MESSENGER

MESSENGER
Diagram
Diagram
Algemene informatie
Andere namen Mercury Surface, Space Environment, Geochemistry and Ranging
NSSDC ID 2004-030A
Organisatie NASA
Aannemers Johns Hopkins-universiteit, Applied Physics Laboratory
Lancering 3 augustus 2004 06:15:56 UTC
Lanceerplaats Cape Canaveral Air Force Station
SLC-17B
Gelanceerd met Delta II
Missielengte 10 jaar en bijna 9 maanden
Terugkeer neergestort op Mercurius
30 april 2015, 19:26 UTC
Massa 1.093 kg, waarvan 42,5 kg instrumenten en 607,8 kg brandstof en helium
Type omloopbaan elliptisch
Baanhoogte apoapsis 15.193 km
periapsis 200 km
Omloopduur 12 uur, inclinatie 80°
Locatie Shakespearebekken
Portaal  Portaalicoon   Astronomie
Ruimtevaart

MESSENGER was een Amerikaanse onbemande ruimtevlucht naar de planeet Mercurius uit 2004. De afkorting MESSENGER staat voor MErcury Surface, Space ENvironment, GEochemistry and Ranging. Doel van deze tweede missie naar Mercurius (de eerste was Mariner 10) was onderzoek vanuit een omloopbaan te verrichten naar de planeet en de directe omgeving.

Het is erg lastig om Mercurius vanaf de Aarde te onderzoeken. Door de geringe afstand van Mercurius tot de zon kan dit slechts direct voor zonsopgang of onmiddellijk na zonsondergang. De heiige dampkring verstoort deze waarnemingen. Observatie door de Hubble is uiterst riskant: te felle zonnestraling kan de telescoop zware schade toebrengen.

Technische uitdaging

In tegenstelling tot zijn voorganger moest MESSENGER afremmen en gedurende lange tijd een baan rond Mercurius beschrijven. Dit bleek zowel financieel als technisch een grote uitdaging. De sonde moest robuust zijn om de felle zonnestraling te weerstaan, maar ook compact om de kosten voor lancering in de hand te houden. Daarnaast moest hij zo licht mogelijk uitvallen. Een groot deel van zijn massa bestond uit brandstof om de sonde af te remmen. Tot slot moest hij met een betaalbare draagraket gelanceerd kunnen worden.

MESSENGER zou aanzienlijk langer over het traject doen dan zijn voorganger, die met grote snelheid zijn doel passeerde. MESSENGER moest zijn snelheid veel verder terugbrengen. Voor hij zijn baan rond Mercurius innam, voerde MESSENGER in totaal zes passages uit: één langs de Aarde, twee langs Venus en drie langs Mercurius. Deze passages vervingen gangbare baanmanoeuvres, waardoor minder (zware) brandstof nodig was. Baantechnisch is een vluchttijd van enkele maanden mogelijk; echter de lanceerkosten stijgen dan excessief. Een Delta II kostte 35 à 55 miljoen dollar: de meerkosten van een directere route zouden minstens 25 à 27 miljoen dollar bedragen. Zo kon NASA deze relatief goedkope raket uit het Discoveryprogramma gebruiken. Een rechtstreekse vlucht vereiste na lancering bijna tweeënhalfmaal zo veel brandstof. Dit kwam neer op een veel zwaarder ruimtevaartuig met meer dan 85% van zijn eigen massa aan brandstof. Nu was dit slechts 54%. De passage van de Aarde geschiedde vrijwel precies een jaar na de lancering. Als de lancering in augustus 2004 niet uitgevoerd zou zijn, was augustus 2005 de eerstvolgende mogelijkheid geweest. Er was echter ook een grote kans dat het MESSENGER-programma in dat geval helemaal geannuleerd zou zijn. De lancering in 2004 bracht verder met zich mee dat de draagraket iets minder brandstof nodig had – waardoor MESSENGER zelf wat meer kon meevoeren. Tijdens de passage van de Aarde konden bovendien nog wat laatste kalibraties uitgevoerd worden.

Keuze van wetenschappelijke instrumenten en kosten

Een groot deel van het nuttig draagvermogen van de Delta II ging op aan brandstof. Dit beperkte het maximumgewicht van de wetenschappelijke uitrusting tot 50 kg. Onderzoekers toonden belangstelling voor het maken van opnames, de structuur en samenstelling van de korst, geologie, magnetosfeer en atmosfeer. Verder trokken de opbouw van de planeetkern en polen de aandacht. Het geminiaturiseerde instrumentarium moest ook tegen de zware omstandigheden ter plaatse bestand zijn.

De totale kosten voor ontwikkeling, lancering, volgen en gegevensverwerking begrootte NASA op 446 miljoen dollar.

Opbouw

Een opengewerkte tekening van de Delta II met MESSENGER

Afmetingen, massa en energievoorziening

MESSENGER had een lengte van 1,42 m bij een breedte van 1,85 m en een hoogte van 1,27 m. De plompe, doosvormige sonde beschikte over een extern keramisch thermisch schild. Aan weerszijden staken twee zonnepanelen van 1,50 m × 1,65 m uit, die uitgeklapt het toestel een spanwijdte van 6,00 m gaven. De zonnepanelen wekten in de nabijheid van Mercurius maximaal 640 W elektriciteit op. Tijdens de vlucht naar Mercurius was dat minder, tussen 385 en 485 W. De daadwerkelijke capaciteit bij Mercurius bedroeg meer dan twee kilowatt, maar om de belasting van de instrumenten te verlichten nam het vaartuig alleen het noodzakelijke vermogen op. De zonnepanelen bestonden voor twee derde uit spiegels en een derde uit zonnecellen met een rendement van 28%. Voor elke rij zonnecellen waren er twee rijen spiegelende cellen, om de panelen te beschermen tegen de intense zonnestraling. Daarnaast kon de boordcomputer de panelen weg laten draaien van de zon om ze op een temperatuur van maximaal 150 °C te houden. MESSENGER beschikte over een nikkel-waterstof-accu met een capaciteit van 23 Ah.

De totale massa van MESSENGER kwam uit op 1.093 kg, waarvan ruim de helft (607,8 kg) brandstof en helium.

Voortstuwing en standregeling

De hoofdmotor (LVA, Large Velocity Adjust) van MESSENGER had een stuwkracht van 660 N en gebruikte een mengsel van hydrazine en distikstoftetraoxide. Van de bijna 600 kg brandstof aan boord verbruikte de sonde bijna 30% om de omloopbaan rond Mercurius in te nemen. Via vier stuurraketten met 22 N stuwkracht voerde het toestel kleine baanwijzigingen uit. Daarnaast waren twaalf kleinere stuurraketten (à 4,4 N) aanwezig voor kleine correcties en als reservesysteem, als de reactiewielen onverhoopt zouden uitvallen. Deze houden normaliter het vaartuig in de juiste stand. Zowel de grote als kleine stuurraketten functioneerden op hydrazine. Helium diende als drijfgas. De standregeling werd aangestuurd door een traagheidsnavigatiesysteem, zes zonnezoekers en sterrenvolgende camera's.

Isolatie

In de omgeving van Mercurius schijnt de zon elfmaal zo fel als op Aarde. Een gebogen thermisch schild handhaafde de werktemperatuur van het boordinstrumentarium op 20 °C, terwijl de temperatuur aan de buitenkant van het schild kon oplopen tot 370 °C. Middels een titanium frame zat het aan de sonde bevestigd en de afmetingen bedroegen 2,50 x 2 m. De binnenkant was opgetrokken uit meerdere kapton-plastic lagen; de buitenkant uit keramisch nextel. Isolatiedekens en radiatoren maakten de bescherming compleet. Deze constructie vereiste geen kostbare hittebestendige elektronica en beperkte de ontwerpkosten.

Instrumenten

Deze compositiefoto van 48 opnamen toont het centrale gedeelte van Carnegie Rupes, in rood de hooggelegen gebieden, in blauw de lagergelegen gebieden. Carnegie Rupes reikt tot bijna 2 km hoogte. Deze opname toont het effect van afkoeling van de planeetkern, waardoor Mercurius ineenkrimpt. De grootste krater, Duccio, heeft een diameter van ongeveer 105 km.

De waarnemingsapparatuur moest zo worden geplaatst, dat deze Mercurius kon observeren, zonder dat de Zon in beeld kwam. MESSENGER was uitgerust met de volgende instrumenten:

Missieverloop

Het noordelijk poolgebied van Mercurius met de maximaal gemeten oppervlaktetemperatuur. De rode gebieden zijn warmer dan 400 K, in de purperen gebieden komt de temperatuur niet boven 50 K.

Lancering en vlucht naar Venus en Mercurius

MESSENGER werd op 3 augustus 2004 met een Delta II 7925 draagraket gelanceerd vanaf Lanceercomplex 17B van het Cape Canaveral Air Force Station. Na 57 minuten ontvouwden de zonnepanelen zich en ging het vaartuig op weg. Op 2 augustus 2005 passeerde de sonde de Aarde op een afstand van 2348 km, waarna op 12 december 2005 een koerscorrectie uitgevoerd werd om richting Venus te vliegen. Op 24 oktober 2006 vond de eerste passage van Venus plaats op een afstand van 2987 km. De tweede passage geschiedde op 5 juni 2007 op een afstand van slechts 338 km (hoe kleiner de afstand, des te groter de toename/afname in snelheid tijdens passage). Vervolgens richtte MESSENGER zich op Mercurius. Op 14 januari 2008, 6 oktober 2008 en 29 september 2009 vloog het vaartuig Mercurius voorbij. Tijdens deze fase voerde het vijf koerscorrecties uit. De vluchtleiding gebruikte de tijdens de passage ontvangen gegevens om het wetenschappelijke deel van de missie nauwkeuriger te plannen.

Baan rond Mercurius, begin missie

Een samengestelde opname van het Calorisbekken. Het rechtergedeelte fotografeerde Mariner 10 in 1974, de linkerhelft legde MESSENGER vast in 2008. Het Calorisbekken heeft een grotere diameter (blauw, 1550 km) dan verondersteld (geel, 1300 km).

Ruim anderhalf jaar later, op 18 maart 2011, bereikte MESSENGER zijn uiteindelijke bestemming. In totaal gebruikte de sonde 31% van zijn brandstof om in een baan te geraken. Het kwam in een baan met een apoapsis van 15.193 km en een periapsis van 200 km, bij een inclinatie van 82,5° ten opzichte van de Mercuriusevenaar en een omlooptijd van twaalf uur. Periapsis was op 60° noorderbreedte. Door periapsis boven het noordelijk halfrond kon MESSENGER de geologische opbouw en samenstelling van het Calorisbekken (met een diameter van 1550 km en géén 1300 km) nauwkeurig onderzoeken. Iedere 24 uur draaide MESSENGER tweemaal om Mercurius. Iedere dag stond het toestel acht uur naar de Aarde gedraaid om gegevens door te seinen. Tijdens de twaalf uur durende omloop vloog het slechts 25 minuten op geringe hoogte boven het Mercuriusoppervlak. Dit was om oververhitting door de weerkaatste warmte ervan te voorkomen. Door zonnestraling en inwerking van zwaartekracht week de baan langzaam af. Daarom voerde MESSENGER iedere 88 dagen (een Mercuriusjaar) een stel baancorrecties uit.

Verder verloop

In maart 2012 zat het eerste deel van de missie erop. De missie werd met 12 maanden verlengd en Mercurius werd nogmaals onder de loep genomen tijdens de derde en vierde Mercuriusdag. Onder meer nog niet gefotografeerde gebieden rond de noordpool werden in kaart gebracht. Daarna verlengde NASA de missie met nog eens 26 maanden. Ditmaal bekeek de sonde kraters rond de noordpool die voortdurend in de schaduw liggen en verrichtte nauwkeuriger metingen aan het zwaartekrachtveld.

In april 2015 raakte de voorraad brandstof uitgeput. Periapsis nam af tot minder dan 50 km. Het toestel gebruikte vervolgens het nog aanwezige helium om koerscorrecties uit te voeren. De laatste daarvan was op 24 april 2015, waarna de vluchtleiding verwachtte dat het toestel uiterlijk 30 april op Mercurius neer zou storten. MESSENGER passeerde Mercurius tijdens de allerlaatste fase van zijn vlucht op hoogten tussen 5 en 35 km. Ontwerpers hadden belangstelling voor de temperatuur van de instrumenten aan boord. Daarnaast leverde deze lage baan scherpe foto's op. De sonde overschreed de geschatte levensduur ruimschoots. De verwachting was, dat MESSENGER slechts een jaar zou functioneren. Het ruimtevaartuig heeft in iets meer dan vier jaar ruim 4000 banen om Mercurius beschreven en bijna 8 miljard kilometer afgelegd.

Inslag op Mercurius

Op 30 april 2015 bevestigde het DSN dat het radiocontact met MESSENGER definitief was verbroken. Om 15.26 uur EDT (19.26 UTC) sloeg de sonde met een snelheid van ruim 14.000 km/u in het Shakespearebekken op Mercurius te pletter. De laatst ontvangen opname toont de Jokai krater. Door de inslag van MESSENGER ontstond een nieuwe krater met een doorsnede tot 15,85 meter.

Enige ontdekkingen door MESSENGER

Een foto van het noordelijk poolgebied van Mercurius. In de gele gebieden is water aanwezig. Onbekend is, of het hier om zuiver waterijs gaat. De sonde BepiColombo moet vanaf november 2026 verder onderzoek verrichten.
Zie de categorie MESSENGER van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.