
Manvantara is in het hindoeïsme de cyclische periode die de duur, regering of tijdperk van een Manu, de voorouder van een mensheid, aangeeft. In elke manvantara worden zeven Rishi's, bepaalde goden, een Indra, een Manu, en koningen (zonen van manu) geschapen en verdwijnen ze. Een kalpa heeft veertien manvantara's en dus ook veertien Manu's. Het huidige tijdperk is volgens deze tijdrekening in de zevende manvantara van de zevende Manu, Vaivasvata Manu, de zoon van Vivasvan (Surya, de zon).
Manvantara komt van 'manu' en 'antara' en is het tijdperk van een Manu.
Sandhya (vereniging, overgang, twilight - als dageraad en schemering) of sandhi, soms met kala (tijd) erbij, worden gebruikt 'voor de overgang vóór en na een manvantara', een periode van universele vloed: sandhya kala, sandhi kala, manvantara sandhya, manvantara sandhi.
Een kalpa wordt ook een 'dag van Brahma' genoemd. Er gaan 1000 mahayuga's in 1 kalpa. Elke kalpa wordt gevolgd door een pralaya (rustperiode, verduistering, 'nacht van Brahma'), die even lang duurt als de kalpa. Elke manvantara heeft een eigen Indra en 'zeven wijzen' (saptarishi's). Een manvantara duurt 306.720.000 menselijke jaren. Na een rustperiode volgt er een nieuwe 'schepping' ('uitademing van Brahma').