Kurt Tank

Kurt Tank
Kurt Tank in 1941
Kurt Tank in 1941
Algemene informatie
Volledige naam Kurt Waldemar Tank
Geboren 24 februari 1898
Bromberg-Schwedenhöhe
Overleden 5 juni 1983
München
Nationaliteit Duits
Geboorteland Duitse Rijk
Beroep ingenieur, vliegtuigontwerper en vliegenier
Bekend van Focke-Wulf
Familie
Vader Wilhelm Tank

Kurt Waldemar Tank (Bromberg-Schwedenhöhe, 24 februari 1898 - München, 5 juni 1983) was een Duitse ingenieur, vliegtuigontwerper en vliegenier.

Biografie

Tank werd geboren in Bromberg, het huidige Bydgoszcz, als zoon van beroepsmilitair en hydraulisch ingenieur Willi Tank en zijn vrouw Anna, geboren Schertzinger. Hij bezocht het gymnasium in Nakel an der Netze, het huidige Nakło nad Notecią, dat hij in 1915 voortijdig verliet om zich vrijwillig aan te melden voor het in de Eerste Wereldoorlog verwikkelde Duitse leger. Hij diende in de infanterie aan het Oostfront en werd opgeleid tot officier; aan het einde van de oorlog was hij reserveluitenant en compagniescommandant. In deze hoedanigheid bleef hij nog tot het voorjaar van 1919 in dienst bij het Freikorps Märker in Weimar.

Na zijn militaire dienst behaalde hij alsnog zijn middelbareschooldiploma en liep hij van mei tot november 1919 stage bij Orenstein & Koppel in Berlijn. Vervolgens studeerde hij van 1919 tot 1924 elektrotechniek en werktuigbouwkunde aan de Technische Hochschule Berlin. In Berlijn was hij medeoprichter van de Akademische Fliegergruppe Berlin en werkte hij mee aan het ontwerp van het zweefvliegtuig Teufelchen als onderdeel van zijn examenvoorbereiding.

In 1924 trouwde hij met Charlotte Teufel, met wie hij twee dochters en een zoon zou krijgen.

Van april 1924 tot december 1929 was hij hoofd van de afdeling aerodynamica en vluchtproeven bij Rohrbach Metallflugzeugbau. In 1925 behaalde hij zijn A-2 vliegbrevet op vliegveld Staaken. Van januari 1930 tot oktober 1931 was hij projectleider van de testvluchten van de Bayerische Flugzeugwerke - het latere Messerschmidt - in Augsburg.

Focke-Wulf

Op 1 november 1931 trad hij bij Focke-Wulf-Flugzeugbau AG in Bremen in dienst als technisch directeur van de ontwerp- en testafdeling, in eerste instantie samen met Henrich Focke en vanaf 1933 alleen. Omdat Tank verantwoordelijk was voor vluchtmechanica, vluchtproeven en ontwerp, ontwikkelde hij als ontwerper en testpiloot vele vliegtuigtypen voor de Duitse Luftwaffe en de burgerluchtvaart. Al snel na de machtsovername door de nazi's begon de herbewapening. Wapenfabrikanten in het hele Rijk ontvingen talrijke orders en intensiveerden hun onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten en wapens.

Op 10 april 1933 werd Tank benoemd tot lid van de raad van bestuur van Focke-Wulf AG als opvolger van Henrich Focke. Nadat het bedrijf in 1936 was omgezet in een GmbH (besloten vennootschap), trad hij in 1937 ook daar toe tot de raad van bestuur tot de ontbinding ervan op 15 juli 1946. Nadat hij in 1938 zijn vliegbrevet had behaald, werd hij het jaar daarop benoemd tot "Wehrwirtschaftsführer" (militair-economisch leider) en in 1940 tot hoofd van de Entwicklungsgruppe Kunststoffe. In 1942 werd hij vicevoorzitter van de Academie voor Luchtvaartonderzoek. Vanaf 1944 stond hij aan het hoofd van de commissie voor de ontwikkeling van nachtjagers (ingezet voor de afweer van nachtelijke geallieerde aanvallen) voor de gehele Duitse vliegtuigindustrie.

Vliegtuigontwerpen voor Focke-Wulf

Een Focke Wulf Fw 190, een van de bekendste ontwerpen van Tank
Majoor Günther Specht (links) en Kurt Tank (rechts)
Tank (links, nauwelijks zichtbaar) presenteert de IAe 33 aan president Perón (midden, in wit uniform), ca. 1951

In 1933 en 1934 werden onder leiding van Tank de Fw 44 Stieglitz (een trainingsvliegtuig voor de Duitse Luftwaffe), de Fw 56 Stößer (een trainingsjachtvliegtuig) en in 1935 de tweemotorige Fw 58 Weihe (een oefenvliegtuig) ontworpen. In 1936 ontwierp hij het multifunctionele gevechtsvliegtuig Fw 57. Als een hoogtepunt van voor de oorlog werd de aerodynamisch geavanceerde viermotorige Fw 200 Condor gezien, die in 1938 als eerste passagiersvliegtuig de route Berlijn - New York in beide richtingen vloog en verschillende wereldrecords vestigde.

Andere ontwikkelingen waren onder meer de Fw 47 (een weervliegtuig), de Fw 55 (een zeetrainingsvliegtuig), de Fw 62 (een zeeverkenningsvliegtuig), de Fw 189 Uhu (een verkenningsvliegtuig voor korte afstanden ), de Fw 191 (een tweemotorige bommenwerper) en de Fw 300 (een ontwerp voor een viermotorig transatlantisch transportvliegtuig).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Tank een van de belangrijkste ontwerpers van jachtvliegtuigen voor de Duitse Luftwaffe. In 1939 begon hij de ontwikkeling van de eenzitsjager Fw 190 Würger, die vanaf 1941 naast de Messerschmitt Bf 109 het tweede standaardjachtvliegtuig van de Luftwaffe werd. De doorontwikkeling daarvan, de Ta 152, werd in 1945 slechts sporadisch ingezet. Beide behoorden tot de beste jachtvliegtuigen van hun tijd. Tegen het einde van de oorlog speelde hij een leidende rol bij Focke-Wulf in de ontwikkeling van de baanbrekende straaljager Ta 183 Huckebein. De door de geallieerden buitgemaakte blauwdrukken hadden een aanzienlijke invloed op de ontwikkeling van de Russische MiG-15 en de Amerikaanse F-86.

Overige activiteiten in Duitsland

Tank trad op 1 april 1932 toe tot de NSDAP (lidmaatschapsnummer 1.065.797) en werd in 1939 benoemd tot Wehrwirtschaftsführer (militair economisch leider).

De Technische Hochschule Braunschweig benoemde hem in 1943 tot professor; hij bekleedde ook een docentschap voor speciale vliegtuigen (langeafstands- en hogesnelheidstransportvliegtuigen). In 1944 en 1945 gaf hij leiding aan de Hoofdontwikkelingscommissie (ESK) en de ontwikkelingscommissie Nachtjagd. Op 8 april 1945 werd hij door de Britse inlichtingendienst gevangengenomen op het Focke-Wulf-hoofdkwartier in Bad Eilsen en geïnterneerd in kasteel Schaumburg.

Na de oorlog werd hem door de Geallieerde Controleraad een Berufsverbot opgelegd. In 1945 richtte hij zijn eigen ingenieursbureau op en ontwierp woon- en werkgebouwen, maar zijn hart bleef bij de vliegtuigbouw.

Activiteiten in Argentinië en India

Onder de naam Prof. Dr. Pedro Matthies emigreerde Tank in 1947 samen met een aantal andere luchtvaartdeskundigen via Denemarken en Zweden naar Argentinië. Juan Perón, de toenmalige president van Argentinië, liet de ingenieurs aan verschillende defensieprojecten werken. Gebaseerd op de Focke-Wulf Ta 183 ontwikkelde Tanks groep in het Instituto Aerotécnico de Córdoba een straaljager, de FMA I.Ae. 33 Pulqui, en een trainings- en transportvliegtuig, de FMA I.Ae. 35 Huanquero. De Duitse ingenieurs waren ook betrokken bij een project voor een raket met vaste brandstof in Falda del Cármen.

Na de dood van zijn eerste vrouw in 1949 in Argentinië trouwde hij in 1950 met Sigrid Güldennagel (overleden in 1986), met wie hij nog twee dochters kreeg.

Na de val van Perón door een militaire coup in 1955 vertrokken de voormalige Focke-Wulf-ingenieurs naar verschillende landen; de meesten van hen naar de Verenigde Staten. Tank zette zijn werk in 1956 voort in India, waar hij in 1959 hoofdontwerper werd bij Hindustan Aircraft (vanaf 1964 Hindustan Aeronautics) in Bangalore. Daar ontwikkelde hij een jachtbommenwerper, de Hindustan Aeronautics HF 24 Marut.

In 1969 keerde Tank terug naar Duitsland en werkte hij als adviseur voor vliegtuigfabriek Messerschmitt-Bölkow-Blohm. Zijn laatste jaren bracht hij in München door.

Werken (selectie)

Literatuur