Liselotte Pulver

Liselotte Pulver
Pulver in 1971
Pulver in 1971
Algemene informatie
Geboortenaam Liselotte Schmid-Pulver
Geboortedatum Bern, 11 oktober 1929
Geboorteplaats BernBewerken op Wikidata
Land Vlag van Zwitserland Zwitserland
Bijnaam Lilo Pulver
Opleiding gevolgd aan Universiteit van Bern, Bern Academy of the ArtsBewerken op Wikidata
Werk
Beroep(en) actrice
Afbeeldingen
Handtekening
Handtekening
Liselotte Pulver
Links
(en) Allmusic-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film
Met John Gavin in A Time to Love and a Time to Die (1958)

Liselotte Pulver (Bern, 11 oktober 1929) is een Zwitserse actrice.

Jeugd en opleiding

Liselotte Pulver werd geboren als dochter van de cultuuringenieur Fritz Eugen Pulver en zijn vrouw Germaine. Ze had een broer, genaamd Eugen Emanuel (1925 – 2016) en heeft een zus, genaamd Corinne, die later journaliste werd.

Vanaf 1945 bezocht ze de handelsschool en werkte na het behalen van het diploma in 1948 als model. Naar haar eigen zeggen was een ongelukkige liefde voor een chirurg uit Bern de inspiratie om haar geluk als actrice te beproeven bij de Schauspielschule Bern (tegenwoordig Hochschule der Künste Bern), nadat ze eerder onderricht genomen had bij Margarethe Noé von Nordberg, de moeder van Maximilian, Maria, Carl en Immy Schell. Ze speelde bij het Stadttheater Bern aanvankelijk kleine rollen en daarna de hoofdrol (als Maria) in Clavigo. Daarna werd ze gecontracteerd door het Schauspielhaus Zürich voor onder andere Faust II.

Ze debuteerde in de film Föhn met Hans Albers en werd door Ilse Alexander en Elli Silman gecontracteerd. Spoedig werd ze voor vrijpostige vrouwenrollen à la Audrey Hepburn gevraagd.

Carrière

In het Duitstalige taalgebied werd ze bekend door de rol van Vreneli in de verfilmingen van de romans van Jeremias Gotthelf in Uli der Knecht en Uli der Pächter. Vanaf medio jaren 1950 groeide ze in Duitsland uit tot publiekslieveling met Der letzte Sommer, Ich denke oft an Piroschka, Die Zürcher Verlobung en Das Wirtshaus im Spessart. In 1960 speelde ze in de film Das Glas Wasser van Helmut Käutner aan de zijde van Gustaf Gründgens. In de jaren 1950 en 1960 telde ze tot de populairste vertolkers van de Duitstalige bioscoop.

In 1958 werd ze internationaal bekend dankzij haar hoofdrol in de oorlogsfilm A Time to Love and a Time to Die (Douglas Sirks verfilming van Erich Maria Remarques roman Zeit zu leben und Zeit zu sterben) en dankzij haar rol in de komedie One, Two, Three (1961) van Billy Wilder. Daarin speelde ze het blondje Fraülein Ingeborg dat Sovjet-agenten het hoofd op hol brengt door in een gespikkelde jurk op een tafel te dansen op de muziek van Aram Chatsjatoerjans Sabeldans. Internationale bekendheid kreeg ze ook door een uitnodiging in 1961 voor de wedstrijdjury van het Filmfestival van Cannes. In 1964 werd ze voor haar rol van Sonya in de filmkomedie A Global Affair genomineerd voor een Golden Globe-Award voor beste vrouwelijke bijrol.

Liselotte Pulver stond ook in enkele Franse producties voor de camera, onder meer in de tragikomedie Le Joueur (aan de zijde van Gérard Philipe, 1958), twee keer aan de zijde van Jean Gabin, in de komedies Monsieur (1964) en Le Jardinier d’Argenteuil (1966), en in de avonturenfilm Le gentleman de Cocody (aan de zijde van Jean Marais, 1965). Haar subtielste rol vertolkte ze in de door Jacques Rivette geregisseerde film La religieuse (1966), waarin ze als abdis verliefd wordt op een van haar beschermelingen (Anna Karina). Karakteristiek voor haar persoon is haar buitengewoon en hartelijk lachen, dat haar handelsmerk is geworden.

Vanaf de jaren 1970 was Pulver nog slechts zelden te zien op het grote scherm, maar ook haar tv-optredens minderden sterk. Een kleine comeback maakte ze van 1978 tot 1985 als Lilo in de kindertelevisie in de gespeelde Duitse kaderactiviteit van de Sesamstraat van de NDR. Ze was nog te zien in enkele tv-producties en bioscoopfilms, totdat ze in 2007 in de remake Die Zürcher Verlobung – Drehbuch zur Liebe in een cameo-rol de tot dusver laatste maal voor de camera stond. In 2012 maakte ze bekend dat ze geen rollen meer spelen wilde.

Publicaties

In haar autobiografie uit 1993 … wenn man trotzdem lacht betreurde Pulver de annuleringen van veelbelovende aanbiedingen van internationale producties, waaronder Ben Hur, El Cid en Le Gendarme de Saint-Tropez wegens gezondheidsklachten. Ze heeft meerdere autobiografische boeken gepubliceerd. In 1977 verscheen onder de titel Ich lach', was soll ich weinen ook een lp met twaalf nieuwe opnamen van haar filmsongs en andere liederen.

Privéleven

Pulver was van 1961 tot aan zijn dood in 1992 getrouwd met de acteur Helmut Schmid, met wie ze ook speelde in Gustav Adolfs Page, Kohlhiesels Töchter en One, Two, Three. Uit dit huwelijk stamden de twee kinderen Marc-Tell (1962) en Melisande (1968-1989), die zich op 6 juni 1989 van het Berner Münsterplattform stortte. De journaliste Corinne Pulver, de oudste zus, publiceerde in 1993 met Melindas Tod een boek over haar nicht. Pulvers (nog geblokkeerde) nalatenschap bevindt zich in de Burgerbibliotheek Bern.

Onderscheidingen

Filmografie

Bioscoopfilms

Televisie

  • 1954: Unsere kleine Stadt
  • 1956: Smaragden-Geschichte
  • 1956: Jeanne oder Die Lerche
  • 1966: Der Regenmacher
  • 1969: Pistolen-Jenny
  • 1970: Die Baumwollpflücker
  • 1971: Timo
  • 1971: Orpheus in der Unterwelt
  • 1972: Hoopers letzte Jagd
  • 1972: Die Glückspirale
  • 1977: Café Hungaria: Werden Sie meine Witwe
  • 1978–1985: Sesamstraße
  • 1978: Der Alte: Ein Koffer
  • 1979: Noch ’ne Oper
  • 1982: Jeden Mittwoch
  • 1986: Die Geheimschublade
  • 1989: Mit Leib und Seele
  • 1994: Weihnachtsfest mit Hindernissen
  • 1996: Alles gelogen
  • 2004: René Deltgen – Der sanfte Rebell
  • 2007: Die Zürcher Verlobung – Drehbuch zur Liebe

Discografie (selectie)

Muziekopnamen

Luisterboeken en hoorspelen

Autobiografieën