Mansplaining is een Engelstalig neologisme met als betekenis het "door een man op een neerbuigende, bevoogdende manier uitleggen van zaken aan een vrouw". Het is een porte-manteauwoord (samentrekking) van de Engelse woorden man en de informele vorm splaining van het werkwoord to explain (uitleggen).
De populariteit en verspreiding van de term mansplaining vanaf de late jaren 2000 valt samen met een vernieuwde maatschappelijke focus op gendergelijkheid, de machtsbalans tussen mannen en vrouwen, en de opkomst van de vierde feministische golf. Het wordt gezien als een symptoom van dieperliggende, structurele ongelijkheid: een patriarchaal cultuurpatroon waarin de expertise en autoriteit van vrouwen stelselmatig lager wordt ingeschat dan die van mannen. De man claimt (al dan niet bewust) een superieure positie ten opzichte van de vrouw.
De term is ontstaan naar aanleiding van het in 2008 op de website TomsDispatch gepubliceerde essay Men Explain Things to Me – Facts Didn't Get in Their Way van de Amerikaanse schrijfster Rebecca Solnit. Het essay werd in het Nederlands gepubliceerd in de bundel Mannen leggen me altijd alles uit. Het essay gaat over mannen die ongevraagd en zonder echte achtergrondkennis op neerbuigende en bevoogdende wijze zaken aan vrouwen uitleggen. Het fenomeen is later bekend geworden onder de naam mansplaining; Solnit gebruikte dit woord zelf niet in het essay. Het artikel bleek een katalysator voor de opkomst van de term en de snelle verspreiding ervan op internet. Omdat er geen Nederlandse vertaling bestaat van mansplaining, wordt onder meer in de media vaak deze Engelse term gebruikt. Solnit gebruikte de term ook later zelf niet; ze ziet het probleem niet als een inherente eigenschap van mannen, maar eerder iets wat bij sommige mannen in sommige situaties kan gebeuren.
De Vlaamse filosoof en genderwetenschapper Griet Vandermassen stelt dat concepten als mansplaining bijdragen aan een sfeer van rivaliteit en wantrouwen tussen de seksen, waarbij de man bij voorbaat in een moreel inferieure positie wordt geplaatst.
Mansplaining als eenvoudig concept wordt door critici gebruikt om legitieme argumenten van mannen weg te zetten als 'beledigend' en zo hun stem in een discussie te smoren; Joshua Sealy-Harrington en Tom McLaughlin schreven in 2014 in The Globe and Mail dat de term ad hominem gebruikt zou worden om debattegenstanders op voorhand het zwijgen op te leggen.
Het onderzoek van Astrid Fokkema en Monique Pollmann (Universiteit Tilburg) over mansplaining weerlegde het simplistische idee van man-legt-uit-aan-vrouw. Resultaten uit de studie:
De studie concludeert dat, hoewel een man een oprechte intentie kan hebben om te helpen, interpretatiebias bij de ontvanger ervoor kan zorgen dat dit als een neerbuigende 'aanval' wordt gezien. De positieve intentie van de spreker wordt hierbij genegeerd.