Loerik is een gewezen buurtschap in de gemeente Houten. De naam leeft voort in de Vinexwijk Houten-Zuidoost.
De naam Loerik lijkt van niet-Germaanse oorsprong. De plaats is geïdentificeerd met Lauri(um), een plaats die voorkomt op de Tabula Peutingeriana, maar klankwettig is dat niet mogelijk. Een andere verklaring reconstrueert de naam als Loriacum, een Keltische naam die 'behorend aan Lorius' moet betekenen (met het achtervoegsel -iacum. Daarmee zou de plaatsnaam etymologisch identiek zijn aan Lorris in Frankrijk. Tegenwoordig gaat men er echter van uit dat de plaats zijn naam ontleent aan het Latijnse lōrica 'pantser, omheining'.
Bij archeologisch onderzoek voorafgaand aan de bouw van Houten-Zuid zijn diverse Romeinse vondsten gedaan die er inderdaad op wijzen dat Loerik toen bewoond was. Bij een opgraving aan de Heidetuin is er zelfs bewonerscontinuïteit geconstateerd tussen de romeinse tijd en vroege middeleeuwen. Bewoning in Loerik was aantrekkelijk omdat het gebied enkele meters hoger ligt dan de omgeving en midden tussen de restgeulen van de Rijn in lag. Hierdoor hadden de bewoners droge voeten en toch water in de buurt.
Ook in de vroege middeleeuwen was er bewoning. De eerste vermelding van Loerik is in de goederenlijst van de St.-Maartenskerk te Utrecht (885-896), waarin een beschrijving werd gegeven van de goederen in het jaar 857. Hierin wordt Lorek genoemd met drie boerderijen. In de middeleeuwen ontstaat de Loerickerhofstede, een agrarische beheerseenheid dat vergelijkbaar was met een kerkelijk vroonhof. De meier van de Loerikerhofstede duikt wel onder de naam Van Loerik of een variant daarop op in akten als getuige.
Deze hofstede verdwijnt rond 1250, wanneer de domeinen geleidelijk overgaan in gerechten. In die periode wordt steeds vaker de naam Loric gebruikt en in 1419 volgt de naam Loerick. In 1421 wordt het gehucht bovendien geplunderd. Kerkelijk viel Loerik onder Houten, wereldlijk onder de heren van 't Goy.
In de eeuwen erna verplaatst het zwaartepunt van de bebouwing zich naar het noorden. Belangrijkste reden is de komst van de Loerikse molen. Deze molen stond eerder op de wal van Kasteel Ten Goye, maar werd verplaatst naar Loerik. Rondom de molen en de aanvoerroute ontstond steeds meer bebouwing.
In de negentiende eeuw loopt de straatweg van Houten naar Wijk bij Duurstede langs, maar niet door Loerik; toch noemt men een gedeelte van dit tracé nog altijd Loerikseweg. Vanaf Loerik sprak men van Beusichemseweg. De slinger in de doorgaande weg wordt Kniphoek genoemd.
Loerik blijft in ongeveer dezelfde vorm bestaan tot in 1997 wordt besloten om Houten zuidwaarts uit te breiden. Diverse boerderijen worden in de nieuwbouw opgenomen; men vindt ze bijvoorbeeld aan het Smalspoor en het Staatsspoor (voorheen Beusichemseweg), Molenland en aan de Binnentuin (voorheen Binnenweg).