| Heilige Maurus | ||||
|---|---|---|---|---|
Heilige Maurus geneest Sergius, Sint-Mauruskerk te Elsegem, 18e eeuw (bijgesneden) | ||||
| Geboren | 500-512 te Rome | |||
| Gestorven | 15 januari 584 te Glanfeuil | |||
| Naamdag | 15 januari (VO), 22 november (NO; 5 oktober (gezamenlijke viering met H. Placidus) | |||
| Beschermheilige voor | Kreupelen | |||
| Religieuze orde | benedictijnen | |||
| Beroep | monnik | |||
| Ambt | abt | |||
| Afbeeldingen | ||||
| Lijst van christelijke heiligen | ||||
| ||||
De Heilige Maurus (Rome, 500/512 - Glanfeuil, 584), ook bekend als Maurus van Glanfeuil of Maurus van Subiaco, is een rooms-katholieke heilige en staat bekend als de eerste leerling van de Heilige Benedictus. Hij was ook de eerste oblaat binnen de Benedictijnerorde.
De Heilige Maurus wordt meermaals genoemd in het tweede boek van de Dialogi van paus Gregorius de Grote, waarin het leven van de Heilige Benedictus wordt beschreven. Hij was een zoon van de Romeinse edele Eustachius en werd als jongen ter opvoeding gegeven in het klooster te Subiaco van de Heilige Benedictus, samen met de Heilige Placidus, een zoon van de senator Tertullius. Hij werd al gauw de abt zijn coadjutor. Toen Placidus op een dag in het meer viel, zond Benedictus vanuit zijn cel Maurus te hulp. Deze zou, zonder te beseffen, over het water van het meer gelopen hebben. Nadat hij Placidus gered had, ontstond er de vraag wiens mirakel dit was. Maurus wijdde het aan Benedictus en zijn vroomheid, Benedictus wijdde het aan Maurus en zijn gehoorzaamheid. Placidus zag echter, toen hij uit het water gehaald werd, het habijt van de abt boven zich.

De draad wordt verder opgepikt in de Vita Sancti Mauri, geschreven rond 604, toegeschreven aan de Heilige Faustus van Monte Cassino. Een kopie van deze Vita zou bij Odo, abt van Glanfeuil, terecht gekomen zijn. Deze vond het echter in een deplorabele staat en trachtte het te herstellen naar zijn eigen hand, zwerend dat hij trouw bleef aan het originele document. Zijn kopie was compleet in 863. Rond de authenticiteit, accuraatheid en over het al dan niet bestaan van de originele Vita bestaat er echter in de historiografie felle discussie. Kritiek op de zogenaamde anachronismen binnen de Vita werden al gemaakt in de vroege 12e eeuw door Sigisbert van Gembloers, een anti-pauselijke historiograaf van de Roomse Keizers. Sigisbert plaatste het jaar van Maurus' vertrek naar Gallië (en de dood van Benedictus) verkeerdelijk in 509, in plaats van de vandaag gangbare 543. Kritiek op de Vita flakkerde weer op aan het einde van de 17e eeuw en culmineerde in het werk van de protestant Jacques Basnage. Meerdere verdedigingen van de Vita kwamen op als gevolg, waaronder die van Thierry Ruinart en Jean Mabillon. De Vita blijft echter omstreden tot in de 20e en 21ste eeuw met voor- en tegenstanders, waaronder Adlhoch en Leclercq als voornaamste namen. In zijn werk weigerde Leclerq echter expliciet in te gaan op Adlhoch's verdediging. De Bollandisten concludeerden in 1864 dat "Odo zeker meer waardering zou hebben verworven [...], als hij [de Vita] had uitgegeven zoals hij het had aangetroffen; of, als hij er iets aan wilde toevoegen, dat in een ander commentaar had gedaan."
In deze Vita wordt de moeder van de Heilige Maurus genoemd: Julia; alsook de leeftijd waarop hij het klooster van Subiaco intrad: twaalf jaar. Hij zou daarbovenop niet enkel Benedictus zijn coadjutor zijn, maar ook zijn cooperator. Vervolgens zou Maurus, na de beschreven feiten hierboven, samen met de Heilige Benedictus naar de Abdij van Monte Cassino getrokken zijn. Daar zijnde verrichtte hij een mirakel waarbij hij een kreupele jongen genas van zijn ziekte, waardoor hij als patroonheilige van de kreupelen wordt vereerd. Rond die tijd zond bisschop Bertigranus van Le Mans een bode naar Benedictus om hem aan te sporen een klooster te stichten in zijn bisdom. Benedictus ging hierop in en benoemde Maurus als leider, en Simplicius, Antonius en Constantinianus als zijn cooperatores, alsook zond hij de Heilige Faustus met hen.

Terwijl ze Vercelli passeerden viel de vicaris van de bisschop, genaamd Harderadus, van de trappen van een toren. Zijn rechterhand was zo verminkt en ontstoken, dat het geamputeerd moest worden. De Heilige Maurus bad echter over hem met een stuk van het Heilig Kruis, die hij van de Heilige Benedictus meekreeg, en de ontsteking was genezen. Verder genas hij een verpletterd voet van een van de dienaars, Sergius, die van zijn paard viel terwijl ze over de alpen gingen. Aangekomen bij de Abdij van Sint-Mauritius genas hij een blinde, en in 'Jura' genas hij een doodgaande jongen. In c. 543 passeerden Maurus en zijn volgelingen de recent door de Heilige Romanus gestichte klooster te Druyes. Allen te samen hielden ze daar een wake voor de Heilige Benedictus, die op die nacht van 20 maart stierf. De Heilige Maurus was hiervan op de hoogte wegens een visioen die Benedictus kreeg bij Maurus' vertrek. Na de wake kreeg Maurus, samen met twee medebroeders, een visioen waarbij werd bevestigd dat de Heilige Benedictus ten hemel was opgenomen. Aangekomen te hebben in Orléans, vernamen ze dat bisschop Bertigranus overleden was. De nieuwe bisschop, Duomnolius, bleek nochtans geen interesse te hebben in het stichten van een nieuwe klooster. Harderadus had echter een neef, Florus, die een behoorlijk patrimonium bezat in de regio, en vroeg aan hem om Maurus toe te laten een abdij te stichten. Florus ging hier op in met de toestemming van koning Theudebert, en begeleide de Heilige Maurus naar zijn landgoed genaamd Glanfeuil, waar Maurus de Abdij van Glanfeuil stichtte. Hier zou hij ook sterven en begraven worden in 584.
De naamdag van de heilige Maurus valt op 15 januari, maar wordt soms ook op 5 oktober, de feestdag van de heilige Placidus, samen met hem herdacht. Hij wordt aangeroepen bij heesheid, verkoudheid, hoofdpijn, jicht en reuma.
In Vlaanderen zijn deze kerken aan hem toegewijd:
De Sint-Amanduskerk te Bavikhove kent tevens een grote devotie tot de Heilige Maurus. In Bavikhove groeide de devotie van Sint-Maurus uit tot een bedevaart met de Sint-Maurusommegang. Van hem wordt ook een reliek bewaard in het schrijn van de XXXVI heiligen in de Sint-Andrieskerk in Antwerpen.
De benedictijnse Congregatie van Sint-Maurus ontleent haar naam aan Maurus van Glanfeuil.
Maurus is de patroon van de houtskoolbranders, de lastdragers, de kleermakers, de schoenmakers en de kopersmeden.[bron?]
In Vlaanderen zijn deze kerken aan hem toegewijd: