
Little River Band is een Australische popgroep die in 1975 in Melbourne werd opgericht. De naam van de band is ontleend aan een verkeersbord richting de gemeente Little River, dicht bij de stad Geelong. Het was de eerste Australische band met aanhoudend commercieel succes in de Verenigde Staten. Tijdens zijn bestaan heeft de band meer dan 25 miljoen albums verkocht en maakte hij 13 Amerikaanse top 40-hits. Tussen 1978 en 1981 behaalde de Little River Band zes opeenvolgende top 10-noteringen in de Verenigde Staten met de hits "Reminiscing", "Lady", "Lonesome Loser", "Cool Change", "The Night Owls" en "Take It Easy On Me". "Forever Blue" was in 1995 de laatste hit in Nederland.
De klassieke bezetting zoals die in 1976 is ontstaan - Glenn Shorrock, Graeham Goble, Beeb Birtles (artiestennaam van Gerard Bertelkamp, die in 1948 in Amsterdam werd geboren en in 1957 met zijn ouders naar Australië emigreerde), George McArdle, David Briggs en Derek Pellicci - werd in 2004 ingehuldigd in de ARIA Hall of Fame (vergelijkbaar met de Rock & Roll Hall of Fame). De band bestaat nog steeds en heeft vanaf het begin vele wisselingen ondergaan in de bezetting, waarbij bovengenoemde leden allemaal zijn vertrokken. Zo was John Farnham van 1982 tot 1986 de leadzanger nadat Shorrock zijn eerste periode had beëindigd. Bassist Wayne Nelson, gitarist Stephen Housden, toetsenist David Hirschfelder en drummer Steve Prestwich traden datzelfde decennium toe.
De drie oorspronkelijke zangers, die gezamenlijk alle echte Little River Band-hits hebben geschreven, traden van 2001 tot 2007 op als Birtles Shorrock Goble. Doordat ze uit de band waren gestapt hadden zij de rechten op de oorspronkelijke groepsnaam en beeldmerk niet meer in bezit; deze kwamen volledig in handen van Housden met wie ze destijds in een juridische strijd waren verwikkeld. Housden leidt de band sinds 2006 vanachter de schermen. Van de muzikanten die tegenwoordig als Little River Band optreden - Chris Marion, Ryan Ricks, Colin Whinnery, Bruce Wallace en oudgediende Nelson - is niemand Australiër of bandlid geweest in de jaren zeventig.
Little River Band ontstond in maart 1975 in Melbourne als een meerstemmige softrockband; de oorspronkelijke leden waren leadzanger Glenn Shorrock, Graeham Goble en Beeb Birtles , die beiden gitaar speelden en zongen, en gitarist Ric Formosa, bassist Roger McLachlan en drummer Derek Pellicci. Feitelijk waren ze een Australische supergroep aangezien Birtles, Goble, Pellici en Shorrock afkomstig waren uit lokale bands. Birtles was van 1967 tot 1971 bassist/zanger van de pop/rockband Zoot die ook de carriere van zanger/gitarist Rick Springfield lanceerde.
Goble woonde nog in Adelaide toen hij in 1970 Allison Gros oprichtte; na de verhuizing naar Melbourne werd de naam gewijzigd tot Mississippi en de koers verlegd van folkrock naar meerstemmige countryrock. Aan het eind van het jaar trad Birtles toe als gitarist/zanger, en Pelicci als drummer. Ze scoorden hits in eigen land en bouwden een live-reputatie op in het concert- en festivalcircuit. Tijdens deze periode (1971-72) deden ze ook sessiewerk onder het pseudoniem Drummond en stonden ze acbt weken op nummer 1 met hun coverversie van de doowopklassieker Daddy Cool.
Shorrock zong van 1964 tot 1969 bij popgroep The Twillights en van 1969 tot 1971 bij countryrockband Axiom naast Brian Cadd. Zowel Axiom als Mississippi verhuisden naar Engeland in de vergeefse hoop er door te breken. Nadat Axiom ter plekke uit elkaar viel kwam Shorrock in 1973 bij de progressieve rockband Esperanto terecht en werd hij achtergrondzanger van Cliff Richard.
Eind 1974 hadden Birtles, Goble en Pelicci in Londen een gesprek met Glenn Wheatley, de voormalige bassist van The Masters Apprentices die talentmanager was geworden vanwege de oplichterspraktijken in de muziekscene van de jaren zestig. Ze hielden audities voor een leadzanger, en verkozen Shorrock boven ex-New Seeker Peter Doyle. Begin 1975 keerden Birtles, Shorrock, Goble en Pelicci terug naar Melbourne; Wheatley ging mee en nam het management op zich. Vanwege het teleurstellende onthaal in Engeland besloten ze met hun nieuwe band het vizier op Amerika te richten. De kennis en expertise van Wheatley maakten het mogelijk een doorbraak in de VS aldaar te bewerkstelligen.
De naam Mississippi was nog in gebruik toen de bandleden in februari 1975 begonnen te repeteren, bijgestaan door gitarist Graham Davidge en bassist Dave Orams. Ook namen ze een cover op van The Everly Brothers' When Will I Be Loved in de Armstrong Studio's; deze zou uiteindelijk veertien jaar op de plank blijven liggen omdat Linda Ronstadt een maand later haar versie op single uitbracht.

De naamswijziging gebeurde omdat de Australische fans het maar niks vonden dat een band uit eigen land zich naar een Amerikaanse rivier had vernoemd. In zijn autobiografie Every Day Of My Life vertelde Birtles hoe hij en Shorrock onderweg naar een optreden in Geelong Little River zagen staan op een verkeersbord. Allemaal werden ze het erover eens dat dit de groepsnaam moest worden.
In mei 1975 tekenden ze een contract bij EMI en doken ze een maand later de Armstrong Studio in om hun titelloze debuutalbum op te nemen. Het album was medegeproduceerd door Birtles, Shorrock, Goble en Wheatley en verscheen in november. Little River Band haalde een top 20-notering in de Australische albumlijst (nr.17), net als de voorafgegane single Curiosity (Killed the Cat) (nr.15), en werd begin 1976 met goud bekroond. De overige twee singles van het album waren Emma en It's a Long Way There.
In december 1975 reisde Wheatley naar Los Angeles om een Amerikaanse platendeal te regelen; op kerstavond werd de band getekend door Rupert Perry van Capitol. In april 1976 verscheen het tweede album van Little River Band; After Hours was door de band zelf geproduceerd en haalde in Australië de vijfde plaats. De single Everyday of My Life werd in mei 1976 een top 30-hit.
In augustus 1976 verlieten Formosa en MacLachlan de band om zich op sessiewerk te richten; daarnaast sloot MacLachlan zich aan bij de countryrockband Stars. Formosa zag het niet zitten om buiten Australië te toeren, maar bleef samenwerken met LRB; hij schreef en arrangeerde de strijkerspartijen die op hun komende albums te horen waren. Met de komst van David Briggs, (ex-Cycle, The Avengers en Ram Band) als gitarist en George McArdle (eveneens ex-Ram Band) als bassist ontstond de klassieke bandbezetting.
Aangemoedigd door hun succes in Australië begonnen de heren in september 1976 aan hun eerste internationale tournee. Eerst stonden ze in het voorprogramma van Queen in het Londense Hyde Park, daarna trokken ze met de Hollies door het Europese vasteland. Birtles adviseerde andere Australische bands om eerst in eigen land door te breken en dan pas Engeland te veroveren. Hun eerste Amerikaanse concert was in oktober als voorprogramma van Average White Band in James Maddison University (toen nog Maddison College geheten), Harrisonburg, Virginia. It's a Long Way There werd als internationale debuutsingle uitgebracht en veelvuldig gedraaid op de radiozenders met als resultaat een 28e plaats in de Billboard Hot 100.
Met de tournees liepen ook de spanningen op; voor het volgende album namen Birtles, Shorrock en Goble hun partijen zoveel mogelijk apart op. Diamantina Cocktail verscheen in april 1977 en was de eerste in een triolgie albums die medegeproduceerd werd door John Doylan. In Australië werd het met een tweede plaats hun hoogst genoteerde album terwijl Help Is on Its Way bovenaan de top 40 stond. Diamantina Cocktail werd in Amerika als het tweede album uitgebracht met enkele vervangende tracks van After Hours dat daar pas in 1980 zou verschijnen. Het haalde er de top 50 van de Billboard 200 en in januari 1978 nam LRB als eerste Australische band een gouden plaat in ontvangst voor de verkoop van meer dan vijfhonderdduizend verkochte exemplaren. Help Is on Its Way en de vierde single Happy Anniversary werden top 20-hits in de Billboard Hot 100.

Gedurende 1977 waren ze veelvuldig op tournee, met name door de VS; in kleinere zalen als hoofdact en in stadions met andere bands zoals The Doobie Brothers, Supertramp en America van wie zij het voorprogramma waren. In augustus sloten zij de tweede dag van het Reading Festival af naast Thin Lizzy. In november 1977 speelden ze met Fleetwood Mac en Santana tijdens de Rockarena-concerten in Sydney en Melbourne. Begin 1978 trad Little River Band gratis op voor de deur van de Sydney Opera House voor een 80,000-koppig publiek; hiermee braken zij hun eigen record (57,000) en dat van Fleetwood Mac.
In mei 1978 verscheen hun vierde album Sleeper Catcher; het werd top 5 in Australië en top 20 in Amerika waar het precies een jaar later als eerste Australische album de platinastatus haalde voor de verkoop van meer dan 1 miljoen stuks. Van de drie singles die het voortbracht scoorde Shut Down Turn Off het hoogst in Australië (nr.16). Reminiscing kwam in Amerika tot nr.3 en werd er hun grootste hit, begin 1979 gevolgd door Lady dat net de top 10 haalde.
Dezelfde maand waarin Sleeper Catcher uitkwam werd Pelicci in het ziekenhuis opgenomen met brandwonden die hij tijdens een barbecue had opgelopen door een fles spiritus. In plaats van de volgende Amerikaanse tournee af te blazen besloot de band deze door te laten gaan met Geoff Cox (ex-Brian Cadd, Bootleg Family Band en Avalanche) als invaldrummer. Ze deden voorprogramma's voor Boz Scaggs, Jimmy Buffett en de Eagles met wie ze in het C.N.E. Stadium. Pelicci was tegen die tijd (augustus 1978) teruggekeerd, maar Cox bleef hem bijstaan totdat hij weer hersteld was.
Tijdens enkele Australische concerten werden de toetsenpartijen waargenomen door Ian Mason, die ook meespeelde op de eerste drie LRB-albums. Bij de Amerikaanse tournee die in december op het programma stond was dat Mal Logan (ex-Dingoes, Renée Geyer Band) met wie de band tot eind 1981 zou samenwerken.
Ondertussen maakten de bandleden tijd vrij voor zijprojecten waardoor de aanhoudende spanningen wat draaglijker werden. Birtles & Goble brachten als duo nummers uit die ze bij LRB niet kwijt konden; dit resulteerde in drie singles - Lonely Lives (maart 1978), I'm Coming Home (maart 1979) en How I Feel Tonight (juni 1980) - die allemaal op het album The Last Romance (mei 1980) terug te vinden waren. I'm Coming Home was het succesvolst met een top 10-notering in Australië, evenals Shorrock' solocover van Bobby Darin's Dream Lover die in april 1979 werd uitgebracht.
Nieuw werk van Little River Band kwam er in juli 1979; First Under The Wire haalde de tweede plaats in de Australische albumlijst en de tiende in de Billboard 200; hun hoogste notering in Amerika en wederom goed voor platina. Ook de singles Lonesome Loser en Cool Change (geschreven door respectievelijk Briggs en Shorrock) werden er top 10-noteringen.
First Under The Wire was ook het eerste studioalbum dat tot stand kwam zonder bassist George McArdle; eind januari 1979 had hij de band verlaten om dominee te worden. Barry Sullivan (ex-Chain, Renée Geyer Band) verving hem vanaf de release totdat hij in april 1980 op zijn beurt plaats maakte voor de Amerikaan Wayne Nelson (ex-Jim Messina Band).
McArdle was nog wel te horen op het live-album Backstage Pass dat in november 1978 in het Adelaide Festival Theatre werd opgenomen en in oktober 1979 uitkwam. Het haalde de 18e plaats in Australië. In maart 1980 werd het in Amerika als dubbelalbum uitgebracht met de opvolger Live In America.
Vooruitlopend op wat komen ging werkte Goble samen met de Australische popzanger John Farnham die eveneens Wheatley als manager had. Hij produceerde diens soloalbum Uncovered dat in september 1980 uitkwam, schreef (mee) aan negen van de tien nummers en verzorgde de backing vocals. Andere leden en oud-leden van LRB die hun medewerking waren Briggs, Formosa, Logan, Nelson, Pelicci en Sullivan.
In augustus 1981 verscheen het zesde studioalbum van Little River Band; Time Exposure was opgenomen op Montserrat in de bezetting Birtles, Shorrock, Goble, Briggs, Pelicci en Nelson met de van de Beatles bekende producer George Martin. Tijdens de opnamen maakte Briggs ruzie met Martin omdat hij geen behoefte had aan ongevraagd advies. Bij thuiskomst werd hij na een confrontatie in huize Wheatley min of meer ontslagen door Goble. Stephen Housden (ex-Stevie Wright Band, The Imports) nam zijn plaats in als leadgitarist. Het album bereikte de negende plaats in Australië en de 21e in Amerika waar het in november goud werd. De eerste single, het door Nelson gezongen The Night Owls, kwam er respectievelijk tot nr.18 en nr.6. Nelson zong ook naast Shorrock op de tweede single Take It Easy on Me die in november uitkwam en samengesteld was uit de twee aparte versies die ze hadden opgenomen.
Door de komst van Nelson liepen de onderlinge spanningen nog verder op, en maakte Goble zich sterk om Shorrock door Farnham te vervangen. Dit gebeurde in februari 1982, vlak voor het uitkomen van de single Man on Your Mind die nog door Shorrock de Amerikaanse top 20 (nr.14) in werd gezongen. Birtles schreef in zijn autobiografie hoe Shorrock een verdere samenwerking onmogelijk maakte door tijdens een repetitie zijn frustraties op hem af te reageren. "Goble, altijd de tegenpool van Shorrock, was het met me eens, maar Wheatley dacht dat we een grote vergissing hadden begaan. Achteraf had hij gelijk en volgens mij was het deze vergissing die Little River Band uiteindelijk de das om heeft gedaan."
In een interview met Susan Moore van het tijdschrift The Australian Women's Weekly vertelde Farnham in september 1982 dat hij zonder enige moeite in de groep paste, hoewel veel van de oudere nummers in een andere toonsoort moesten worden gezet omdat zijn stembereik met die van Shorrock verschilde. Down on the Border, de eerste single met Farnham als leadzanger, verscheen twee maanden eerder via een greatest hits-album en kwam in Australië tot een zevende plaats. Deze werd in november 1982 opgevolgd door The Other Guy dat top 20-noteringen haalde in Australië (nr.18) en Amerika (nr.11).
In mei 1983 verscheen hun zevende studioalbum The Net met daarop de singles We Two en You're Driving Me Out of My Mind; hun laatste top 40-hits in Amerika. De band had zich een eigentijdse sound aangemeten en versterkte zich in september 1983 met toetsenist David Hirschfelder (ex-Peter Cupples Band) die meespeelde op The Net en gastoptredens verzorgde bij concerten van LRB.
Het succes en de tournees eisten hun tol en brachten nieuwe bezettingsveranderingen met zich mee. Birtles verliet de band in oktober 1983 omdat hij zich niet kon vinden in de door Goble ingezette koerswijzigingen en liever Shorrock als zanger had. Birtles werkte als sessiemuzikant en nam nummers op voor de soundtracks van de films From Something Great (1985) en Boulevard of Broken Dreams (1988). Nadat hij met zijn gezin naar de Verenigde Staten was verhuisd bracht hij in 2000 zijn soloalbum Driven by Dreams uit. Pelicci vertrok in februari 1984 om dezelfde redenen en werd vervangen door ex-Cold Chisel-drummer Steve Prestwich; hij deed sessiewerk voor o.a. Brian Cadd.
Hun achtste studioalbum, Playing to Win, kwam in januari 1985 uit en liet een hardere sound horen door de productie van Spencer Proffer. Deze stijlbreuk en de officieuze afkorting van de groepsnaam tot LRB zorgden voor verwarring bij fans en radioprogrammeurs. Het album en het titelnummer kwamen in Australië tot de respectievelijke nrs. 38 en 59; in Amerika tot nrs. 75 en 60 plus nr. 15e in de Billboard Mainstream Rock Chart. De tweede single Blind Eyes viel buiten de hitlijsten.
Op 13 juli 1985 vond het Oz for Africa-concert plaats als onderdeel van het wereldwijde Live Aid-programma; LRB speelde er Don't Blame Me, Full Circle, Night Owls en Playing to Win. In Australië werd het optreden door Seven Network en Nine Network uitgezonden, in Amerika door MTV en ABC (alleen Don't Blame Me en een gedeelte van Night Owls). Farnham verliet de band in april 1986 na een korte Australische tournee met drummer Malcolm Wakeford die de afwezige Prestwich verving. Farnham had nog wel meegewerkt aan hun negende studioalbum No Reins dat een maand later uitkwam en geproduceerd was door Richard Todd. Het werd een top 100-notering.
Farnham vertelde aan Pollyana Sutton van The Canberra Times dat de hoge verwachtingen, de bezettingswijzigingen en het songmateriaal de doorslag gaven voor zijn vertrek. Hij bleef onder management van Wheatley - die in 1987 ontslag nam bij LRB - en was tijdens de opnamen van No Reins al bezig met zijn volgende soloalbum. Whispering Jack verscheen in oktober 1986 en mede dankzij de hitsingle You're the Voice een groot succes. Hirschfelder, MacLachlan, Nelson en Pelicci verleenden hun medewerking aan het album dan wel aan de tournee.
Na het vertrek van Farnham ging Little River Band een onzekere toekomst tegemoet, totdat Shorrock en Pelicci in juli 1987 werden teruggehaald; dit op verzoek van MCA-platenbaas Irving Azoff die de band op zijn label wilde. De herenigde formatie - Shorrock, Goble, Pelicci, Nelson en Housden - zette samen met de nieuwe managers Geoffrey Schuhkraft en Paul Palmer een bv op (We Two Pty Ltd) met gelijkwaardig partnerschap. Oud-manager Wheatley droeg op 12 mei 1988 de naamsrechten over aan hun nieuwe bedrijf.
Op 30 april speelden ze tijdens de opening van de Expo 88 in Brisbane. Bijgestaan door toetsenist James Roche (Jamie Paddle) en Glenn Frey van de Eagles met wie ze later dat jaar op tournee gingen.
In mei 1988 verscheen het tiende studioalbum Monsoon dat geproduceerd was door Boylan en Goble, en revanche betekende op de twee voorgangers die volgens Pelicci "nul ontvangst" kregen. Het album kwam de top 10 binnen (nr.9), evenals de door Shorrock en Housden geschreven voorbode Love Is a Bridge (nr.7); het was er hun tweede hoogst genoteerde single terwijl het in Amerika een bescheiden radiohit werd.
In 1989 was Little River Band op de soundtrack van de film The Karate Kid Part III te horen met Listen to Your Heart, een nummer geschreven door Tom Kelly en Billy Steinberg. In april 1990 verscheen Get Lucky, hun elfde studioalbum en tevens hun laatste Australische top 60-notering. In juni 1991 kwam MCA via het sublabel Curb Records met de verzamelaar Worldwide Love welke was samengesteld stelde uit de laatste twee albums; het werd top 40 in Zwitserland (net als Get Lucky) en Oostenrijk.
Ondertussen ging Goble vanaf 1989 niet meer op tournee met de band; in 1992 zou hij zich volledig terugtrekken. Goble werd vervangen door Peter Beckett (ex-Player) en Roche door wisselende toetsenisten waaronder Tony Sciuto (1990-1992, 1993-1997) en Richard Bryant ex-Doobie Brothers (1992-1993).
De band was op tournee door Europa toen Nelson in september 1992 te horen kreeg dat zijn dochter bij een verkeesongeluk in San Diego om het leven was gekomen. Hij keerde meteen terug naar huis en liet zich voor de Nieuw-Zeelandse concerten van november 1993 vervangen door bassist Hal Tupaea. Little River Band lastte een rustpauze in totdat Nelson in 1994 terugkeerde. In 1995 vierden ze het twintigjarig jubileum met een Amerikaanse tournee van viereneenhalve maand. Datzelfde jaar scoorden ze hun laatste hit in Nederland met Forever Blue, afkomstig van Playing to Win.
In 1996 hield Shorrock het definitief voor gezien; hij had de optie om de resterende leden van We Two Pty Ltd uit te kopen, maar liet deze liggen omdat hij geen zin had om weer door Amerika te toeren; hij vertrok met een derde van het bedrijfskapitaal. Steve Wade (ex-Dolphin Street) verving hem als leadzanger. Ook Nelson had de band verlaten en opnieuw de basgitaar aan Tupaea overhandigd. Deze bezetting zou in de loop van 1997 tot Housden en Wade worden teruggebracht; Pelicci vertrok in december voor de tweede maal waardoor de band geen originele leden meer had. Hierdoor kwamen de rechten op de groepsnaam en het directeurschap van We Two Pty Ltd nu volledig in handen van Housden.
In 1998 vormde Housden een nieuwe versie van de band met gecontracteerde muzikanten. Wade werd bijgestaan door Paul Gildea (zang/gitaar), Kevin Murphy (zang/drums/percussie), Adrian Scott (zang/toetsen) en MacLachlan (bas) die na 22 jaar afwezigheid terugkeerde. Dit was slechts van korte duur, want MacLachlan en Scott waren een jaar later alweer vertrokken; Nelson keerde terug en Scott werd vervangen door Glenn Reither. Gildea en Wade verlieten de band begin 2000 waarbij eerstgenoemde plaatsmaakte voor Australiër Greg Hind (zang/gitaar) terwijl Nelson de leadzang overnam. Deze bezetting - Hind, Housden, Murphy, Nelson en Reither - maakte twee studioalbums; Where We Started From (november 2000) en Test of Time (juni 2004)
In mei 2001 werd Cool Change tot een van de 30 beste Australische songs uitgeroepen tijdens het 75-jarig jubileum van de Australasian Performing Right Association (APRA). Tijdens deze plechtigheid kwamen Goble en Shorrock elkaar na tien jaar weer tegen; dit leidde in maart 2002 tot de oprichting van het softrocktrio Birtles Shorrock Goble in Melbourne waarmee ze LRB-klassiekers vertolkten; Wheatley nam als vanouds het management op zich. In eerste instantie werden ze aangekondigd als 'The Original Little River Band' of een variant daarop, totdat ze in juni werden aangeklaagd door Housdens bedrijf We Two Pty Ltd. Housden kon aantonen dat hij behalve de groepsnaam en het beeldmerk ook eigenaar was van de weblink littleriverband.com die hij in 2000 van Birtles had overgenomen.
Op 13 juni 2002 werd buiten de rechtbank een schikking getroffen; de rechten bleven eigendom van We Two Pty Ltd, en Birtles Shorrock en Goble mocht in een aparte vermelding aan hun verleden refereren, zij het op een beschrijvende manier. Op 12 juli kregen zij letterlijk de rekening gepresenteerd; ze moesten het bedrijf de helft van de onkosten betalen. Ook bij een tweede rechtszaak kwam men eind juli 2005 tot een schikking; het trio mocht vermelding doen van hun connectie met Little River Band, maar niet onder die naam optreden. Als reactie schreven de drie oud-leden elk een nummer waarin hun frustraties tot uiting kwamen; Goble in Someone's Taken Our History, Birtles in Revolving Door en Shorrock in Hear My Voice. Uiteindelijk legden ze zich bij de feiten neer en gingen ze na 27 september 2007 uit elkaar.
Het oorspronkelijke plan - een volledige reünie - werd op 17 oktober 2004 alsnog verwezenlijkt. Aangekondigd als de klassieke bezetting van Little River Band kwamen Birtles, Shorrock, Goble, Pelicci, Briggs en McArdle nog een keer bij elkaar; ze werden ingehuldigd in de ARIA Hall of Fame voor hun dertigjarig bestaan met dertien officiële bandleden. Ter afsluiting speelden ze hun nr.1-hit Help Is on Its Way. Shorrock was al in 1991 ingehuldigd als lid van de Twillights, Axiom en als soloartiest. Ook Farnham was ingehuldigd als soloartiest (in 2003), maar niet als lid van Little River Band.; wel werden zijn bijdragen aan LRB erkend in de toespraak van Goble.

Bij de actuele bezetting van LRB vertrokken Murphy en Reither eind 2004; laatstgenoemde werd vervangen door toetsenist Chris Marion. Kip Raines werd invaldrummer totaan de komst van Billy Thomas begin 2005. Housden stopte in 2006 met tournees maar bleef nog wel betrokken bij opnames en management; Rich Herring verving hem bij tournees als leadgitarist. Vanwege een schouderblessure maakte Thomas achtereenvolgens plaats voor Mel Watts (2007) en Ryan Ricks (2012).
In november 2007 bracht de band in eigen beheer het album We Call It Christmas, gevolgd door de ep Outback in december 2009. Voor Cuts Like a Diamond, dat in augustus 2013 op Frontiers Records verscheen, werden voornamelijk songschrijvers van buitenaf ingeschakeld.
Ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum zou Little River Band in januari 2015 Reminsicing spelen in de talkshow van Jimmy Fallon. Dit ging echter niet door nadat Briggs, Birtles, Shorrock en Goble bezwaar maakten tegen adverterend gebruik van hun songs. Shorrock: "Laat ze hun eigen album promoten in plaats van zich voor te doen als de band die 30 miljoen platen heeft verkocht". Ook eisten ze dat hen voorafgaan aan de optredens het volle pand werd betaald. "Niet alleen onredelijk, maar ook ongebruikelijk", oordeelde de Winston-Salem, North Carolina waar een voor maart gepland concert werd afgelast. In september 2015 viel Little River Band in de prijzen bij de uitreiking van de G2E Awards in het Hard Rock Hotel in Las Vegas; ze wonnen in de categorie Casino Musical Entertainer.
Rahni Sadler van het Australische nieuws- en actualiteitenprogramma Sunday Night onderzocht het schandaal rondom de groepsnaam. Ze vroeg Housden of hij het document van de overdracht kon laten zien, maar hij had het niet bij zich. Wheatley zei dat hij zich de ondertekening niet kon herinneren toen het document tevoorschijn werd gehaald tijdens de rechtszaak. Shorrock was bereid het bij te leggen met Housden en weer samen op te treden, maar Housden wees dit voorstel af omdat hij de groepsnaam niet terug wilde geven aan de originele leden. Wel erkenden Housden en Nelson dat de latere versie van de band nooit succesvol zou zijn geweest zonder de songs van de oprichters.
Anno 2017 bestond het toerschema van LRB uit meer dan tachtig concerten per jaar, voornamelijk in Amerika. Hun website en hun Facebookpagina waren niet langer toegankelijk voor Australische fans. Datzelfde jaar verscheen ook Hits Revisited dat door Birtles werd afgedaan als een "comedy album"; de nieuwe arrangementen konden hem niet bekoren en de uitvoerenden waren in zijn ogen "een ordinaire tributeband". Herring verdedigde zich toen hij in februari-2018 werd geïnterviewd voor de podcast Everyone Loves Guitar; "We hebben de hits opnieuw opgenomen en ik durf zonder schaamte te zeggen dat ik zo dicht mogelijk bij de originele (versies) ben gebleven door er achtergrondzangers bij te halen die net als (Birtles, Shorrock en Goble) dertig a veertig jaar geleden klonken. Ik ben er hartstikke trots op."
Hind werd dat jaar als laatste Australische lid vervangen door de uit Nashville afkomstige zanger/gitarist Colin Whinnery; Little River Band had nu een volledig Amerikaanse bezetting.
In januari 2019 probeerden Birtles, Shorrock en Goble via hun heropgerichte bv Little River Band Pty Ltd de rechten op de groepsnaam terug te krijgen. Deze zou dan al drie jaar nog nauwelijks in gebruik zijn en een maand eerder de vervaldatum hebben bereikt. Op 17 mei 2021 werd hun verzoek afgewezen.
Vanaf mei 2020 begonnen streamingplatforms als Itunes onderscheid te maken tussen de originele en de latere Little River Band. Op 18 september deed Birtles, Shorrock en Goble mee aan een videogesprek over de beginjaren van de band.
Van de actuele bezetting verscheen in november 2020 het live-album Black Tie waarop de hits van Little River Band werden vertolkt tijdens een concertreeks met begeleiding van de Craig Turley Rock Symphony; dit dankzij de arrangementen van Marion. De originele bandleden deden in 1978 hetzelfde toen ze met de Adelaide Symphony Orchestra het album Backstage Pass opnamen.
Rolling Stone Australia plaatste Little River Band op nr.44 in een overzicht van de vijftig grootste Australische artiesten aller tijden nadat het ook melding had gedaan van de situatie omtrent de naamsrechten.
Glenn Wheatley, de oorspronkelijke manager van de band, overleed op 1 februari 2022 aan de gevolgen van covid. Datzelfde jaar werd Rich Herring in de actuele bezetting vervangen door de uit Nashville afkomstige zanger, componist en gitarist Bruce Wallace.
In september 2022 kondigden de oprichters geremasterde en uitgebreide versies aan van hun eerste tien albums, plus de verzamelaars Ultimate Hits en Masterpieces die 14 oktober verschenen.
De actuele Little River Band bracht in oktober 2024 in eigen beheer het album Window To The World uit.
Oorspronkelijke bassist Roger MacLachlan overleed in april 2025 aan alvleesklierkanker.
| Jaar | Titel |
|---|---|
| 1975 | Little River Band |
| 1976 | After Hours |
| 1977 | Diamantina Cocktail |
| 1978 | Sleeper Catcher |
| 1979 | First Under the Wire |
| 1980 | Backstage Pass ( Dubbel Live Album ) |
| Backstage Pass (album) | |
| 1981 | Time Exposure |
| 1982 | Greatest Hits |
| 1983 | The Net |
| 1984 | Playing to Win |
| 1986 | No Reins Too Late to Load (Collectie van bijzondere uitgaven, 1975-1986) |
| 1988 | Monsoon |
| 1990 | Get Lucky |
| 1991 | Worldwide Love |
| 1992 | Live Classics |
| 1994 | Reminiscing: The 20th Anniversary Collection |
| 1995 | Forever Blue: The Very Best Of Little River Band |
| 1997 | I Dream Alone |
| 2000 | Where We Started From |
| 2002 | One Night in Mississippi The Definitive Collection |
| 2004 | Test of Time |
| 2006 | Re-arranged |
| 2007 | We Call It Christmas |
| 2013 | Cuts Like a Diamond |
| Single met eventuele hitnotering(en) in de Nederlandse Top 40 | Datum van verschijnen | Datum van binnenkomst | Hoogste positie | Aantal weken | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| It's a Long Way There | 1975 | 06-11-1976 | 13 | 8 | |
| Help Is on Its Way | 1977 | 20-08-1977 | 20 | 5 | |
| Home on Monday | 1977 | 22-10-1977 | 13 | 6 | |
| Reminiscing | 1978 | tip15 | |||
| Lonesome Loser | 1979 | tip4 | |||
| The Night Owls | 1981 | tip21 | |||
| You're Driving Me Out Of My Mind | 1983 | tip11 | |||
| Forever Blue | 1995 | 03-06-1995 | 15 | 8 | (heruitgave van 1985) |
| Nummers met noteringen in de NPO Radio 2 Top 2000 | '99 | '00 | '01 | '02 | '03 | '04 | '05 | '06 | '07 | '08 | '09 | '10 | '11 | '12 | '13 | '14 | '15 | '16 | '17 | '18 | '19 | '20 | '21 | '22 | '23 | '24 | '25 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Forever Blue | 1246 | 984 | 854 | 890 | 1178 | 1238 | 1210 | 1379 | 1451 | 1274 | 1819 | 1601 | 1835 | 1973 | 1819 | 1864 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| Home on Monday | 1443 | 1106 | 1057 | 937 | 1358 | 1421 | 1473 | 1613 | 1987 | 1546 | 1829 | 1623 | 1952 | 1933 | 1984 | 1766 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
| It's a Long Way There | 640 | 530 | 573 | 423 | 635 | 658 | 648 | 716 | 892 | 677 | 719 | 604 | 842 | 1015 | 1030 | 825 | 995 | 1166 | 1272 | 1336 | 1249 | 1201 | 1122 | 1020 | 1140 | 1127 | 1189 |
| Reminiscing | 1536 | - | 1753 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |