Maurits Mok (Haarlem, 7 november1907 - Bergen, 7 februari1989) was een Nederlandsschrijver, dichter, literatuurcriticus en vertaler. In de jaren dertig werkte hij op een handelskantoor waar hij onder andere correspondent was. Hij publiceerde gedichten in het katholieke tijdschrift De Gemeenschap, dat de stem was van een christelijke beweging, die ondogmatisch de band tussen geloof en samenleving wilde aanhalen. Mok heeft zich nooit een uitgesproken representant van de joodse traditie gevoeld. Hij leefde meer in de traditie van het christendom, verklaarde hij tegenover Wim Hazeu. ‘Veel van de elementen, die mij later als dichter door de geest zouden spelen, werden mij later door de geschiedenis in een ruiker aangeboden’.
Geschiedenis
In 1934 debuteerde Mok met zijn roman Badseizoen. Dat hij met name schreef over zijn traumatische ervaringen in de Tweede Wereldoorlog moet zo worden begrepen, dat het thema van het verdoolde volk ook al voor de oorlog de onderstroom van zijn poëzie bepaalde.
Kort voor het begin van de oorlog verhuisde het middenstandsgezin Mok, vader, moeder, Maurits en een twee jaar oudere zus naar Zandvoort. Het landschap van duin en zee zou altijd de achtergrond van zijn gedichten blijven. Mok, die eigenlijk Mozes heette, veranderde deze naam in Maurits. Toen de kuststrook voor Duitse verdedigingswerken ontruimd moest worden trokken zijn ouders en zus naar Amsterdam. Daar zijn ze in 1944 verraden en vermoord in Dachau. Mogelijk heeft Mok kort ondergedoken gezeten in het Gooi, maar zelf ontkent hij dat. ‘Ik ben in de oorlogsjaren wel eens op de vlucht geweest, maar ondergedoken niet. Ik heb wel met een ster gelopen, maar heel kort'. Hij publiceerde in die tijd verschillende werken onder pseudoniemen als Hector/Hendrik Mantinga, Victor Langeweg en Jan Luyken jr.. Ook vertaalde hij boeken en hoorspelen van onder anderen Sartre, Hegel, Heidegger, Pierre Teilhard de Chardin, Margaret Mead, Abraham Maslow, Theodor Adorno, Pearl S. Buck, Heinz G. Konsalik, Koestler, Gustav Landauer, Dorothy L. Sayers, Theodor Plievier, Guy de Maupassant, Georges Simenon en Huxley. Als literatuurcriticus zat Mok enkele malen in de jury van de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1948, 1951, 1956, 1959), Boekenmarkt-prijs (1958, 1962), Anne Frank-prijs (1963) en de P.C. Hooft-prijs (1970).
Maurits Mok was in de jaren dertig en veertig een van de weinige auteurs die verhalende, epische gedichten schreven. Martinus Nijhoff, Ed Hoornik en Slauerhoff deden dit een enkele keer, maar Mok maakte het tot een zwaartepunt van zijn werk. Hij zag in deze dichtvorm een mogelijkheid om strijdbaarheid uit te drukken, maar moest later wel erkennen, dat deze dichtwijze vatbaar was voor gemeenplaatsen en rijmdwang. Critici reageerden wisselend op zijn productiviteit, van prijzend tot vaak afkeurend. Een epos typerend voor Moks talent en zijn wereldbeeld is het 'Kaas- en broodspel' uit 1938. De wereld bestaat uit de strijd van de natuur, maar ook uit strijd van de mensen. In dit geval het gevecht van de West-Friese boeren tegen het leger van de graaf van Holland, uit verzet tegen nieuwe belastingen. Het enige wat zij verlangden, kaas en brood, droegen zij in hun vaandels mee. Het woord 'spel' dat Mok in de titel gebruikte, duidt op de wisselvalligheid van het gebeuren. Het perspectief is aanvankelijk wijd en vredig:
Zoo was het eeuwig, water, wind en wolken,
In kudden drijvend naar den horizont,
als op een vreemde reis verloren volken,
wier hunker nimmer meer de doortocht vond
naar het beloofde land;
…
Dan vallen de soldaten van de graaf aan:
Totdat een krijgsman zijn klaroenen stootte
en door de landen joeg een ruiterbent,
als pijlen op de einder afgeschoten;
de manen stonden vlammend overend;
de morgenzon werd vurig in hun zwaarden,
een huivering doorliep het rijpe graan,
terzij gedrongen door de drift der paarden;
vertrapt en tot een lege huls vergaan;
Gedichten
In zijn latere gedichten vond Mok een korte en betere vorm om zijn gedachten uit te drukken. Het thema van de menselijke vergankelijkheid valt in zijn poëzie samen met het lot van het joodse volk. Criticus en dichter Adriaan Morriën herkende de houding van Mok in zijn gedichten als een ‘humanisme uit protest’, niet als ideaal maar als ‘een uiting van een hartgrondig wantrouwen in de mens en in de menselijke staat’, een gevoel van vergeefsheid, dat tot uiting kwam in de grote elementen van wind en zee, die soms overvloeide in vergetelheid, ‘een vorm van berusting, waarin nog een laatste verzet, een zekere hoog gestemde wrevel wordt uitgedrukt'. De tijdloosheid van het leven vindt zijn uitdrukking in de wereld van strand en zee. In 'Strand in de schemer' schreef hij:
Kinderen speelden toen de schemering
verdonkerde nog in
de laatste lichtbaan. Hun lachen
was boven de zeerand een ander,
blinkender water. Verderop
verging het strand. Een late vogel
rustte er in zichzelf en hield nog wat
glans bijeen op zijn vergrijzende veren
totdat een losse golf hem verder joeg.
Als samenvatting van het poëtisch en thematisch credo van Maurits Mok kan het gedicht 'Gedenk de mens' gelden uit de gelijknamige bundel.
De mens daar, in zijn huid van licht;
boven zijn ogen vangt zijn haar de wind;
met alle stilten houdt zijn stervend lijf
gelijke tred, met elke vinger boort
hij peilloos water aan.
De klank die van zijn lippen in de lucht
verglijdt, het slapen dat zijn hoofd
met stof van droom bemantelt, zij omlijnen
zijn kracht, zijn weemoed, zijn volkomen stand
in zin die waanzin wordt.
Gedenk de mens, hoe hij zijn morgen heft,
twee handen onder schalen vuur,
de estafette van de eeuwigheid.
Gedenk de mens, het teken aan de muur,
het vlees dat zich als woord verspreidt.
Proza
Het karakter van het verhalend proza van Mok wordt in de bundel 'Het feest van Hercules' door de uitgever als volgt gekwalificeerd: ‘De verhalen van Maurits Mok hebben alle een sterke vermenging van fantasie en realiteit, vaak hebben ze te maken met natuurkrachten of de sfeer van geheimzinnig landhuizen’. Kenmerkend is ‘het dualisme tussen verdrukkende verbondenheid aan de realiteit en de overstijgende droomverbeelding’. In het verhaal 'La Lorraine' uit deze bundel schept de auteur een vervreemding, die dicht bij huis ligt. ‘Een uithoek van het dorp. Eigenlijk bestond het dorp uit louter uithoeken…Ik ging er menige avond naar bed met de gedachte dat het de komende uren wel zou vergaan. En als ik insliep, met de wind in de oren, wist ik de ondergang zich aan het voltrekken was. Het dorp dat ik de volgende morgen vond leek op het oude, maar was een ander, door de dood heengegaan en met het raadsel van de wedergeboorte in zijn trekken’. Personen in verhalen en novelle zijn eenzamen, kleine zwoegende middenstanders en een wat zwaar tillende dromerige jongeman. Soms opent in zo'n verhaal een vergezicht, typerend voor de schrijver. 'Men loopt op straat en denkt: de wind komt van ver, de wereld is groot en diep, er zijn veel landen en zeeën, aarde en hemel zijn in vol bedrijf, een gigantisch bouwwerk, waarin of waarachter zelfs de scherpste blik den bouwmeester niet kan ontdekken'.
1941 - Van de heksenwaag te Oudewater en andere te weinig bekende zaken door Casimir K. Visser (= pseudoniem van Kurt Baschwitz; voorrede van Jan Romein; uit het Duitsche manuscript vert. door M. Mok
1946 - Zangen uit de stad des doods. Vert. van: Gesänge aus der Stadt des Todes door Hermann Adler
1949 - Tussen aarde en hemel. Feiten toekomstdromen. Vert. van: Entre terre et ciel door A. Piccard
1950 - De geschiedenis van het geslacht Dukay. Vert. van: The Dukays door Lajos Zilahy, 1949; vert. door J.G. Elburg en M. Mok. Oorspr. (Hongaarse) titel: Ararát. 1947
1950 - Invasie 6 Juni 1944. Vertaling van: Le débarquement door Georges Blond, 1951. In 1984 uitgegeven o.d.t. Landing in NormandiëISBN 90-218-3330-1
1951 - De triffids komen. Vertaling van: The day of the triffids door John Wyndham
1952 - Oorlog en beschaving. Vert. van: War and civilization door Arnold J. Toynbee
1952 - Het bloedspoor in de sneeuw. Vertaling van: La neige était saleGeorges Simenon, 1948
1952 - Het hoofd in de strop. Vert. van: Clouds of witnessDorothy L. Sayers, 1926. In 1983 verschenen als: Lord Peter contra de familiemoordISBN 90-274-3934-6
1952 - Het oponthoud. Vertaling van: Les chemins de la liberté door Jean-Paul Sartre, 1945
1952 - De dood in het hart. Vertaling van: La mort dans l'âme door Jean-Paul Sartre, 1949
1966 - Sociologie van de arbeid. Vertaling van: Signification humaine du travail door J. Vialatoux, 1962
1966 - Geografie van de grootstad. Het probleem van de moderne urbanisatie. Vert. van: Précis de géographie urbaine door Pierre George, 1964
1966 - Empirie of visie. Een tijdkritische sociologie. Vert. van: Dynamische Gesellschaft door Richard F. Behrendt, 1964
1967 - Demografie. Vert. van: La population door A. Sauvy, 1966
1967 - Brooklyn ik hou van je. Vert. van: To Brooklyn with love door Gerald Green
1967 - Kinderen grootbrengen (in uw vrije tijd). Vertaling van: How to raise children at home in your spare time door Marvin J. Gersh, 1966
1968 - Sexcursie. Vertaling van: Excursion door Francis Pollini
1968 - Godsdienstsociologie. Vert. van: The sociology of religion door Thomas F. O'Dea, 1966
1969 - Erotiek, een moderne mythe. Vert. van: Un mythe moderne: l'érotisme door Violette Morin, Joseph Majault, 1964
1969 - Sociologie en maatschappelijk werk. Vert. van: Sociology in social work door Peter Leonard, 1966
1969 - Job. Een tragedie. Vert. van: The book Job as a Greek tragedy door Horace M. Kallen, 1959
1969 - Hegel, Kierkegaard, Marx. De grote dialectische denkers van de negentiende eeuw. Vert. van: Die grossen Dialektiker des 19. Jahrhunderts. Hegel, Kierkegaard, Marx door Robert Heiss, 1966
1969 - Homoseksualiteit. Vert. van: Sodome. Essais sur l'homosexualité door Marcel Eck, 1966
1970 - Slalom. Vert. van: Kick turn door Anthony Glyn, 1963
1970 - De bewijslast. ISBN 90-258-0095-5 Vert. van: The burden of proof door James Barlow, 1968
1971 - Sex na vijftigISBN 90-6050-073-3 Vert. van: Sex and the over-fifties door Robert Chartham, 1969
1971 - De prins van MexicoISBN 90-258-3181-8 Vert. van: Le prince d'Anahuac door Federica de Cesco
1971 - Opvoeding tot mondigheidISBN 90-258-3181-8 Vert. van: Erziehung zur Mündigkeit door Adorno, 1970
1972 Geestesziekte als mythe. Vert. van: The myth of mental illness door Thomas S. Szasz', 1961
1972 - Liefdesverhalen door Guy de Maupassant; vert. uit het Frans door M. Mok en A. Morriën
1972 - Kinderen spélen met ouders. Vertaling van: Games children play door dr. A.H. Chapman, 1971
1972 - Religie en topervaring. Oorspr. titel: Religions, values, and peak-experience door Abraham H. Maslow, 1964 ISBN 90-6069-114-8
1973 - Ontplooiing. Wijdere perspectieven voor de ontwikkeling van de mens. Vert. van: The father reaches of human nature door Abraham H. Maslow, 1971 ISBN 90-6069-170-9
1974 - Psychologie van de wetenschap. Vert. van: The psychology of science door Abraham H. Maslow, 1966 ISBN 90-6069-188-1
1974 - De pachters der aarde. Vert. van: Die Pächter der Erde door Sandra Paretti, 1973
1974 - Het menselijk bewustzijn. Synthese van rationeel en intuïtief bewustzijn: zelfbeheersingstechnieken, biofeedback. Vert. van: The psychology of consciousness door Robert E. Ornstein, 1972
1974 - Nonnen aan de lunch. En andere verhalen. Een keuze uit: The selected short stories door Aldous Huxley, 1957
1977 - Sartre en de vrouwen. Een gesprek met Catherine ChaineISBN 90-6290-761-X Vert. van: Sartre et les femmes
1979 - Lazarus. De spiegel van het voorgeborchte. Vert. van het laatste hoofdstuk van: La corde et les souris, het tweede deel van Le miroir des limbes door André MalrauxISBN 90-6290-543-9