| Mariner 5 | ||||
|---|---|---|---|---|
De Amerikaanse Mariner 5 | ||||
| Organisatie | NASA | |||
| Hoofdaannemer | JPL | |||
| Missienaam | Mariner 5 | |||
| Lanceringsdatum | 14 juni 1967 | |||
| Lanceerbasis | Cape Canaveral | |||
| Draagraket | Atlas-Agena D | |||
| Massa | 244,9 kg | |||
| Doel | Venus | |||
| Fly by | 19 oktober 1967, kortste afstand 4094 km | |||
| Duur missie totaal | 14 juni 1967 - 14 oktober 1968 | |||
| ||||
Mariner 5 was een Amerikaanse onbemande missie naar de planeet Venus in 1967. Doel van deze vlucht was onderzoek naar stralingsgordels en magnetische velden te verrichten. Deze ruimtesonde nam geen foto's.
Het oorspronkelijke doel van Mariner 5 was eigenlijk Mars, want het diende als reserveschip indien Mariner 4 zou falen. Deze leverde echter voortreffelijk werk af. Daarom haalde NASA in december 1965 Mariner 5 van de reservebank af en bouwde het om voor een missie naar Venus. De bedoeling was om dit keer de planeet op veel kortere afstand te passeren dan Mariner 2, om de kans op ontdekking van een magnetisch veld rond Venus te vergroten en de interactie daarvan met de zonnewind in kaart te brengen.

De Mariner 5 was uitgerust met boordcomputer, zonnepanelen en een standregeling met zonnesensor en Canopuszoeker. Constructeur was het Jet Propulsion Laboratory.
De Mariner 5 beschikte niet over een tv-camera. Het team dat zich met de studie naar straling bezighield, werd geleid door de natuurkundige James Van Allen, die faam verwierf door diens ontdekking van de vanallengordels in 1958.

Mariner 5 werd op 14 juni 1967 gelanceerd met een Atlas-Agena D-draagraket vanaf Cape Canaveral. Deze verkenner had een lanceermassa van 244,9 kg, licht vergeleken met de twee dagen eerder omhooggeschoten Venera 4 van de Sovjet-Unie met 1100 kg.

Aanvankelijk zou de sonde Venus op een berekende afstand van slechts 8165 km passeren, maar NASA kwam hier in eerste instantie op terug. Het vaartuig moest nu op 75.000 km afstand blijven; Mariner 5 was niet gesteriliseerd en het risico dat het scheepje bij de geringste stuurfout onbedoeld op Venus zou inslaan leek bij nader inzien te groot. Uiteindelijk vloog het toch op korte afstand langs.
Op 19 juni voerde het ruimtevaartuig een geslaagde koerscorrectie uit.
De Mariner 5 bereikte zijn bestemming op 19 oktober 1967. Het verzond vele gegevens tijdens passage; overigens tot verdriet van de Sovjets, die ten slotte erkenden dat hun Venera 4 radiocontact verloor alvorens de oppervlakte van Venus te bereiken. De kleinste afstand bedroeg 4094 km.
In deze jaren van Koude Oorlog woedde de ruimterace in alle hevigheid. Naast de strijd om de eerste bemande landing op de Maan waren zowel Mars als Venus belangrijke doelen. De eerste supermacht die erin slaagde een zachte landing uit te voeren, zou aanzienlijk prestige verwerven. Zowel de Sovjet-Unie als de V.S. probeerden te overtreffen.
Dit keer waren de Amerikanen hun Sovjet vakbroeders "behulpzaam". Amerikaanse wetenschappers voerden aan, dat de Sovjet claim dat hun Venera 4 de oppervlakte van Venus had bereikt, niet kon kloppen. De Mariner 5 registreerde een oppervlaktetemperatuur van 527°C en nam een luchtdruk waar van 75 à 100 bar; beide waardes waren veel hoger dan wat Venera 4 doorseinde (271°C bij 17 à 20 bar) net voordat de Sovjet verkenner onder de hoge druk en temperatuur bezweek. De Sovjet claim dat hun sonde in werkende toestand de Venusbodem had bereikt hield geen stand.
Net als zijn Sovjet tegenhanger merkte Mariner 5's uv-lichtmeter een dunne laag waterstof op, maar geen zuurstof. Venus had geen stralingsgordels vergelijkbaar met de vanallengordels rond onze thuisplaneet. Venus beschikte weliswaar over een magnetosfeer, maar met een veldsterkte van slechts 1% van dat van de Aarde. Doordat de zwaartekracht van Venus de baan van de sonde beïnvloedde, kregen wetenschappers een idee van de massa van Venus. Die werd ingeschat op 81,5% van de Aarde. De luchtdruk (75-100 bar) en temperatuur (527°C) aan het oppervlak berekenden de geleerden aan de hand van de veranderingen in het radiosignaal, terwijl de sonde achter de planeet verdween. De aanwezigheid van CO2 bepaalde men op 85 à 99%.
Het vaartuig verrichtte daarnaast metingen betreffende het interplanetair magnetisch veld en de aanwezigheid van plasma en geladen deeltjes.
Verder deed NASA verdere ervaring op met het bouwen en volgen van interplanetaire ruimtevaartuigen.
Na passage van Venus onderhield NASA contact met hun sonde tot 4 december 1967, toen het radiocontact verloren ging. De vluchtleiding wekte het vaartuig weliswaar voor korte tijd weer tot leven op 14 oktober 1968, maar daarna bleef Mariner 5 stil en vloog verder in zijn heliocentrische baan. Uiteindelijk staakte NASA haar pogingen om hun robotverkenner weer onder controle te krijgen.