| Netsporig mosschijfje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Lamprospora miniata De Not. (1863 ) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Octospora miniata | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het netsporig mosschijfje (Lamprospora miniata) is een schimmel in de familie Pyronemataceae. Het komt voor in gras- en hooilanden. Het leeft parasitisch, infecteert rhizoïden van Aloina, Encalypta streptocarpa, Encalypta vulgaris, Phascum cuspidatum, Pottia bryoides en Pottia intermedia.
De apothecia hebben een diameter van 1 tot 3 mm met een prominent vliezige rand. Het hymenium is rood.
De asci zijn achtsporig en deze zijn eenzijdig gerangschikt. De ascosporen zijn bolvormig en meten (13-)14-16(-17) µm. De sporenornamentatie bestaat uit richels van (0,3-)0,5(-0,8) µm breed die een min of meer regelmatig areolaat reticulum vormen.
Het netsporig mosschijfje komt voor in Europa (Canarische Eilanden, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Noorwegen, Slowakije, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk). In Nederland komt het zeldzaam voor. Het staat op de rode lijst in de categorie 'Gevoelig'.
Van deze soort bestaan drie variëteiten: