




Het reliekschrijn van de XXXVI heiligen is een reliekhouder met relieken van 36 heiligen, bewaard en vereerd in de St.-Andrieskerk van Antwerpen.
Het grootste deel van de relieken was in 1571 door de toenmalige doge van Venetië geschonken aan koning Sebastiaan van Portugal. Toen Spanje in 1580 Portugal bezette, nam Anton I van Portugal ze mee naar Parijs. In 1633 werden de relikwieën door de koning geschonken aan Christophorus Butkens, prior van het Sint-Salvatorklooster. De monniken cultiveerden deze devotie met zorg, waardoor de priorij een bloeiperiode kende. Tijdens het abbatiaat van Franciscus Diericx werd een canonieke broederschap opgericht, waarna in 1672 voor het eerst een plechtige processie werd toegestaan. Toen de monniken verdreven werden, kwamen de relieken in de St.-Andrieskerk terecht. De broederschap onderhield de devotie tot deze relieken tot ver in de 20e eeuw.
In het koorgestoelte van de kerk werden verschillende heiligenfiguren geplaatst, voorzien van schildjes die door Theodoor Boeyermans werden vervaardigd.
Het huidige zilveren schrijn van de XXXVI heiligen, vervaardigd door Jan Pieter Antoon Verschuylen, dateert uit 1845, of 1846. Het is bestemd om door zestien mannen te worden meegedragen in processies. Onderdeel van de reliekhouder zijn twee engelen die het schrijn torsen.
De notie dat het schrijn relieken van 36 heiligen zou bevatten is gerelateerd aan de joodse legende dat iedere generatie 36 rechtvaardigen heeft van wier vroomheid het lot van wereld afhangt. Onderdeel van deze relieken zijn rugwervels van de legendarische heilige Josaphat. De meeste heiligen komen voort uit de Benedictijnse devotie, en zijn heilige verklaarde monniken uit deze orde.
Een volledige lijst van de 36 heiligen: