| Lange halsspier | ||||
|---|---|---|---|---|
| Musculus longus colli | ||||
| Spier | ||||
| Synoniemen | ||||
| Latijn | musculus longus cervicis | |||
| Gegevens | ||||
| Zenuw | C2-C6 | |||
| ||||
De musculus longus colli of lange halsspier bevindt zich in de nek aan de voorzijde van de wervelkolom. Met deze skeletspier bewegen mensen hun nek naar voren toe door de wervelkolom in een S-vorm te buigen. Het hoofd en de kin komen dan naar voren en naar onderen.
Deze spier strekt zich uit van de atlas (de wervel waar de schedel op rust) tot de derde borstwervel in de bovenrug.
De spier heeft een complexe vorm met vele aanhechtingen en bestaat uit drie delen: het bovenste schuine deel, het verticale deel en het onderste schuine deel.
Pezen zoals de genoemde smalle pees zijn anders dan de harde pezen die bijvoorbeeld naar de knie lopen. Het zijn flexibele en fibreuze (vezelige, draderige) weefsels. Ze komen voor op verschillende plaatsen in het lichaam en brengen de krachten van de spieren over op de botten.
De genoemde dwarsuitsteeksels bestaan uit bot en steken uit de zijkanten van de wervels.