Lasionectriella

Lasionectriella
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota
Klasse:Sordariomycetes
Onderklasse:Hypocreomycetidae
Orde:Hypocreales
Familie:Bionectriaceae
Geslacht
Lasionectriella
Lechat & J. Fourn. (2016)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Lasionectriella is een geslacht van schimmels uit de familie Bionectriaceae. Het geslacht behoort tot de zakjeszwammen (Ascomycota) en omvat soorten die kleine, doorgaans geelachtige tot oranjebruine vruchtlichamen vormen op afgestorven plantendelen. Het geslacht werd in 2016 beschreven door de Franse mycologen Christian Lechat en Jacques Fournier. De typesoort is Lasionectriella rubioi.

Taxonomie

Het geslacht werd oorspronkelijk opgericht voor twee soorten, Lasionectriella rubioi en Lasionectriella herbicola, die waren verzameld in Frankrijk en Spanje. De afgrenzing van het geslacht was gebaseerd op zowel morfologische kenmerken als moleculair onderzoek aan ribosomaal DNA.

De soorten vertonen overeenkomsten met vertegenwoordigers van de verwante geslachten Lasionectria, Ijuhya en Ochronectria. Ze onderscheiden zich onder meer door de kegelvormige top van de vruchtlichamen en de karakteristieke haren die zich vanaf de basis ontwikkelen en rond de bovenrand samenkomen.

In 2023 werd de taxonomische indeling herzien op basis van moleculair-fylogenetisch onderzoek. Daarbij werden Nectria arenuloides en Lasionectria marigotensis overgebracht naar Lasionectriella. Het geslacht omvat daarmee vier geaccepteerde soorten.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De vruchtlichamen zijn kleine, oppervlakkig groeiende peritheciën, die afzonderlijk of in groepjes voorkomen. Ze zijn bolvormig tot vrijwel bolvormig, soms enigszins afgeplat, en hebben een kegelvormige top. De kleur varieert van lichtgeel en oranje tot donker oranjebruin.

De buitenzijde is bedekt met dikwandige, gesepteerde haren die vanuit de basis omhooggroeien. Deze haren verkleven gedeeltelijk met elkaar en vormen een kenmerkende franje langs de bovenrand van het perithecium. Bij uitdroging kunnen de vruchtlichamen komvormig inzakken.

De vruchtlichamen vertonen geen kleurverandering bij behandeling met een 3%-oplossing van kaliumhydroxide (KOH) of melkzuur.

Microscopische kenmerken

De wand van het perithecium bestaat uit twee lagen. De buitenste laag bevat min of meer bolvormige tot ellipsoïde cellen met kleurloze tot lichtgele wanden. De binnenste laag bestaat uit langgerekte, afgeplatte en kleurloze cellen.

De asci bevatten acht ascosporen, die onregelmatig in twee rijen liggen. De asci zijn spoelvormig tot knotsvormig en bezitten geen duidelijke apicale ring.

De ascosporen zijn kleurloos, spoelvormig, recht tot licht gebogen en hebben één dwarswand. Ze zijn doorgaans enigszins ingesnoerd ter hoogte van deze wand. De sporenwand kan glad, gestreept of fijnstekelig zijn, afhankelijk van de soort.

Ongeslachtelijke voortplanting

Van het geslacht is ook een ongeslachtelijke vorm bekend, die overeenkomsten vertoont met die van Acremonium. De conidiëndragers zijn doorgaans onvertakt en dragen fialiden, waarop eencellige conidiën worden gevormd. Deze zijn ellipsoïde tot cilindrisch en kunnen zich in slijmerige hoofdjes aan de uiteinden van de fialiden verzamelen.

Ecologie

Soorten van Lasionectriella zijn aangetroffen op afgestorven delen van verschillende planten. De oorspronkelijke beschrijvingen vermelden onder meer dode stengels van muizendoorn (Ruscus aculeatus) en niet nader gedetermineerde kruidachtige planten.

Andere soorten zijn beschreven van afgestorven varen- en palmendelen. Zo werd Lasionectriella arenuloides oorspronkelijk gevonden op een bladspil van de boomvaren Cyathea dealbata in Nieuw-Zeeland, terwijl Lasionectriella marigotensis werd beschreven van een verterend blad van de kokospalm (Cocos nucifera) op Guadeloupe.

De Nederlandse NMV deelt Lasionectriella herbicola ecologisch in bij de necrotrofe parasieten, verbonden aan kruidachtige planten.

Soorten

Volgens Species Fungorum omvat het geslacht vier geaccepteerde soorten (peildatum 18 oktober 2026):

SoortAuteur(s)Jaar
Lasionectriella arenuloides (Samuels) L.W. Hou, L. Cai & Crous 2023
Lasionectriella herbicola Lechat & J. Fourn. 2016
Lasionectriella marigotensis (Lechat & J. Fourn.) L.W. Hou, L. Cai & Crous 2023
Lasionectriella rubioi Lechat & J. Fourn. 2016

Verspreiding in Nederland

Van het geslacht is de volgende soort in Nederland geregistreerd:

Volgens de NDFF Verspreidingsatlas komt het kruidenhaarboszwammetje in Nederland zeer zeldzaam voor. De soort is verbonden aan kruidachtige planten en wordt ingedeeld bij de necrotrofe parasieten. Voor een zekere determinatie is microscopisch onderzoek noodzakelijk. Bij het melden van vondsten wordt ook opgave van de waardplant verlangd.