Ludwig Sebus groeide op in Keulen als zoon van een vergulder. In 1943 werd hij opgeroepen voor de militaire dienstplicht en ging naar Rusland en aan het eind van 1949 keerde hij pas uit gevangenschap terug naar Keulen. In 1950 vervoegde hij zich bij de Altermarktspielkreis. Daarna solliciteerde hij bij het literaire comité van het Festkomitee Kölner Karneval en werd daar drie jaar lang voorbereid op zijn komende optredens op het podium. Het eerste grote succes had hij tijdens het seizoen 1954/1955 met het lied Jede Stein in Kölle eß e Stöck vun deer. Sindsdien trad hij regelmatig op bij het Keulse carnaval en veel van zijn optredens en concerten werden uitgezonden op radio en televisie, zoals het concert ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag in de Kölner Philharmonie. In de loop der jaren heeft hij diverse liedjes zowel voor zichzelf als ook voor andere artiesten geschreven, waaronder ook diverse marsen voor carnavalsgezelschappen en dansgroepen.
In de latere jaren trad hij ook vaak op met andere vertolkers van het Keulse carnaval onder de naam Melodienreigen en zong naast zijn eigen liedjes ook klassiekers van Willi Ostermann, Gerhard Jussenhoven, Karl Berbuer en anderen.
Onderscheidingen
1959: Ere-senator van de grote Ehrenfelder KG Rheinflotte van 1951 e.V.
1962: Ere-senator van de KG Kölsche Grielächer van 1927 e.V.
1968: Willi Ostermann-medaille
1970: Ere-senator van de oude Kölner Karnevalsgesellschaft Schnüsse Tring 1901 e.V.
1978: Drager van het Joldenen Spönnrads KG Spönnradsbeen MG-Hardt
1984: Drager van de Rheinlandorden "Das Goldene Herz" van de KG "Die Tönnisberger" 1968 e.V. uit Siegburg
1991: Drager van het gouden masker van de Stammtisch Kölner Karnevalisten van 1951 e.V.
2014: Drager van de gouden "R" van de grote Ehrenfelder KG Rheinflotte van 1951 e.V.
Liederen
Schön bruchste hück nit uszesinn (1955)
Jede Stein en Kölle (eß e Stöck vun deer) (1955)
D’r Decke Pitter (1956)
Kölle bei Naach
Et Poozeleed
Em Martinsveedel
Wer einmol nur durch Kölle geiht
Der ahle Kuschteiebaum
Och Verwandte, dat sin Minsche
Et Zebingemännche
Wann dr Decke Pitter lügg (1980)
Ihrefelder Heimatleed (Marsch der Bürgergarde blau-gold)
Wann ahl Schöre brenne
Et Rheinpanorama (Luur ens vun Düx noh Kölle (vum Zauber bes do platt))
Nee, wat is dat hee ne miese Laade
Gangk ens en d'r Zoo un jröss mer ding Verwandte
Wer hat Dornröschen wachgeküsst (Märchenprinz us Kölle)
Am Dom zo Kölle
De Fleutmanns (Wat e paar Been)
Publicaties
2001: Jede Stein en Kölle es e Stöck von mir, Bachem
2013: Hans-Jürgen Jansen, De Kölnbard: Ludwig Sebus – Zur Freundschaft zählt ein frohes Herz: Ein autobiografisches Gespräch mit Ludwig Sebus, Ratio Books
Tv-documentaties
Ludwig Sebus – Der Grandseigneur im Kölner Karneval (45-minuten durende documentatie van Gisbert Baltes voor de WDR-televisie).