| Ludolf de Jongh | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Ludolf Leendertsz. de Jongh | |||
| Geboren | Overschie, 1616 | |||
| Overleden | Hillegersberg, 1679 | |||
| Geboorteland | Nederland | |||
| Nationaliteit | Nederlands | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Leermeester | Cornelis Saftleven | |||
| Beroep | schilder en bestuurder | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Stijl | portretten, landschappen en historiestukken | |||
| Bekende werken | Jan van Nes (1631-80). Vice-admiraal van Holland en West-Friesland, Aletta van Ravensberg (1635-77). Echtgenote van Jan van Nes, De vossenjacht | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Kunstenaarsmaplocatie | Frick-kunstreferentiebibliotheek | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| Dbnl-profiel | ||||
| ||||
Ludolf Leendertsz. de Jongh (Overschie, 1616 – Hillegersberg, 1679) was een Noord-Nederlands schilder en bestuurder. De Jongh liet als schilder, anders dan veel van zijn tijdgenoten, een zeer gevarieerd oeuvre na, bestaande uit portretten, landschappen en historiestukken.
De Jongh was een zoon van de schoenmaker en herbergier Leendert Leendertsz de Jongh. Hij was leerling bij Cornelis Saftleven, Jan Hermansz van Bijlert en Anthonie Palamedesz. Van 1635 tot 1642 woonde hij in Frankrijk. In 1642 vestigde hij zich in Rotterdam. Zijn eerste schilderijen dateren van dat jaar. Op 6 februari 1646 trouwde hij in Rotterdam met Adriana Pietersdr. Montagne. De Jonghs werk is beïnvloed door Jan Daemen Cool. In de jaren 50 was De Jongh een van de meest toonaangevende schilders van Rotterdam. Hij paste in deze periode verschillende nieuwigheden in de schilderkunst toe, zoals meer expressiviteit in zijn portretten, duidelijk meetbare ruimten en meer aandacht voor lichtinval.
Na omstreeks 1660 schilderde hij steeds minder, mogelijk vanwege zijn verplichtingen aan de Rotterdamse schutterij, waar hij officier was, en later omdat hij schout werd van Hillegersberg.
Johan Adriaensz. van der Meer (vermoedelijk) en Jacob Ochtervelt waren zijn leerlingen. Hij werd nagevolgd door Abraham Hondius, Wilhelm von Kobell en Pieter Merckelbach.