| Landgoed Princenhof | ||||
|---|---|---|---|---|
Landgoed Princenhof | ||||
| Locatie | ||||
| Locatie | Bieruma Oostingweg 1 Oranjewoud | |||
| Adres | Bieruma Oostingweg 1 | |||
| Coördinaten | 52° 57′ NB, 5° 58′ OL | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Gereed | 1906 (Hoofdgebouw),
1724 (Jachthuis) | |||
| Verbouwing | 1907 | |||
| Gebruik | ||||
| Oorspr. functie | Landgoed | |||
| Eigenaar | Particulier | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | J.G. Brouwer | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | Rijksmonument | |||
| Monumentnummer | 510500 | |||
| Kaart | ||||
| ||||
Landgoed Princenhof is een van de landgoederen van Oranjewoud. Het hoort samen met Landgoed Oranjewoud en Landgoed Oranjestein tot de landerijen die oorspronkelijk zijn aangelegd door de prinsen en prinsessen van Oranje-Nassau's die hier hun paleis Oranjewoud hadden.
Landgoed Princenhof is vernoemd naar de Prinsen van Oranje, die dit deel van het landgoed hadden ingericht voor de prinselijke jager van de vorstelijke familie. Het in 1724 gebouwde jachthuis voor de prinselijke jager is tegenwoordig onderdeel van het landgoed Princenhof. Hoewel ingrijpend verbouwd is het een van de weinige nog tastbare overblijfselen van de bijgebouwen van Paleis Oranjewoud. Het landhuis met bijbehorend koetsgebouw is in 1906 in neorenaissance stijl gebouwd, in opdracht van Charles Louis Adrien Juste graaf van Limburg Stirum. Zowel het landhuis als het jagershuis zijn rijksmonumenten en in privébezit.
Prinses Albertine Agnes van Oranje-Nassau kocht in 1676 een bestaand landgoed in Oranjewoud. Dit landgoed werd in 1552 voor het eerst genoemd toen de Friese raadsheer en ridder Pieter van Dekema het een jaar later aankocht. Deze Spaansgezinde edelman, die geridderd was door keizer Karel V, schonk de buitenplaats aan zijn schoonvader, Gerrit van Loo. Toen stond hier al een eeuwenoud bos en heidegebied. Toch werden er duizenden nieuwe bomen aangeplant.
Dit werd nog verder uitgebreid door de prinses van Oranje. De schoondochter van prinses Albertine Agnes, die eveneens haar nicht was, prinses Henriëtte Amalia, verzocht de bekende Franse hofarchitect Daniël Marot om een nieuw paleis in Oranjewoud te bouwen. De nieuwe hoftuin en overtuin werden voorzien van Grand canal en een gracht. Hierdoor kreeg het huidige landgoed Princenhof verder vorm, omdat de gracht de grens vormt van de huidige landerijen.


Vanaf 1719 was Jean Baptiste Le Heux de vorstelijke jager van de Oranje's in Oranjewoud. Speciaal voor hem liet de weduwe van prins en stadhouder Johan Willem Friso, regentes Maria Louise van Hessen-Kassel, het jagershuis in 1724 door Sybren Roels bouwen. Deze bestaat nog altijd, op het huidige landgoed Princenhof. De laan die hier liep werd dan ook de jagerssingel genoemd door de Oranjes.
Vanuit het jagershuis kon de jager Le Heux wonen en werken, die als taak had om schadelijk wild en gevogelte af te schieten en wild te leveren voor de vorstelijke tafel. Later volgde de zoon van Le Heux, Jean Baptiste Le Heux junior zijn vader op als vorstelijk jager op het hof in Oranjewoud. Net als Paleis het Loo droegen de jagers speciale kledij. In die tijd gold de jacht als machtsvertoon. Voor de prins Willem IV was de jacht in Oranjewoud een statussymbool, om te laten zien tot wie het land behoorde.
Vanaf 1749 had Willem IV het alleenrecht op het jagen in de bossen van Oranjewoud. Dit was een enorm groot jachtgebied, wat van de Knipe tot de Tjonger liep. Zijn jachtgebied was afgezet met palen. Als er in die tijd andere adellijke bewoners van Oranjewoud hier wilden jagen, moesten ze daar eerst de vorstelijke jager Le Heux van in kennis stellen. Er werd vaak te paard en met geweren gejaagd, met behulp van roedels jachthonden. Er werd gejaagd op snippen, hazen, fazanten, reeën, kozijnen en zwijnen.
Nadat de laatste prins van Oranje-nassau, Willem V, gedwongen vertrokken was, gingen de landerijen waar nu Princenhof toe behoort eerst over tot de welgestelde Leeuwarder tabak- en koffiehandelaar Johannes van der Veen, vader van Petrus van der Veen. Johannes Van der Veen was bevriend met Pieter Cats die weer eigenaar was van de andere landgoederen van Oranjewoud, namelijk Oranjestein en Klein Jagtlust. Johannes werd later vrederechter op Huize Lindenoord in Wolvega. Hij kocht zowel de landerijen van het huidige princenhof als het jagershuis.
De volgende eigenaar werd jonkheer Daniël Engelen. Deze jonkheer uit Nijmegen kwam uit een adellijk geslacht uit Gelderland en kwam naar Friesland in de Franse tijd. Engelen was een invloedrijk figuur in Oranjewoud. Hij werd secretaris van Schoterland, vrederechter, lid Provinciale Staten van Friesland en was de vader van Willem Engelbart Engelen, die lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en burgemeester van Leeuwarderadeel werd. Daniël Engelen nam het initiatief voor het graven naar de hem genoemde Engelenvaart tussen Heerenveen en de Tjonger.
Naast het jagershuis werd hij ook eigenaar van het logement De Tent, die hij groots opnieuw liet bouwen. Ook had hij tot 1846 een eigen buitenhuis in Oranjewoud, genaamd Ontwijk, aan de Prins Bernhardweg 29. Hij liet samen met zijn buurman en grietman jonkheer Justinus Sjuck Gerrold Juckema van Burmania Rengers voor hun beide landhuizen een park aanleggen door Lucas Pieters Roodbaard. Alleen de Emmalaan is van dit park nog over.
In 1847 kwamen de landerijen van het huidige Princenhof in eigendom van de latere grietman van Schoterland, Hans Willem de Blocq van Scheltinga, die in zijn jeugd op landgoed Pauwenburg in Oranjewoud had gewoond. Hij kocht zowel de landerijen van het huidige Princenhof als ook het oude jagershuis van Engelen. Van Scheltinga had overigens een goede band met koning Willem I, wiens vader en grootvader nog eigenaar waren geweest van zijn landgoed Oranjewoud. Hij liet het jagershuis in 1848 verbouwen, de zuidzijde werd deels afgebroken en de westkant werd verlengd, waardoor het huis langwerpiger werd.
Nadat Van Scheltinga overleed, liet hij niet alleen de landerijen van Oranjewoud, maar ook Landgoed Pauwenburg en zo'n 20 boerderijen na, in totaal 1000 hectare. Zijn zoon, Hans Willem de Blocq van Scheltinga junior, erfde de landerijen waaronder het huidige landgoed Princenhof. Van Scheltinga junior werd burgemeester en later lid van de provinciale staten. In die tijd bezocht koning Willem III ook meermaals Oranjewoud.
De dochter van Van Scheltinga junior, Maria, trouwde met Charles Louis Adrien Juste graaf van Limburg Stirum, broer van Johan Paul van Limburg Stirum. Deze kocht in 1905 van zijn schoonvader landgoed Princenhof. Ze lieten het nieuwe landhuis Princenhof met koetshuis bouwen, naar een ontwerp van waarschijnlijk Jacob Brouwer. De privévertrekken bevinden zich aan de noordzijde van het monumentale woonhuis.
De zuidzijde was bedoeld voor de keuken en dienstvertrekken, onder een verlaagd dak. Op zolder bevonden zich eveneens kamers voor het personeel. Het werd een landhuis in neo-rennaisance stijl, met kenmerkende trapgevels. Ook de moeder van Maria, Elske van Heloma trok in het landhuis. Hiervoor was wel een extra uitbreiding in 1907 nodig. Van Limburg Stirum was luitenant-adjudant bij de infanterie. Hij fungeerde ook als ordonnans-officier van koningin Wilhelmina. Daarna bleef hij contacten met het koninklijk huis houden.
Princenhof bleef in het bezit van de Van Limburg Stirums, maar ze verhuurden het toen ze op Landgoed Oranjewoud gingen wonen. Nadat beiden in 1942, zonder nageslacht, waren overleden, erfde jonkheer Martinus de Blocq van Scheltinga de landgoederen in Oranjewoud, waaronder ook Princenhof.
Van Scheltinga was een achterneef van Maria en zijn grootvader was een broer van Hans Willem junior. De grootmoeder van Van Scheltinga was hertrouwd met de Groningse jonkheer Johan Æmilius Abraham van Panhuys, heer van Nienoord. Samen met hem verdronk ze toen in 1907 een rijtuig door dichte mist in het Hoendiep terecht kwam.
Van Scheltinga bewoonde Princenhof vervolgens tussen 1953 en 1959. Daarna ging het over op verschillende eigenaren. De huidige eigenaren hebben het Jagershuis weer bij het landgoed gevoegd, zoals het vroeger ook bij het geheel hoorde.
Een groot deel van het landgoed bestaat uit bos, een deel van de bomen zijn al eeuwenoud. Net als de andere landgoederen van Oranjewoud ligt ook Princenhof op zandgrond, een uitloper van het Drenths Plateau. Het Princenhofbos is in privébezit is en dus niet publiekelijk toegankelijk. Het landgoed grenst direct aan de Overtuin en is hiermee alleen door een gracht van gescheiden.