Muqaddam (Arabisch: مقدم) is een Arabische titel, die in islamitische culturen wordt gebruikt voor diverse burgerlijke of religieuze functionarissen.
Volgens Perzische bronnen in middeleeuws India fungeerden muqaddams, samen met khots (dorpsbelastinginners) en chowdhurys (lokale leiders), op het platteland als tussenpersonen (door overerving) tussen de staat en de boerenstand. Het muqaddami-systeem ontstond onder het sultanaat van Delhi. De eerste vermelding is van Hasan Nazami begin 13e eeuw. Hij schreef over een delegatie van muqaddams die geschenken aanbood aan sultan Qutb ud-Din Aibak. Muqaddams waren belastinginners. In ruil daarvoor ontvingen ze ofwel 2,5% van de opgehaalde belastingen of een stuk pachtvrij land ter waarde van dat bedrag. De sociaaleconomische status van muqaddams varieerde over de tijd. Tijdens de belastinghervormingen van Alauddin Khalji verarmden velen van hen als gevolg van de afschaffing van hun traditionele privileges. In andere perioden waren de muqaddams echter welvarend genoeg om op dure Arabische of Iraakse paarden te rijden, mooie kleren te dragen en zich als leden van de hogere klassen te gedragen. Na verloop van tijd namen muqaddams en chowdhurys de kenmerken aan van de landadel in hun gebieden. Sommigen bereikten tijdens de Mughal-periode zelfs de status van zamindar. De staat kon muqaddams echter ook hun status ontnemen.
Op het eiland Socotra onder het sultanaat Mahra waren muqaddams clanoudsten van een of enkele dorpen op het eiland die voor de sultan de rol vertegenwoordigden van afgevaardigde, belastinginner, politie en rechter.
In de Tijaniyyah, Shadhiliyyah, Rahmaniyyah en andere soefi-ordes is een muqaddam een volger van het soefisme (een murid of derwisj) die door zijn of haar gids (ook wel shaikh, pir of murshid) gemachtigd is om andere studenten te helpen bij het onderwijzen van dit pad.