Moshe Aryeh Friedman (geboren in 1972 in Williamsburg, Brooklyn, New York City ) is een praktiserende seculiere Jood. Friedman presenteert zich in de media als "rabbijn Moshe Friedman", maar zijn status als rabbijn is echter betwist. Zo werd deze in twijfel getrokken door de Asjkenazische opperrabbijn van Israël, Yona Metzger.
Friedman is een tegenstander van het zionisme en erkent daarom het gezag van Metzger niet. Zijn opvattingen vertonen enige gelijkenis met die van de Satmar, al is hij geen lid van deze chassidische stroming. Vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in Wenen beweren dat Friedman niet heeft aangetoond dat hij de vereiste rabbijnse studies heeft voltooid om de titel te mogen dragen. Hij werd bovendien uit het bestuur van de Joodse gemeenschap van Wenen gezet. In 2014 verklaarde het Centraal Israëlitisch Consistorie van België dat hij in België geen recht heeft om de titel "rabbijn" te voeren.
In een interview met Humo in februari 2026 verwierp hij deze beschuldigingen als pogingen om hem in diskrediet te brengen. Hij verklaarde dat hij wel degelijk officieel erkend wordt als rabbijn en opperrabbijn in Oostenrijk. Volgens Friedman koos hij er enkele jaren geleden voor om wel rabbijn te blijven, maar afstand te doen van elke leidinggevende rol in de synagoge. Dat betekent volgens hem niet dat hij de titel van rabbijn niet langer draagt; hij staat enkel niet langer aan het hoofd van een gemeente.
In 2006 nam Friedman deel aan de Internationale Conferentie ter Herziening van de Mondiale Visie op de Holocaust, waar hij verklaarde: "Ik ontken de Holocaust niet, maar ik denk dat het legitiem is om twijfel te zaaien over sommige statistieken." Hij stelde dat het cijfer van zes miljoen Joodse slachtoffers tijdens de Holocaust afkomstig zou zijn van een profetie die vóór de Tweede Wereldoorlog was gedaan, en dat het werkelijke aantal volgens hem dichter bij één miljoen lag.
Friedmans kinderen werden verwijderd van de Talmud Torah-school in Oostenrijk, waar het gezin destijds woonde. Volgens Friedman gebeurde dit vanwege zijn deelname aan de Holocaust-conferentie; terwijl de school verklaarde dat de schoolgelden niet waren betaald. Nadat hij in 2007 uit de Joodse gemeenschap in Oostenrijk werd verbannen, verhuisde Friedman naar New York City.
In 2011 verhuisde zijn familie naar Antwerpen. Omdat geen enkele school zijn kinderen wilde toelaten, spande hij een rechtszaak aan. In 2012 beval een rechtbank een Joodse meisjesschool om zijn twee zonen toe te laten, op straffe van hoge dwangsommen. In februari 2013 vernietigde het Hof van Beroep van Antwerpen deze uitspraak.
In november 2023 diende Friedman in Antwerpen een klacht met burgerlijke partijstelling in, en een half jaar later ook in Brussel tegen Joodse besnijders zonder erkend medisch diploma. Friedman verzet zich met name tegen de metzitzah b'peh, een Joods besnijdenisritueel waarbij de mohel (de persoon die de besnijdenis uitvoert) na de ingreep bloed uit de wond van de pasgeborene zuigt.
In juli 2026 diende Friedman een klacht in tegen de Amerikaanse president Donald Trump naar aanleiding van een ring die Trump had ontvangen van de Antwerpse diamantsector ter gelegenheid van de 250ste verjaardag van de Amerikaanse onafhankelijkheid. Volgens Friedman hield het geschenk verband met pogingen om druk uit te oefenen op het Belgische onderzoek naar rituele besnijdenissen. De Amerikaanse ambassadeur Bill White reageerde op de klacht met scherpe kritiek op Friedman en noemde hem onder meer "een verwerpelijk menselijk wezen" en "een mediahoer".
In augustus 2026 namen het Forum der Joodse Organisaties, het Coördinatiecomité van Joodse Organisaties in België, de European Jewish Association, het Joods Informatie- en Documentatiecentrumformeel afstand van hem. Eerder had ook het Rabbinical Centre of Europe afstand van hem genomen.