| Marcel Landowski | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Marcel François Paul Landowski | |||
| Geboren | 18 februari 1915 | |||
| Overleden | 23 december 1999 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris | |||
| Leermeester(s) | Marguerite Long | |||
| Beroep(en) | muziekpedagoog, dirigent | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Instrument | piano | |||
| Stijl(en) | opera, symfonie | |||
| Belangrijkste werken | 5 symfonieën, soloconcerten, Le Fou, L'Opéra de Poussière, Montségur, oratoria, cantates | |||
| Leerlingen | Alain Louvier | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Académie des Beaux-Arts | |||
| Documentatielocatie | Landowsky, Marcel | |||
| Prijzen en erkenningen | Commandeur in de Orde van Kunst en Letteren, Grootofficier in het Legioen van Eer | |||
| Links | ||||
| (en) IMDb-profiel | ||||
| (en) Allmusic-profiel | ||||
| (en) Discogs-profiel | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Marcel François Paul Landowski (Pont-l'Abbé, 18 februari 1915 – Parijs, 23 december 1999) was een Frans componist, muziekpedagoog en dirigent. Hij was het derde kind van vier kinderen van de beeldhouwer Paul Landowski. Marcel is van moeders zijde een achterkleinzoon van de violist en componist Henri Vieuxtemps. Zijn oudere zuster was de kunstschilderes Nadine Landowski (1908–1943) en zijn jongere broer Françoise Landowski-Caillet (1917-2007) was pianist en eveneens kunstschilder.
Landowski kreeg heel vroeg pianoles bij Marguerite Long, bij wie hij ook later aan het conservatorium compositie en orkestdirectie studeerde. Vanaf 1935 studeert hij aan het Conservatoire national supérieur de musique in Parijs bij Noël Gallon (schriftuur) en bij Henri Büsser (compositie). Zijn eerste werken Les Sorcières en Les Sept Loups werden in 1937, net voor de Tweede Wereldoorlog, onder leiding van Pierre Monteux uitgevoerd, toen hij nog aan het conservatorium studeerde. Gedurende deze periode raakt hij bevriend met leden van de Groupe des Six, vooral met Arthur Honegger en Darius Milhaud. De stijlen van deze componisten zullen zijn eigen composities erg beïnvloeden.
Zijn belangrijkste composities schreef hij na de oorlog, zoals Le Rire de Nils Halerius (1944-1948), die zijn debuut op het toneel betekenen en Symfonie nr. 1 "Jean de la Peur" (1949). Hij bereikte spoedig nationale en internationale bekendheid en werd in 1950 met de Grand Prix de composition van de stad Parijs bekroond. Het volgende decennium kenmerkt een vruchtbare periode in die onder anderen het Concert voor ondes-Martenot en strijkorkest en de opera Le Fou (1956) boven uit schieten.
Vanaf 1960 begon hij een zeer belangrijke administratieve carrière. Van 1962 tot 1965 was hij muziekdirecteur van de Comédie-Française. In 1966 werd hij door Andre Malraux benoemd tot verantwoordelijke directeur voor culturele zaken (muziek, opera en dans) in het Franse Ministerie van Cultuur, een functie die hij bekleedde tot 1975. Gedurende deze periode was hij onder anderen verantwoordelijk voor de opstelling en definitie van een tienjarenplan voor de muziek, de oprichting van het Orchestre de Paris in 1967, waarvan de leiding wordt toevertrouwd aan Charles Münch, de modernisering van het onderwijs aan de conservatoria en de vestiging van grote orkesten in de Franse regio's. Daarna werd hij benoemd tot inspecteur-generaal in het Franse ministerie van onderwijs (1975) en ten slotte tot directeur van Culturele Zaken van de Stad Parijs (1977-1979). Hij werd ook verkozen als lid tot het Institut de France - Académie des Beaux-Arts (Academie voor Schone Kunsten) in 1975, en vervangt zijn voormalige leraar Henri Büsser.
Als wethouder van Boulogne-Billancourt beïnvloedde hij de vooruitgang van het voormalig stedelijk conservatorium tot het latere Conservatoire à rayonnement régional de Boulogne-Billancourt en benoemd in 1972 zijn voormalige leerling Alain Louvier tot directeur van deze institutie. Hij was als opvolger van Emmanuel Bondeville voorzitter van de stichting Maurice Ravel. In 1991 richtte hij de L'Association Musique nouvelle en liberté op. Door al deze drukke werkzaamheden was de tijd voor het componeren natuurlijk heel beknopt, alhoewel hij in deze periode bijvoorbeeld de werken L'Opéra de poussière (1962), de Messe de l'Aurore (1977), twee symfonieën (1963-1964), Un enfant appelle (1979) en de opera Montségur (1985) schreef.
Als componist liet Landowski zich door een tonale "taal" inspireren en heeft zich altijd verzet tegen de principes van het serialisme. Hij schreef onder anderen vijf symfonieën, een tiental concerten voor diverse solisten, vocale muziek (oratorium, koor en liederen) en kamermuziek. In 1973 ontving hij de Prix Maurice Ravel van de Société des Auteurs, Compositeurs et Editeurs de Musique (SACEM), de Franse auteursrechtsvereniging. In 1980 werd hij benoemd tot ere-doctor van de Federale Universiteit van Rio de Janeiro (UFRJ) in Rio de Janeiro en in 1987 werd hij onderscheiden met een benoeming als Commandeur in het Franse Legioen van Eer en in 1994 als Grootofficier in de Nationale Orde van Verdienste. In 1995 werd hij gekozen als lid van de Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1944-1948 | Le Rire de Niels Halerius - operaballet | 3 bedrijven, 3 taferelen |
19 januari 1951, Mulhouse | Gérard Caillet en van de componist |
| 1948-1955 | Le Fou | 2 bedrijven, 5 taferelen |
1 februari 1956, Nancy | van de componist en Patrice de la Tour du Pin |
| 1953 | Rabelais, François de France - operaballet | 1 akte | 26 juli 1953, Tours | |
| 1953 | Le Ventriloque - operaballet | 1 akte | 6 februari 1956, Parijs | van de componist en Paul Arnold |
| 1958-1962 | L'Opéra de Poussière | 2 bedrijven | 25 oktober 1962, Avignon | Gérard Caillet en de componist |
| 1959 | Les Adieux | 1 akte | 8 oktober 1960, Parijs | van de componist |
| 1980-1985 | Montségur | 2 bedrijven, 11 taferelen |
1 februari 1985, Toulouse | Gérard Caillet, Guy-Patrick Sainderichin en de componist naar Montségur de Monsieur le Duc De Levis-Mirepoix |
| 1983 | La Sorcière du placard aux balais - kinderopera | 8 maart 1984, Boulogne-Billancourt | Pierre Gripari | |
| 1987 | La Vielle Maison | 2 bedrijven, 11 taferelen |
25 februari 1988, Nantes | van de componist |
| 1991 | P'tit Pierre et la sorcière du placard aux balais - kinderopera | 6 februari 1992, Colmar | Pierre Gripari "Les Contes de la Rue Broca" | |
| 1995 | Galina | 15 taferelen | 17 maart 1996, Lyon | van de componist |
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto | choreografie |
|---|---|---|---|---|---|
| 1944-1948 | Le Rire de Nils Halerius | 3 aktes, 3 taferelen |
19 januari 1951, Mulhouse | Gérard Caillet en de componist | |
| 1953 | Rabelais, François de France | 1 akte | 26 juli 1953, Tours | ||
| 1954-1955 | Le Ventriloque | 1 akte | 6 februari 1956, Parijs | van de componist en Paul Arnold | Igor Fosca |
| 1959 | Abîmes | 2 aktes | 12 februari, Essen | ||
| 1964 | La Leçon d’Anatomie op de muziek van de 1e symfonie "Jean de la Peur" |
1964, Den Haag (Nederlands Dans Theater) | Glen Tetley | ||
| 1967 | Le Chant de Pavot op de muziek van het concert voor ondes-martenot |
28 oktober 1967, Genève, Grand Théâtre | Serge Golovine | ||
| 1968 | Concerto pour basson op de muziek van het concert voor fagot en orkest |
16 januari 1968, Parijs, Théâtre des Champs Elysées | Josep Lazzini | ||
| 1979 | Le Fantôme de l’Opéra | 2 aktes | 22 februari 1980, Parijs, Opéra Garnier | naar de roman van Gaston Leroux | Roland Petit |
| 1982 | Les Hauts de Hurlevent | 2 aktes, 7 taferelen |
28 december 1982, Parijs, Théâtre des Champs Elysées | naar de roman van Emily Brontë | Roland Petit |