| Merycoidodon Status: Uitgestorven Fossiel voorkomen: Laat-Eoceen tot Laat-Oligoceen | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Merycoidodon Leidy, 1848 | ||||||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||||||
| Merycoidodon culbertsoni | ||||||||||||||||
| Skelet van Merycoidodon culbertsoni | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Merycoidodon is een geslacht van uitgestorven zoogdieren, dat voorkwam van het Laat-Eoceen tot het Laat-Oligoceen.
In 1848 benoemde Joseph Leidy Merycoidodon, "herkauwende tand". Het dier was echter geen herkauwer. Nog hetzeflde jaar veranderde Leidy het in Oreodon. Die naam heeft echter geen prioriteit, nog afgezien dat hij als bezet was door een vis. Hij zou echter nog vaak in de literatuur opduiken. De typesoort Merycoidodon culbertsoni eert Thaddeus Culbertson die de fossielen vond.
Dit honderdveertig centimeter lange dier vertoonde qua uiterlijk veel gelijkenis met een varken of pekari. Het dier kon waarschijnlijk niet zo goed rennen, omdat er geen vergroeiing van de botten had plaatsgevonden. Bovendien waren de viertenige voorpoten net zo lang als de viertenige achterpoten. De varkensachtige kop bevatte een gebit van vierenveertig elementen. Een opvallend kenmerk was, dat de hoektanden waren ontwikkeld tot snijtanden. Een ander kenmerk was, dat zich vlak voor de ogen een schedelholte bevond, waarin zich een soort klier bevond, die een stof afscheidde, waarmee een territorium kon worden afgebakend. Dit duidt erop dat dit dier territoriaal was ingesteld.
Er werden zeer veel resten van dit dier bij elkaar gevonden in South Dakota, hetgeen aanduidt, dat het waarschijnlijk een kuddedier was. Merycoidodon is ook bekend uit de Yanhuitlán-formatie in Mexico.
Literatuur
Noten