| Kibbutz in Israël | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| District (mechoz) | Noord (Israël) | ||
| Coördinaten | 32° 27′ NB, 35° 25′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Inwoners (eind 2023) |
824 | ||
| Overig | |||
| Website | Officiële website | ||
| Foto's | |||
| Meirav | |||
| |||
Meirav (Hebreeuws: מירב), ook gespeld als Merav, is een kibboets in de Regionale raad van Emek HaMa'ayanot. De plaats ligt in Noord-Israël, nabij de noordelijke grens met de Westelijke Jordaanoever. Het grenst in het noordwesten aan het Palestijnse dorp Jalbun, dat ligt in het bezette gebied, waar de grens naar het zuiden loopt.
In 2011 onthulde Haaretz dat Israël 1500 dunam Palestijns land 7 kilometer zuidoostelijk van Meirav de facto had geannexeerd. De Israëlische Westoeverbarrière werd zodanig aangelegd, dat het land aan de Israëlische kant in de Randzone van de Westoever kwam te liggen en voor de Palestijnen niet langer toegankelijk was. Volgens de COGAT hadden de inwoners van Meirav het land al decennia lang in gebruik als landbouwgrond. Pas recentelijk had Israël het openlijk tot zijn territorium verklaard.
De Regionale raad van Emek HaMa'ayanot verklaarde dat het land buiten de jurisdictie van de Regionale raad valt en dat land aan gemeenschappen wordt toegewezen door de Israel Lands Administration (ILA). Bij de settlement division van de World Zionist Organization stond het volgens een woordvoerder geregistreerd als 'landbouwgrond' binnen de Emek HaMa'ayanot, maar had de organisatie daar geen zeggenschap over. De leider van de kibboets bevestigde dat de gemeenschap er al jarenlang gewassen als graan en citrusfruit op verbouwde. Hij beweerde dat het land werd gehuurd van de ILA, maar weigerde een contract te tonen. De ILA beweerde van niets te weten, omdat het niet gaat over territorium buiten Israël. Een inwoner van het dorp Bardala had een eigendomsbewijs voor 36 dunam van het land uit 1961 (tijdens het Jordaans bestuur) en zei dat het gebied door de IDF in beslag was genomen, tot "militair gebied"had verklaard en de eigenaars had verdreven met de opdracht nooit meer terug te keren.
Voor zover bekend, was dit de eerste keer dat Palestijns land niet aan een nederzetting werd toegekend, maar aan een plaats in Israël. Uit een staatsrapport van 2004 bleek dat in de 1960er en 70er jaren duizenden dunam Palestijnse privégrond aan nederzettingen in de Jordaanvallei waren overgedragen. Na de onthulling in Haaretz onderzocht de ILA het geval en liet de kibboets in januari 2012 weten dat het 30 jaar eerder — nog vóór de bouw van de muur — een fout had gemaakt en Meirav er niet langer over kon beschikken. Pas in februari 2013 reageerde de ILA op informatieverzoeken van Palestijnse landeigenaren in Bardala en Tubas. De kibboets cultiveerde toen nog altijd het land.
In januari 2014 meldde ARIJ's nederzettingen-monitor POICA, dat Meirav zijn rioolwater en koeienmest onder de Westoeverbarrière door naar het land van Jalbun pompte. Hierdoor werden huizen, landerijen en het kerkhof ten oosten van het dorp ernstig vervuild. De boeren verloren daardoor de oogst van graan en groenten. Het iets noordelijker gelegen Ma'ale Gilboa pompte op dezelfde wijze zijn rioolwater en koeiendrek over de velden noordelijk van Jalboun. Zo'n 30 huizen liepen onder en dorpelingen kregen last van huidklachten, stank, insekten en ratten. Ook gedumpt industrieel afvalwater vervuilde oogst en bodem. In februari 2020 schreef POICA , dat kolonisten van Meirav op land van Jalbun een outpost hadden opgezet en hun afvalwater over het land pompten richting de huizen en velden van Jalbun, waardoor het belangrijkste waterreservoir van het dorp werd bedreigd. Het rioolwater liep 4 km het dorp in en de hoofdstraat en opnieuw liepen 30 huizen geheel of gedeeltelijk onder. Ook agrarisch land werd verontreinigd.
In december 2015 rapporteerde POICA, dat "kolonisten" van Meirav hun koeien lieten grazen in een 23 dunam grote olijfboomgaard van Jalbun, gelegen achter de afscheidingsmuur in de Randzone. De dorpsbewoners klaagden over een enorme schade en overlast van ratten en insekten die op de koeienvlaaien afkwamen. In het seizoen van de olijvenpluk kregen zij zelf slechts twee uur toegang tot het land.