

Een moedervlek is een zichtbare, meestal gepigmenteerde huidaandoening. Binnen de dermatologie wordt de betekenis van 'moedervlek' beperkt tot naevus naevocellularis: plekken bestaande uit toename van pigmentvormende cellen, dus melanocyten of naevuscellen. (Er bestaan nog talloze andere huidaandoeningen die ook naevus genoemd worden.)
Hoewel de naam moedervlek wellicht suggereert dat de afwijking aangeboren is, is dit meestal niet het geval. De meeste baby's hebben nog geen zichtbare moedervlekken; ze beginnen in de eerste levensjaren te ontstaan.
Naevuscellen lijken sterk op melanocyten, maar er zijn verschillen: ze hebben minder dendrieten (uitlopers), liggen in groepjes in plaats van solitair en zijn meer geneigd tot productie en vasthouden van pigment. Er worden 3 hoofdgroepen naevi naevocellulares onderscheiden:
Volgens de theorie van Unna maken moedervlekken gedurende het leven een soort evolutie door, beginnend als grensvlaknaevus, waarbij de cellen langzamerhand naar dieper in de dermis afzakken, en de afwijking als een vleeskleurige papel eindigt. Moedervlekken komen over het algemeen weinig voor op de handpalm en onder de voeten, omdat hier minder pigment aanwezig is dan op andere plaatsen van het lichaam. Het is echter wel mogelijk. Sommige moedervlekken kunnen 'ontaarden': overgaan in een kwaadaardige tumor, zie melanoom. Andere vormen van huidkanker ontstaan meestal in gewone huid, maar kunnen op moedervlekken lijken: zie basalecelcarcinoom en plaveiselcelcarcinoom.
Naast deze naevi zijn er bijzondere typen:
Moedervlekken hoeven niet behandeld te worden. Als er verdenking is dat een gepigmenteerde afwijking misschien een melanoom zou kunnen zijn, wordt deze chirurgisch weggesneden, met rondom een marge van gezond weefsel van ten minste 2 mm. Blijkt het inderdaad een melanoom te zijn dan volgt een nieuwe operatie, waarbij een veel grotere marge (0,5 – 2 cm, afhankelijk van de breslowdikte van het melanoom) wordt weggehaald.
Als er geen verdenking op melanoom is kunnen verheven moedervlekken ook weggeschaafd worden. Als het wegschaven met een curette gebeurt, kan het weefsel nog door de patholoog onderzocht worden. Omdat de opbouw van de laesie vaak niet volledig beoordeeld kan worden, geeft dit minder zekerheid over de aard van de laesie (goedaardig of kwaadaardig). Het wegschaven kan ook met een elektrische lus gebeuren (elektrodissecatie), maar dan is er helemaal geen weefsel beschikbaar dat onderzocht kan worden.
Lasertherapie is voor moedervlekken minder geschikt. Alleen voor aangeboren reuzenmoedervlekken is afschaven met een weefselverdampende laser wel toegepast, maar het geeft uitgebreide littekenvorming.