| Plaats in Nederland | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Provincie | |||
| Gemeente | |||
| Coördinaten | 50° 46′ NB, 5° 44′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Inwoners (1 januari 2008) |
367 | ||
| Overig | |||
| Postcode | 6245 (Eijsden) | ||
| Netnummer | 043 | ||
| Woonplaats (BAG) | Eijsden | ||
| Foto's | |||
| Sint-Pancratiuskerk van Mesch | |||
| |||
Mesch (Limburgs: Misj), gelegen in de Limburgse gemeente Eijsden-Margraten, is het zuidelijkst gelegen kerkdorp van Nederland. In 2008 had de plaats 367 inwoners. Het dorp ligt in het Voerdal aan het riviertje de Voer, waarnaar ook de aangrenzende Belgische Voerstreek is vernoemd.
Mesch is voortgekomen uit een nederzetting bij een kerk die waarschijnlijk in de negende eeuw werd gesticht door kanunniken uit Aken. De huidige Sint-Pancratiuskerk bevat nog belangrijke delen van deze kerk en is hiermee mogelijk de oudste stenen kerk van de provincie Limburg, zo niet van Nederland.
Tot 1794 bleef het dorp een rijksvrijheid onder de Akense proosdij. De Fransen maakten het tot een eigen gemeente in het departement Nedermaas. Van 1815 tot 1943 bleef Mesch een zelfstandige gemeente. In dat jaar ging het grootste deel ervan op in de gemeente Eijsden en kleinere delen werden bij andere aangrenzende gemeentes gevoegd. Samen met onder meer Eijsden is Mesch sinds 1 januari 2011 een onderdeel van de gemeente Eijsden-Margraten.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Mesch op 12 september 1944 het eerste Nederlandse dorp dat bevrijd werd door de Geallieerde troepen, in dit geval door de 30e Infanteriedivisie van de Amerikaanse landmacht. Naast de openbare basisschool staat een gedenksteen ter nagedachtenis aan de bevrijding.
| Houder / voogd | Periode / jaartal | Hoedanigheid | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Proost van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Aken | bevestigd 1226; tot de Franse tijd | grondheer / soeverein houder van de heerlijkheid | Mesch was een bezitting van het Akense Munsterstift. De proost behield volgens de archiefinleiding de soevereiniteit over Mesch tot de Franse tijd, met uitzondering van de aan de voogdij verbonden rechten. |
| Heren van Valkenburg | middeleeuwen; vóór de Brabantse opvolging | voogden | De voogdij over Mesch vormde een leen van het leenhof van de proost van Aken en was in bezit van de heren van Valkenburg. De voogd oefende met name de aan de hoge jurisdictie verbonden strafrechtspraak uit en zat daarbij de schepenbank voor. |
| Voogd-stadhouder van het Land van Valkenburg | vanaf de Brabantse opvolging; ambt vermeld 1418 | voogdijambt | Het voogdambt bleef bestaan nadat Valkenburg aan de hertog van Brabant kwam. In 1418 werd Willem van Retersbeek, genaamd Schaesberg, als voogd aangesteld; dit betreft het algemene voogdambt van het Land van Valkenburg, waaruit ook de rechten te Mesch voortvloeiden. |
| Johan van Cortenbach | vanaf 1454 | pandhouder van het voogdambt | Het voogdambt werd op 13 juli 1454 verpand aan Johan van Cortenbach. De bron noemt dit als onderdeel van de geschiedenis van het voogdambt van het Land van Valkenburg; niet als afzonderlijk persoonlijk heerschap over Mesch. |
| Families Van Strijthagen, Van Pallandt en Van Amstenrade | na 1454 – 1587 | houders van het voogdambt | Na de verpanding aan Johan van Cortenbach ging het voogdambt volgens de archiefinleiding over in de families Van Strijthagen, Van Pallandt en Van Amstenrade. |
| Graven van Hoensbroek / Hoensbroek-Geulle | 1587 – 1794 | houders van het voogdambt | Het voogdambt kwam in 1587 in handen van de graven van Hoensbroek, die het ambt tot 1794 bleven vervullen. De voogd trok te Mesch onder meer 109 vaten haver, oefende er de hoge justitie uit, hield drie voogdgedingen en inde de bijbehorende boeten. |
| Koenraad Ulrich, vrijheer van Hoensbroek | vermeld 1644 | voogd van het Land van Valkenburg en de heerlijkheid Mesch | In een procesinventaris van de Raad van Brabant wordt Koenraad Ulrich, vrijheer van Hoensbroek en heer van Geul, expliciet genoemd als “voogd van het Land van Valkenburg en de heerlijkheid van Mesche” in een zaak over voogdhaver voor het Hof van Oost te Mesch. |
| P.W. graaf van Hoensbroek-Geulle | vermeld 1714 | erfstadhouder en voogd van het Land van Valkenburg | Een verklaring uit 1714 noemt P.W. graaf van Hoensbroek-Geulle als erfstadhouder en voogd van het Land van Valkenburg. In die hoedanigheid had hij ook concrete voogdijrechten te Mesch. |
| Lotharius Frans, markies en heer van Hoensbroek | vanaf 1762/1763 | stadhouder der lenen | Het stadhouderschap der lenen ging in 1762 over op Lotharius Frans, markies en heer van Hoensbroek; in 1763 werd de zetel van het leenhof naar Hoensbroek overgebracht. Dit betreft het Valkenburgse leenambt, niet een zelfstandig eigendomsrecht op Mesch. |
| Franse overheid | vanaf 1794/1795 | einde van de heerlijke rechtsorde | In 1794 bezetten Franse troepen een groot deel van de Zuidelijke Nederlanden; bij de annexatie van 1795 werd de oude plaatselijke bestuursstructuur vervangen door de Franse kantonnale organisatie. Daarmee verdwenen de heerlijke en voogdijrechtelijke structuren. |
Mesch ligt in het dal van de Voer, op een hoogte van 69 meter. Ten noorden van Mesch ligt de helling naar het Plateau van Margraten, waar zich enkele holle wegen bevinden. Naar het zuiden toe vindt men het dal van de Berwijn.
Moelingen, 's-Gravenvoeren, Mariadorp, Sint Geertruid, Berneau
In de omgeving van Mesch vindt men bovendien de buurtschap Withuis.