| Louis Gurlitt | ||||
|---|---|---|---|---|
Zelfportret Louis Gurlitt (1833) | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboortenaam | Heinrich Louis Theodor Gurlitt | |||
| Geboren | Hamburg-Altona, 8 maart 1812 | |||
| Overleden | Naundorf, 19 september 1897 | |||
| Geboorteland | Hertogdom Holstein | |||
| Familie | Gurlitt | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Leermeester | Jacob Gensler, Johann Jacob Bendixen | |||
| Beroep | kunstschilder, landschapsschilder | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Leerling(en) | Ulrich von Baudissin, Nordahl Grove | |||
| Jaren actief | 1830 – 1897 | |||
| Stijl | landschapschilderkunst | |||
| Invloed op | Oswald Achenbach | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Hamburger Künstlerverein von 1832 | |||
| Archieflocatie | Staatsarchiv der Freien und Hansestadt Hamburg, Staatsbibliothek zu Berlin | |||
| Kunstenaarsmaplocatie | Frick-kunstreferentiebibliotheek | |||
| Prijzen en erkenningen | Ridder in de Orde van de Dannebrog (1847) | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Heinrich Louis Theodor Gurlitt (Altona, 8 maart 1812 – Naundorf, 19 november 1897) was een Deens-Duitse landschapsschilder.
Heinrich Louis Theodor Gurlitt werd geboren in Altona (Hamburg) op 8 maart 1812. Hij was de zoon van fabrikant Johann August Wilhelm Gurlitt en diens echtgenote Helene Eberstein, en hij groeide op in een gezin met 15 kinderen. Zijn jongere broer was componist Cornelius Gurlitt (1820–1901).
In Hamburg volgde hij schilderlessen bij Jacob Gensler. Toen Gurlitt 16 jaar oud was startte hij met een schildersopleiding bij Johann Jacob Bendixen en was een van zijn meest getalenteerde leerlingen. Bendixen spoorde Gurlitt aan te starten met lokale onderwerpen. Het eerste schilderij dat Gurlitt maakte was een landschapsschilderij van Buxtehude. Aangezien Gurlitt niet in zijn levensonderhoud kon voorzien met het maken van landschappen, startte hij met het schilderen van portretten. Nadat hij 400 daalder had verdiend, vertrok hij naar Kiel en Kopenhagen om aldaar een schildersopleiding te volgen. De kunstacademie van Kopenhagen werd destijds door Carl Friedrich von Rumohr als beste opleiding beschouwd. Enkele van zijn werken werden vervolgens in Noorwegen tentoongesteld.
Gurlitt keerde terug naar Kiel om zijn opleiding daar verder voort te zetten. In de plaatselijke academie had hij toegang tot de gipsklas en modelklas. Het schilderen aan de academie beviel hem echter niet, Gurlitt gaf de voorkeur aan het schilderen en plein air. Hiervoor maakte hij rond 1835 enkele reizen naar Denemarken, Noorwegen en Zweden. In zijn werk was zowel het realisme als het esthetische aspect van belang.
In mei 1937 trouwde Gurlitt met de in Kopenhagen geboren Elise Saxild. Met haar reisde hij naar München en Noord-Italië. Nadat Saxlid in 1839 stierf, keerde Gurlitt terug naar Kopenhagen. Aldaar werd hij lid van de Koninklijke Academie.
Na vier jaar in Denemarken vertrok Gurlitt naar Düsseldorf en trouwde daar in 1843 met Julie Bürger uit Mannheim. Met Bürger vertrok hij opnieuw naar Italië, waar hij onder meer in Genua en Napels studies maakte van de natuur. Tijdsgenoten omschreven zijn werk als "groots opgezette voorstellingen uit het Italiaanse bergleven, die de hoogste schilderkunstige aantrekkingskracht verbinden met een gelukkig plastisch gevoel en de Italiaanse natuur van een nieuwe kant laten zien." Daarnaast werd hij geprezen om zijn weergave van de natuur in de regio Hamburg.
Met zijn tweede echtgenote kreeg hij in 1844 een zoon, de latere archeoloog Wilhelm Gurlitt, die in Rome werd geboren. Zijn echtgenote overleed datzelfde jaar in Rome. Twee jaar later, in 1846, vertrok hij naar Berlijn. In 1847 keerde hij terug naar Altona en bezocht daarna opnieuw Kopenhagen. In de Deense hoofdstad werd hij dat jaar door koning Christian VIII van Denemarken benoemd tot ridder in de Orde van de Dannebrog. Datzelfde jaar trouwde hij voor de derde maal, dit keer met Elisabeth Lewald. Zij was de zus van schrijfster en vrouwenrechtenactiviste Fanny Lewald. Met Lewald kreeg Gurlitt vijf zonen en een dochter, waaronder de latere kunst- en architectuurhistoricus Cornelius Gurlitt, kunsthandelaar Fritz Gurlitt en pedagoog Ludwig Gurlitt.
Het revolutiejaar 1848 zorgde voor veel onrust, waarna Gurlitt zich drie jaar lang terugtrok op zijn landgoed landgoed Nischwitz in Saksen en zich volledig toelegde op het schilderen. In 1851 verhuisde hij naar Wenen waar hij contact had met dichter Friedrich Hebbel en fysioloog Ernst Wilhelm von Brücke. Gurlitt maakte in deze periode opnieuw enkele reizen naar Italië en naar Griekenland, en vestigde zich in 1859 in Siebleben waar hij een villa betrok die beschikbaar was gesteld door de hertog van Saksen-Coburg-Gotha.
In 1867 en 1868 maakte hij enkele reizen naar Spanje en Portugal. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in Dresden, Plauen en Steglitz. Zijn zomers bracht hij meestal door in Naundorf. Gurlitt stierf in Naundorf op 19 september 1897. Hij werd 85 jaar oud.
Er werden twee straten naar Gurlitt vernoemd: de Gurlittstraße en Gurlittplatz, beide in Kiel.