



Liften is een vorm van reizen waarbij een reiziger een autochauffeur vraagt hem of haar als passagier mee te nemen ("een lift te geven"). In de meeste Europese landen is liften toegestaan langs alle wegen waar voetgangers mogen komen, dus niet op autowegen en autosnelwegen. Liften mag ook aan het begin van opritten, op parkeerterreinen, bij een bushalte of bij een tankstation. Op sommige plaatsen zijn specifieke liftershaltes aangebracht.
De geschiedenis van het liften loopt samen met de opkomst van de auto. In de Verenigde Staten kwam het op tijdens de crisisjaren. In Nederland is lijkt het daar ook op. In de jaren dertig noemde men het fenomeen "biappen". Het werkwoord is afgeleid van BIAP, een afkorting van de Bond van Internationale Auto-parasieten. De bond bestond niet. Het was een humoristische betiteling van het fenomeen. In 1937 duidde de journalist C.J. van Geel in Elsevier het fenomeen met het volgende sonnet:
De bus te duur. De trein niet te betalen.
Biappend nu het land maar doorgegaan.
Vaak laat men je met je verlangen staan,
doch meestal is de nachtrust net te halen.
Zonrijders die op autowegen stralen,
beluisteren de stem van stil vermaan,
maar er zijn rijders ook die in hun waan
gas geven en je bovendien nog smalen.
Gaat het niet evenzoo in vele straten?
Een klein of grooter deel doet zeer verwaten
ofschoon geboortig uit dezelfde stee
Met 't andre deel valt evenwel te praten.
Die toonen je de menschlijke gelaten.
en reiken gul de hand van overzee.
Hoogstwaarschijnlijk stak men daarbij de hand uit. Jacques Gans beschrijft het als volgt in zijn autobiografische roman "Liefde en goudvisschen" uit 1940.
Ik hield mijn hand op voor een auto. Hij stopte en wij stapten in. De zon scheen en wij reden in een open Chevrolet naar Amsterdam. De bestuurder boog van den hoofdweg rechtsaf en reed de Haarlemmermeer door. Hij snorde met tachtig kilometer langs den weg. „Dat gaat goed!” dacht ik.
Het werkwoord "Liften" en het bijbehorende gebaar van gestrekte arm met opgestoken duim vinden hun oorsprong in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog. Het is afgeleid van de Engelse uitdrukking "to get a lift". Door de schaarse aan brandstof en middelen moedigde de Amerikaanse overheid burgers aan om militairen mee te nemen in de auto. Zij afficheerde het als een patriotische daad. De slogan "When you ride alone, you ride with Hitler" gaf de campagne kracht. Op deze manier konden zij snel en goedkoop zich tussen militaire basissen verplaatsen. Amerikaanse militairen brachten het gebruik mee naar de bevrijde gebieden. Burgers kopieerden het gebruik om mee te rijden met Jeeps en legertrucks.
Er zijn verschillende methoden van liften. Meestal staat de lifter langs een weg en maakt duidelijk een lift te willen door met zijn arm een gebaar te maken. Veelal wordt de arm gestrekt en de duim opgestoken, meestal wijzend in de rijrichting, soms bewegend. Een lifter toont soms een bordje waarop zijn bestemming is geschreven. Sommige lifters spreken chauffeurs aan op parkeerplaatsen, bij verkeerslichten of bij benzinepompen.
Er zijn fora en websites op internet voor lifters en liftcentrales, die bemiddelen tussen liftvragers en -gevers.
In Nederland en omliggende landen wordt doorgaans geen financiële tegenprestatie voor een lift gevraagd, behalve bij gebruik van een liftcentrale.
Lifters liften omdat het een goedkope manier is van reizen of omdat er geen andere middelen van vervoer zijn. Soms speelt de behoefte aan reisgezelschap en avontuur een rol of de wens milieuvriendelijk te reizen.
Er worden liftwedstrijden gehouden waarbij lifters of teams van lifters als snelste een bepaalde bestemming moeten bereiken, zoals in het tv-programma Peking Express. Deze worden bijvoorbeeld georganiseerd door studenten- of studieverenigingen.
Automobilisten nemen lifters mee omdat ze gezelschap of ondersteuning tijdens het reizen willen hebben of omdat ze behulpzaam willen zijn.
Over liften doen diverse griezelverhalen de ronde waarbij afwisselend de lifter en de automobilist de kwade zijn. Horrorfilms als The Texas Chain Saw Massacre (1974) en The Hitcher (1986) speelden in op deze angst.
Tegenwoordig zijn er minder lifters dan in de jaren 1970 en 1980, de hoogtijdagen van het liften. Dit wordt geweten aan de opkomst van goedkope vormen van openbaar vervoer zoals langeafstandbussen en speciale kortingen op openbaar vervoer zoals in Nederland de OV-studentenkaart. Veel werkgevers verbieden hun chauffeurs lifters mee te nemen.
Voor alleenreizende jonge vrouwen wordt liften sterk afgeraden.
Van de lifter mag worden verwacht dat hij zich tegen zijn gastheer correct gedraagt. Amy Groskamp-ten Have (die het liften als een “bedenkelijk verschijnsel” beoordeelt) schrijft dat hij voldoende mondvoorraad moet hebben “teneinde iedere schijn van profiteren te vermijden”.