Martin Broszat

Martin Broszat
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonlijke gegevens
Titulatuur/graad doctoraatBewerken op Wikidata
Geboortedatum 14 augustus 1926Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats LeipzigBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 14 oktober 1989Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats MünchenBewerken op Wikidata
Academische achtergrond
Alma mater Universiteit van Keulen, Universiteit LeipzigBewerken op Wikidata
Proefschrift Die antisemitische Bewegung im Wilhelminischen Deutschland
Promotor Theodor SchiederBewerken op Wikidata
Wetenschappelijk werk
Vakgebied geschiedenis, sociale geschiedenis, germanistiek, filosofieBewerken op Wikidata
Instituten Institut für Zeitgeschichte
Bekende werken Der Staat Hitlers. Grundlegung und Entwicklung seiner inneren Verfassung
Erkenning en lidmaatschap
Politieke partij Nationaalsocialistische Duitse ArbeiderspartijBewerken op Wikidata

Martin Ernst August Broszat (Leipzig, 14 augustus 1926 - München, 14 oktober 1989) was een Duitse historicus. Zijn voornaamste onderzoeksgebieden waren de sociale geschiedenis van het Derde Rijk en de geschiedenis van het antisemitisme in Duitsland.

Biografie

Martin Broszat werd geboren in Leipzig als zoon van postinspecteur Paul Wilhelm Max Broszat (1884–1961) en Auguste Bertha, geboren Schollbach (1887–1966). Zijn familie kwam uit Rogainen in Oost-Pruisen (het huidige Rogajny in Polen). Van 1937 tot zijn examen in 1944 bezocht hij het Königin-Carola-Gymnasium in Leipzig. Broszat was lid van de Hitlerjugend in Großdeuben (tegenwoordig deel van Böhlen in Saksen). Op 7 februari 1944 diende hij een aanvraag in voor het lidmaatschap van de NSDAP en werd op 20 april van dat jaar toegelaten (lidmaatschapsnummer 9.994.096). Dit werd pas in 2003, na zijn dood, bekend.

Hij begon in 1946 aan zijn studie geschiedenis, germanistiek en filosofie aan de Universiteit van Leipzig en vervolgde deze in 1949 aan de Universiteit van Keulen. Daar promoveerde hij in 1952 onder begeleiding van Theodor Schieder met een proefschrift getiteld Die antisemitische Bewegung im Wilhelminischen Deutschland.

Eind 1955 trad Broszat als onderzoeksassistent in dienst bij het Institut für Zeitgeschichte in München. Vanaf 1960 was hij redacteur van het door het instituut uitgegeven Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte. In 1972 volgde hij Helmut Krausnick op als hoofd van het instituut, dat hij tot zijn overlijden in 1989 zou leiden.

Samen met Wolfgang Benz en Hermann Graml publiceerde hij tussen 1984 en 1989 de 30-delige serie Deutsche Geschichte der neuesten Zeit vom 19. Jahrhundert bis zur Gegenwart.

Broszat was erehoogleraar en gasthoogleraar aan de Universiteit van Konstanz, de Ludwig Maximilians-Universiteit te München en de Universiteit van Oxford.

Betekenis

Methodologisch gezien was Broszat in de richtingenstrijd onder onderzoekers naar het Derde Rijk tussen functionalisten en intentionalisten een van de voorvechters van het functionalisme. De intentionalisten zagen de weg naar de Holocaust als een planmatige opzettelijke verwezenlijking van de doelen van Hitler en de nazitop. De functionalisten zagen de aanzet tot de holocaust eerder komen door radicalisering in de lagere regionen van de nazi-bureaucratie.

In Der Staat Hitlers (1969) wist hij de structuurgeschiedenis van het nationaalsocialisme inzichtelijk te krijgen. Het door hem geleide onderzoeksproject Bayern in der NS-Zeit onthulde voorheen grotendeels onbekende aspecten van het dagelijks leven.

Al vóór de Historikerstreit pleitte hij voor een historisering van het nationaalsocialisme in zijn essay Plädoyer für eine Historisierung des Nationalsozialismus uit 1985. Hij betoogde dat de manier waarop met het naziverleden werd omgegaan in de geschiedwetenschap genormaliseerd moest worden en dat de benadering van historici tot dan toe, die volgens hem vooral een moreel en oordelend perspectief voorstond, een wetenschappelijk genuanceerd begrip van het nationaalsocialisme zou belemmeren.

Broszat distantieerde zich wel van elke interpretatie van zijn these als een relativering van het nationaalsocialisme. Hij wilde veeleer dat ze begrepen zou worden als een pleidooi tegen verdringing van het verleden. Ervan uitgaande dat er een toenemende onverschilligheid ten opzichte van de morele beoordeling van het nationaalsocialisme zou ontstaan, moest de aandacht, rekening houdend met wetenschappelijke en analytische methodologie, ook gericht worden op de behoefte aan "historisch inzicht" in dit tijdperk. Broszat pleitte daarom voor een studie van het nationaalsocialisme over verschillende periodes heen en een meer genuanceerde beschouwing van de ontwikkelingsgeschiedenis van dit tijdperk.

In 2017 kwam er kritiek op Broszat van Andreas Wirsching, het toenmalig hoofd van het Instituut voor Hedendaagse Geschiedenis en dus een van zijn opvolgers, die diens definitie van objectiviteit als aanmatigend beschouwde, omdat Joodse historici als Raul Hilberg door Broszat in diskrediet zouden zijn gebracht als subjectief bevooroordeeld en partijdig.

Werken (selectie)