Liedboek

Zie Liedboek voor de Kerken en Liedboek - zingen en bidden in huis en kerk voor de christelijke liedbundels met deze titels.
Titelblad van het Nieuw Geuzenliedboek (1581), exemplaar KB.

Een liedboek is een boek dat een verzameling liederen bevat. Naast liedteksten kan het boek ook muzieknotatie bevatten. Sinds de jaren 1990 wordt er aan een liedboek soms een cd toegevoegd, zodat de liederen in het boek ook kunnen worden beluisterd.

Een liedboek kan ook worden aangeduid met liedbundel, liederenbundel, zangboek of zangbundel. Een liedboek met enkel kinderliedjes wordt gerekend tot het genre kinderliedboek.

Bekende Nederlandstalige liedboeken waren onder meer het Antwerps liedboek (1544); Valerius' Gedenck-clanck (1626); Kun je nog zingen, zing dan mee (1906); en Pollmann en Tiggers' Nederlands volkslied (1941).

Nederlandse liedboeken

Fol. 28r van het Gruuthuse-handschrift (ca. 1400).

De oudste Nederlandse liedboeken stammen uit de Middeleeuwen. Het gaat dan in eerste instantie om handschriften, zoals het Gruuthuse-handschrift (ca. 1400), dat 147 liederen bevat.

In de zeventiende en achttiende eeuw zijn er duizenden Nederlandstalige liedboekjes gedrukt. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bezit bijvoorbeeld een collectie van ruim 3000 liedboeken (waaronder de muziekbibliotheek van D.F. Scheurleer).

Liedboeken werden gebruikt om (met meerdere mensen) uit te zingen, bijvoorbeeld tijdens het werk (weefliederen, zeemansliederen, e.d.), in de vrije tijd (dansliedjes, kluchtliedjes, drinkliedjes, e.d) of met jaarfeesten (heiligenliederen, kerstliederen, enz.). Met de opkomst van de grammofoon en de radio, in de jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw, verloren liedboekjes steeds meer hun betekenis.

Volkslied en kunstlied

Tenorpartij van het meerstemmige lied 'Te Schepe Wart' van Jacobus Clemens non Papa, in het liedboek: Nievve Dvytsche Liedekens (1554).
Adriaen Valerius, Neder-landtsche gedenck-clanck (1626).

Een liedboek kan een verzameling volksliedjes bevatten, waarvan geen auteur of componist meer bekend is. De auteur van het liedboek is dan hooguit de verzamelaar en/of samensteller van het liedboek. Volksliedjes zijn, voordat ze worden opgetekend, jarenlang of zelfs eeuwenlang mondeling doorgegeven. Ze kennen daardoor vele (regionale) varianten in tekst en melodie.

In de negentiende en twintigste eeuw zijn er verschillende grote verzamelingen volksliedjes uitgegeven, zoals Oude Vlaemsche Liederen, samengesteld door J.F. Willems (1848); Nederlandsche baker- en kinderrijmen, samengesteld door J. van Vloten (1871); en Het oude Nederlandsche lied, samengesteld door F. van Duyse (1903-08).

Op de tweede plaats kan een liedboek liederen bevatten van een of meer bekende auteurs en componisten (liederen die bedoeld zijn voor de actieve zangbeoefening). Het gaat dan om zogenaamde 'kunstliederen', liederen waarvan de auteur en componist bekend zijn.

Een bekend zeventiende-eeuws voorbeeld is het liedboek van G.A. Bredero, Boertigh, Amoreus en Aendachtigh Groot Liedboeck van 1622. Een recenter voorbeeld, een verzameling van negentiende- en begin-twintigste-eeuwse liedjes, is de bundel Kun je nog zingen, zing dan mee, samengesteld door Jan Veldkamp en Klaas de Boer van 1906. Deze liedjes zijn bedoeld om door het volk te worden gezongen. Na verloop van tijd kunnen populaire liedjes ook mondeling worden doorgegeven, waardoor er regionale varianten kunnen ontstaan en de auteur en componist vergeten raken. Kunstliederen kunnen zo in volksliedjes veranderen. Voorbeelden hiervan zijn: 'Er zaten zeven kikkertjes al in een boerensloot' (J.P. Heije en T. Steenhuis, 1843) en 'Zie de maan schijnt door de bomen' (J.P. Heije en J. J. Viotta, 1843).

Op de derde plaats zijn er ook uitgaven van tekst en bladmuziek van popliedjes, chansons/luisterliedjes, cabaretliedjes en dergelijke (met bekende auteur en componist), die oorspronkelijk zijn geschreven om te worden uitgevoerd door een bepaalde artiest of band (en in eerste instantie bedoeld waren om naar te luisteren). Hierbij spreekt men meestal niet van liedboeken, maar van bladmuziek, (bijvoorbeeld pianomuziek of gitaarmuziek).

Geestelijk lied en wereldlijk lied

Globaal kan er bij liedboekjes een tweedeling worden gemaakt in liedboeken met geestelijke liederen en een liedboeken met wereldlijke liederen. Geestelijke liedboeken zijn bijvoorbeeld Een suverlyc boecxken (1508) en het Antifonarium Tsgrooten (1522), een koorboek met gebeden en gezangen.

Binnen de christelijke kerken worden zogeheten kerkelijke liedboeken gebruikt. Verschillende katholieke en protestantse kerken in Nederland en Vlaanderen gebruiken verscheidene christelijke liedbundels, waaronder het Liedboek voor de Kerken (1973).

Lijst van Nederlandstalige liedboeken

Deze lijst is chronologisch geordend naar jaar van verschijnen. Het gaat om een beperkte selectie, bedoeld als een eerste indruk.

Middeleeuwen

Renaissance

Achttiende en negentiende eeuw

Twintigste en eenentwintigste eeuw

DBNL

Een groot aantal historische liedboeken zijn integraal online in te zien op de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Van bovenstaande liedboeken is in de voetnoten, indien beschikbaar, een link naar de uitgave in de DBNL opgenomen.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Song books van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.