| Muiderspoorbrug | ||||
|---|---|---|---|---|
| Algemene gegevens | ||||
| Locatie | Diemen / Weesp | |||
| Coördinaten | 52° 19′ NB, 5° 1′ OL | |||
| Overspant | Amsterdam-Rijnkanaal | |||
| Lengte totaal | 250,8 m | |||
| Breedte | 2 x 12,5 m | |||
| Hoogte | 34 m | |||
| Doorvaarthoogte | 9,05 m | |||
| Aantal sporen | 4 | |||
| Langste overspanning | 188,1 m | |||
| Massa | 3000 ton staal (II) | |||
| Beheerder | ProRail | |||
| Bouw | ||||
| Opening | 1972 (I), 1995 (II) | |||
| Gebruik | ||||
| Huidig gebruik | fiets-, voetgangers- en treinverkeer | |||
| Spoorlijn | Amsterdam - Zutphen en Weesp - Leiden | |||
| Architectuur | ||||
| Type | verstijfde staafboogbrug | |||
| Architect(en) | K. van der Gaast | |||
| Materiaal | staal | |||
| ||||
De Muiderspoorbrug tussen Diemen en Weesp overspant het Amsterdam-Rijnkanaal en maakt deel uit van de spoorlijn Amsterdam - Zutphen en sinds 1993 tevens van de spoorlijn Weesp - Leiden. De eerste spoorbrug op deze locatie werd gebouwd in 1892 toen het Merwedekanaal werd aangelegd. Dit ging later op in het Amsterdam-Rijnkanaal. Op 13 september 1918 vond bij deze brug de treinramp bij Weesp plaats.
In verband met de verbreding van het kanaal in 1972 werd de oude brug vervangen door een nieuwe, hogere en langere, brug. In 1995 kwam er aan de noordkant een tweede brug voor twee sporen bij.
De motivatie om de spoorbrug te verdubbelen van twee sporen naar vier sporen lag in het programma Rail 21.
De tweede spoorbrug is in delen gebouwd op werven in Gorinchem en Kinderdijk en in de periode februari-augustus 1995 geassembleerd aan de oostzijde van het Amsterdam Rijnkanaal. Op 2 en 3 september 1995 is de op zijn plek geschoven door deze op pontons het kanaal over te varen.
Visueel lijkt de tweede spoorbrug erg veel op de oude en is het een zogenaamde tweelingbrug, maar constructief gezien is hij wel degelijk anders. Aan de noordzijde van de brug is een fietspad gemaakt.
Constructief gezien werd de Schalkwijkse spoorbrug als uitgangspunt genomen. Het type brug is een verstijfde staafboogbrug, een buigstijve vakwerkligger op vier steunpunten, met bij de hoofdoverspanning een relatief lichte boog. De spatkrachten van de boog worden door de verstijvingsligger gedragen en niet opgevangen door een spanband. Omdat bij eerdere bruggen de hangers gingen trillen door de wind, zijn de hangers bij deze brug meer gedrongen en vierkant gemaakt.
Doordat de spoorstaven ingegoten in plaats van direct bevestigd zijn, maken de treinen op deze brug minder lawaai. Door voortschrijdende lastechniek konden veel verbindingen gelast worden in plaats van geklonken. Dit leverde een kostenbesparing van ongeveer 10% op. Er zijn twee typen staal toegepast, Fe 360D en Fe 510D.