| Max Primorac | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemene informatie | ||||
| Nationaliteit | Amerikaans | |||
| Beroep | Politicoloog, bestuurskundige, politiek analist | |||
| Bekend van | Werkzaamheden bij USAID, bijdrage aan Project 2025, beleidsanalyses over de Westelijke Balkan en Bosnië en Herzegovina | |||
| Website | maxprimorac.com | |||
| ||||
Max Primorac is een politicoloog, bestuurskundige en politiek analist uit Verenigde Staten. Hij is verbonden als Senior Research Fellow aan het Margaret Thatcher Center for Freedom van de conservatieve denktank The Heritage Foundation. Tijdens de regering van Donald Trump bekleedde hij hoge leidinggevende functies bij het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling United States Agency for International Development (USAID).
Primorac behaalde een Bachelor of Arts aan de University of Dayton in Ohio en een Master of Arts in internationale betrekkingen aan de American University in Washington D.C.
Primorac heeft een carrière van meerdere decennia binnen de overheid van de Verenigde Staten, denktanks en de private sector, met name op het gebied van buitenlands beleid, internationale hulpverlening en wederopbouw van post-conflictgebieden.
Tijdens het presidentschap van George W. Bush werkte Primorac voor het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij was onder meer betrokken bij wederopbouw- en stabiliseringsprogramma's in Irak na de Irakoorlog. Daarnaast was hij nauw betrokken bij het Amerikaanse beleid en maatschappelijk herstel in het voormalige Joegoslavië (in het bijzonder Bosnië en Herzegovina), waarbij hij zich richtte op post-conflictstabilisatie en de heropbouw van overheidsinstellingen.
Tijdens de eerste ambtstermijn van Donald Trump (2017–2021) trad Primorac toe tot de leiding van USAID. Hij diende als senior adviseur van de beheerder van de organisatie en was waarnemend vice-beheerder voor het Bureau for Democracy, Conflict, and Humanitarian Assistance (DCHA). In de laatste maanden van de administratie (eind 2020 tot begin 2021) fungeerde hij als waarnemend Chief Operating Officer van het agentschap.
In deze functies pleitte hij voor een hervorming van de Amerikaanse buitenlandse hulp. Hij legde de nadruk op het verminderen van afhankelijkheid van subsidieprogramma's, het versterken van de rol van de private sector en het kritischer beoordelen van internationale organisaties.
In april 2022 trad Primorac in dienst bij The Heritage Foundation. Binnen het Margaret Thatcher Center for Freedom van de denktank richt hij zich op internationaal economisch beleid, de concurrentiepositie van de Verenigde Staten ten opzichte van China en hervormingen in het Amerikaanse buitenlands beleid.
Primorac schreef mee aan het initiatief Project 2025 van The Heritage Foundation. Hij was de auteur van het hoofdstuk over USAID in het beleidsdocument Mandate for Leadership: The Conservative Promise. Hierin pleitte hij voor een grondige herziening van het Amerikaanse hulpbeleid, het afschaffen van progressieve initiatieven op het gebied van diversiteit en klimaat binnen het agentschap, en het strakker uitlijnen van ontwikkelingshulp met de nationale veiligheidsbelangen van de VS.
In zijn publicaties voor onder meer The Heritage Foundation bekritiseert Primorac het westerse naoorlogse opbouwbeleid in Bosnië en Herzegovina. Hij grijpt hierbij terug naar het Akkoord van Washington (1994) en het Verdrag van Dayton (1995), waarbij de Kroatische Republiek Herceg-Bosna en de Republiek Bosnië en Herzegovina (het territorium onder controle van de Bosniaken, destijds aangeduid als Bosnische Moslims) als twee gelijkwaardige partners fuseerden tot de Federatie van Bosnië en Herzegovina.
Volgens Primorac is de oorspronkelijke pariteit tussen beide volkeren na de vorming van de Federatie stelselmatig aangetast. Hij wijst hierbij op internationale interventies door het Hoge vertegenwoordiger voor Bosnië en Herzegovina (OHR) — dat via institutionele en kieswetswijzigingen de Kroatische borging verzwakte — gecombineerd met het demografische overwicht van de Bosniaken. Dit maakte het volgens hem mogelijk dat de Bosniakse meerderheid de Kroatische vertegenwoordiging binnen het federale bestuur en het drie-presidentschap kon bepalen. Om de oorspronkelijke balans te herstellen, pleit hij voor het afschaffen van de OHR-interventies en de heroprichting van een eigen Kroatische bestuurlijke entiteit binnen een confederaal model.
Hij publiceert opiniestukken en analyses over het buitenlands beleid van de Verenigde Staten in Zuidoost-Europa in bladen zoals The Wall Street Journal en Foreign Policy.