| Melkboleet | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Suillus granulatus (L.) Roussel (1796) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De melkboleet (Suillus granulatus) is een schimmel behorend tot de familie Suillaceae. Hij gedijt goed in jonge dennenbossen op strooiselarme, droge zandgrond vaak in open terrein.
De hoed is bij een jonge boleet ongeveer halfbolvormig met een ingerolde rand, later wordt deze gewelfd tot half vlak. De hoed heeft een diameter van 3-9 cm. De kleur is roestbruin tot geel.
De buisjes zijn bleekgeel tot geelbruin van kleur. De kleine poriën zijn ook bleekgeel tot geelbruin met melkdruppels.
De steel is citroengeel. De steel is ongeveer even lang als de hoeddiameter en heeft een dikte van 8 tot 14 mm.
De sporenprint is olijfbruin/okergeelbruin.
De basidiën zijn viersporig en meten ongeveer 35 x 7. De sporen zijn ellipsvormig en meten 8-10 × 2,5-3,5 µm. De cystidiën zijn subfusiform tot subclavaat-flexus, dunwandig, bruin in KOH. De hoedhuid (pileipellis) is een ixocutis zonder gespen.
De melkboleet komt algemeen voor in Europa, Groot-Brittannië en Noord-Amerika. Er zijn ook waarnemingen bekend uit Afrika, Australië, Azië (onder andere Rusland, Japan) en Zuid-Amerika. In Nederland komt de soort vrij zeldzaam voor. Hij staat op de rode lijst in de categorie 'bedreigd'.
De boleet is eetbaar, maar kan contacteczeem veroorzaken.
De melkboleet lijkt op de: