| Lygosoma | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Lygosoma quadrupes | ||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Lygosoma Hardwicke & Gray, 1827 | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Lygosoma is een geslacht van hagedissen uit de familie skinken (Scincidae).
De wetenschappelijke naam van de groep werd voor het eerst voorgesteld door Thomas Hardwicke en John Edward Gray in 1827. Er zijn vijftien soorten, het soortenaantal verandert echter regelmatig omdat regelmatig nieuwe soorten worden ontdekt. Voorbeelden zijn Lygosoma kinabatanganense en Lygosoma peninsulare uit 2018. Daarnaast worden soorten aan andere geslachten toegewezen of veranderen van naam, zoals Lygosoma chaperi die tegenwoordig bekend staat onder de wetenschappelijke naam Mochlus guineensis.
De verschillende soorten worden in andere talen vernoemd naar hun lenige lichaam, zoals de Engelse benamingen 'supple skinks' (soepele skinken) en 'whrithing skinks' (kronkelende skinken).
De soorten hebben een langwerpig tot zeer langwerpig lichaam met kleine pootjes en gladde schubben. De schubben zijn groot en overlappen elkaar zodat ze een stevig pantser vormen. Bij verstoring wordt de staart afgeworpen, dit wordt wel caudale autotomie genoemd.
Deze skinken graven veel en kunnen ook door het zand zwemmen door de poten tegen het lichaam te houden en kronkelende bewegingen met het lichaam te maken. Er komen zowel eierleggende als levendbarende soorten voor. Lygosoma lanceolatum bijvoorbeeld zet eieren af op de bodem terwijl bij de soort Lygosoma laeviceps de jongen levend ter wereld komen.

De soorten komen voor in delen van Azië. In Azië zijn de verschillende soorten te vinden in Cambodja, China, Filipijnen, Indonesië, Laos, Myanmar, Maleisië, Singapore, Sri Lanka, Thailand en Vietnam.
De habitat bestaat uit zanderige streken met een losse ondergrond om in te graven en een strooisellaag om in te schuilen. Ook oude termietennesten zijn een gebruikte schuilplaats, sommige soorten zetten hier hun eieren in af. Veel soorten komen voor in woestijnachtige gebieden, ook in droge bossen en in meer vochtige tropische regenwouden zijn soorten te vinden.
Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN is aan elf soorten een beschermingsstatus toegewezen. Zeven soorten worden beschouwd als 'onzeker' (Data Deficient of DD) en vier soorten worden gezien als 'veilig' (Least Concern of LC).
Het geslacht omvat de volgende soorten, met de auteur en het verspreidingsgebied.