| Muntschat van Bunnik | ||||
|---|---|---|---|---|
| Datering | 60 v. Chr – 47 na Chr. | |||
| Periode | Klassieke Oudheid | |||
| Cultuur | Kelten, Romeinse Rijk en Numidië | |||
| Object | munten | |||
| Materiaal | 404 gouden en zilveren munten | |||
| Archeologische informatie | ||||
| Vindplaats | een akker in Bunnik | |||
| Jaar | 2023 | |||
| Ontdekker | Gert-Jan Messelaar en Reinier Koelink | |||
| Collectie | Rijksmuseum van Oudheden | |||
| ID | PAN-S-00280 (Portable Antiquities of the Netherlands (PAN)) ; NUMIS-1175412 (Numismatisch Informatiesysteem van de Nederlandsche Bank (NUMIS)) ; CHRE-21255 (Coin Hoards of the Roman Empire project van Asmolean Museum en Oxford Roman Economy Project) | |||
| ||||
De Muntschat van Bunnik is een Romeins-Britse muntschat die werd ontdekt in het dorp Bunnik, in de provincie Utrecht in Nederland. De schat bestaat uit 404 munten van Keltische, Romeinse en Numidische oorsprong, die in 47 n.Chr. werden begraven. Het is de grootste schat die in de provincie Utrecht is gevonden en de eerste schat met een gemengde samenstelling die buiten Groot-Brittannië is ontdekt. Als onderdeel van de Limes Germanicus waren er in de Nederlanden sterke Romeinse militaire troepen aanwezig en vele vestingwerken. De Nederlanden diende als uitvalsbasis voor de Romeinse verovering van Groot-Brittannië.
In de herfst van 2023 zochten twee metaaldetectoristen, Gert-Jan Messelaar en Reinier Koelink, in Houten naar een tractorsleutel van een fruitteler. Toen ze die niet konden vinden, trokken ze verder naar het naburige Bunnik, waar ze in het verleden al eens munten hadden gevonden. Het veld was kortgeleden diep geploegd, waardoor een onderliggende laag naar boven was gekomen. Toevallig net de laag waarin de munten waren begraven.
De eerste munt die Koelink vond, lag op het oppervlak. Het was een Keltische stater, die normaal gesproken alleen in Groot-Brittannië wordt gevonden. Messelaar vond daarna de rest van de schat, samengeklonterd in de modder. Na het ontleden van de schat werden de vondsten gemeld aan het Landschap Erfgoed Utrecht, en bij het Meldpunt Archeologie Utrecht. Vervolgens voerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een archeologische opgraving uit, waarbij nog 23 munten werden gevonden. Die werden toegevoegd aan de 381 munten die de metaaldetectoristen al hadden gevonden, waardoor het totaal op 404 zilveren en gouden munten kwam. Veel van deze munten bevonden zich minder dan 30 cm onder de oppervlakte.
Om plundering te voorkomen, wordt de exacte vindplaats geheim gehouden. Het is bekend dat de schat zich bevond in de buurt van de A12, ver van bekende Romeinse vestingwerken.
De eerst gevonden 381 munten zijn aangeschaft door het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ze worden er tentoongesteld als onderdeel van de permanente tentoonstelling "Nederland in de Romeinse tijd".
De 404 munten omvatten verschillende Keltische staters, Romeins-Republikeinse munten en Keizerlijke munten, en een denarius van Juba I van Numidië (geslagen in Utica, Tunesië). De Bunnik-schat wordt door het Coin Hoards of the Roman Empire Project beschreven als "de grootste Romeinse muntschat die ooit in Utrecht is ontdekt en de eerste schat met gemengde samenstelling die op het vasteland van Europa is gevonden". De schat is geregistreerd in de database Coin Hoards of the Roman Empire van de Universiteit van Oxford onder ID-nummer 21255.
| Regering | Jaren | Muntplaats | Denominatie | Aantal |
|---|---|---|---|---|
| Juba I van Numidië | 60 – 46 v.Chr.: koning van Numidië | Utica | Denarius | 1 |
| Cunobelin | ongeveer 9 – ongeveer 40 n.Chr.: koning in pre-Romeins Brittannië | Stater | 42 | |
| Quarter-Stater | 2 | |||
| Marcus Antonius | Reizende munt | Denarius | 30 | |
| Augustus | 27 v.Chr. – 14 n.Chr.: eerste Romeinse keizer | Reizende munt | Denarius | 3 |
| Onbekend | Denarius | 179 | ||
| Julius Caesar | 49: tijdelijke dictator van Rome – 46: jaarlijkse dictator – 44 v.Chr.: dictator perpetuo | Denarius | 12 | |
| Augustus | 27 v.Chr. - 14 n.Chr | Aureus | 22 | |
| Denarius | 28 | |||
| Gaius Caesar | Denarius | 2 | ||
| Tiberius | 14 – 37 n.Chr.: Romeinse keizer | Lugdunum | Aureus | 37 |
| Denarius | 27 | |||
| Claudius I | 41 – 54 n.Chr.: Romeinse keizer | Rome | Aureus | 13 |
| Denarius | 6 |
De munten van de schat dateren van tussen 200 v.Chr. en 47 n.Chr. Omdat dit de datum is van de jongste munten, is de begraving van deze schat gedateerd op 47 n.Chr.