
Een oogprothese, ook wel kunstoog genoemd, is een prothese ter vervanging van een oog. Hoewel lang niet alle kunstogen van glas zijn wordt de benaming glazen oog ook nog wel gebruikt. Kunstogen waarmee de drager daadwerkelijk kan zien, bestaan vooralsnog niet.
De eerste vermelding van de toepassing van een glazen oog dateert van 1579 toen in de oogkas van een patiënt, een in Venetië vervaardigde glazen knikker werd aangebracht. In de 19e eeuw waren aanvankelijk Parijs en vanaf circa 1835 het Thüringse plaatsje Lauscha centra, waar voor die tijd, tot na de Eerste Wereldoorlog, kwalitatief goede glazen kunstogen werden gemaakt.
Moderne oogprotheses worden gemaakt van glas of van kunststof. Ze zijn niet meer volledig bolvormig maar vervangen slechts het zichtbare deel van de oogbol. De rest van de oogkas is gevuld met littekenweefsel.
Geavanceerdere prothesen vervangen de oogbol door een kunststof bol waaraan de oogspieren weer worden bevestigd, zodat het oog meebeweegt. Hierop wordt dan een losse schaal geplaatst die kan worden verwisseld en die gemodelleerd is op de kleur van het andere oog.