa en een jeugdhuis in Ruashi. Aanvankelijk richtte Magone zich op kinderen jonger dan twaalf jaar, maar later werd de werking uitgebreid tot alle kwetsbare jongeren die wegens hun leeftijd of financiële situatie niet terechtkonden in de Cité des Jeunes.
Vanaf omstreeks 1998 was Feyen werkzaam in Kinshasa. Daar werkte hij in parochiale en sociale projecten, onder meer in de gemeente Masina.
Een belangrijk onderdeel van zijn inzet was de begeleiding van straatkinderen en jongeren zonder stabiele thuissituatie. Hij ondersteunde opvanginitiatieven, onderwijsprojecten en gemeenschapswerking. Zo bestierde hij vanaf 2002 Maison Papy (Papy‐Huis), een weeshuis dat zich om straatkinderen bekommert, wezen die in de steek gelaten zijn door hun familie of geplaatst door de rechter. Dit zou zijn levenswerk worden.
Naast zijn pastorale taken engageerde Feyen zich ook in praktische initiatieven, waaronder landbouw- en tuinprojecten die voedsel voorzagen voor scholen en gemeenschappen binnen het salesiaanse netwerk. Dergelijke projecten waren bedoeld om zelfredzaamheid te bevorderen en de leefomstandigheden van jongeren te verbeteren.
Geïnspireerd door Don Bosco's visie zette Pol feyen hard in op spel en sport. Na de schooluren zorgde hij voor dagelijkse sportmomenten om de jongeren van de straat te houden. De salesiaanse missionaris richtte het centrum Cité des Jeunes op in Lubumbashi om straatkinderen en jongeren in moeilijkheden op te vangen. Naast een vakopleiding zette hij zwaar in op sport als opvoedingsmiddel. Hij coachte en trainde de jongeren zelf op de sportvelden die ze samen aanlegden. Onder zijn leiding groeide de club uit tot een nationaal topteam dat in 1990 en 1991 de Coupe du Congo, de nationale Congolese Basketbal competitie "FEBACO", won.
Ook op latere leeftijd bleef hij actief betrokken bij deze werkzaamheden, ondanks gezondheidsuitdagingen die met zijn leeftijd gepaard gingen.
In de nacht van 11 op 12 december 2023 werd Leopold Feyen dood aangetroffen in zijn woning op het terrein van de parochie Sainte Marie Auxiliatrice in Masina, Kinshasa. Hij was het slachtoffer van een gewelddadige aanval met messteken.
Door de familie wordt een monument of standbeeld ter Feyens nagedachtenis gepland in zijn geboorteplaats Hechtel. Het monument moet de essentie van Koko Pols werk en zijn inzet voor de straatkinderen weerspiegelen. Zo zouden vlinders in het werk moeten voorkomen, want Koko Pol noemde zijn straatkinderen 'papillons' (vlinders); een symbool voor de hoop en de vrijheid die Koko Pol hen gegeven had.